Sorrycultuur

Sorrycultuur

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Sorrycultuur

De frisse ochtendlucht prikkelt de neusvleugels. Het heeft geregend en nu glinstert het water aan de planten. De wereld is mooi. Traag, stil en mooi. Geen zuchtjewind, alleen de vogels. Een plek om van te houden. Een vliegtuig trekt een spoor door de lucht. Mooi én lelijk. De ecologisch voetafdruk van een retourtje vakantieland is gelijk aan vier jaar geen vlees eten, geloof ik. Ik weet niet wie het heeft berekend, maar het is gegarandeerd een partykiller zo vlak voor de zomer.

En juist als je die liefde voor de planeet voelt, dringt ook de bende die we ervan maken door. Tot de tekst van vanochtend dit zegt. Paulus schrijft het: ‘Het is God die door Christus de wereld met zich heeft verzoend. Hij heeft de wereld haar overtredingen niet aangerekend.’ Daar zit je dan met je agressie richting wereld-vernietigers, de boosheid over slechte systemen, ‘hij heeft de wereld haar overtredingen niet aangerekend.’ Het gaat hier dus niet om vrome individuen die zich dagelijks op de knieën bekeren van alle shit die ze gedaan hebben, hier staat dat de wereld haar overtredingen niet meer worden aangerekend. En Paulus concludeert dan: laat u dus met God verzoenen.

Vreemd verhaal. Maar eerste conclusie: de wereld en haar bewoners de maat nemen en naar de hel verwensen omdat ze er zo’n teringzooi van maken is niet des godes, en als de maker van de wereld  volgens christen-grondlegger Paulus dat al niet doet, wie ben ik dan.

Wat is hier gebeurd? Het is de omkering van Nietzsche’s dwaas. Die loopt over de markt met een lantaarntje op zoek naar God. En als ze hem vragen wat hij doet, zegt hij dat God niet meer kan vinden. Ze lachen hem uit en hij smijt zijn lantaarn stuk en roept: God is dood, en wij hebben hem vermoord. Het idee dat we niet alleen waren op deze planeet, dat het goed was om naar elkaar om te zien omdat het goede zou overwinnen, ook al was het zo kwetsbaar. De gedachte dat het kwaad uiteindelijk bestraft zou worden. Al die dingen. Die hebben we eigenhandig om zeep geholpen, zegt Nietzsche, door er niet meer in te geloven, door er lelijk mee om te gaan, door te besluiten dat hij er niet meer is.

Het zijn de kwaadaardige daden van de mens die voor velen een reden waren om niet meer in God te geloven. Als hij Auschwitz toestaat, mensen zo laat lijden? Wat dan? Maar Auschwitz was onderdeel van wat wij deden, als mensen. In al zijn totale verschrikking. Het lijden van de mens is zo vaak onderdeel van wat wij elkaar aandoen als mensen. Dat is onze zonde, zogezegd. Wij staan elkaar naar het leven.

En het is een vreemde ‘wij’ want we proberen het ook zo goed te doen, om niet onderdeel te zijn van lelijke manipulaties, om te geloven, te hopen te liefhebben. En toch zijn we onderdeel van die mensheid. En heeft de mensheid het verkloot. En zegt Paulus hier dat God het die mensheid niet langer meer kwalijk wil nemen. Dus terwijl Europa afscheid neemt van God omdat Gód dingen zou toelaten, schrijft Paulus al dat God met de hand over het hart strijkt en de mens niet kwalijk wil nemen wat ze elkaar aandoet. Verwarrende perspectieven op de maandagochtend.

In plaats van dat wij de Maker Auschwitz aanrekenen, zegt de Maker dat hij ons Auschwitz vergeeft. Wij hebben dat zijn mensheid en zijn aarde aangedaan en het schreeuwt om wraak en totale vernietiging van wat de mens is. Dat is de veiligste oplossing. Dan kan het niet meer gebeuren. En hij doet het niet. Het enige wat hij vraagt is berouw en opnieuw proberen.

Het is nogal een abstracte gedachte. Maar het is niet anders. Het is maandagochtend en dit onspint zich aan de teksten van de dag. Met dit nog als conclusie, als cultuur, die ontstaat uit het geloof dat de Maker de mensheid niet zal ophangen aan zijn eigen daden. Deze cultuur komt er uit voort: ‘als je broeder tegen je zondigt, spreek hem dan ernstig toe. Indien hij berouw heeft, vergeef hem. Als hij zevenmaal op een dag tegen je zondigt en zevenmaal terugkeert en zegt: ik heb berouw. Dan moet je hem vergeven.’

Zevenmaal. Het maakt niet uit. Erkenning van het falen is altijd grond tot vergeven. Waardoor de ander steeds weer in staat zal zijn je pijn te doen. Want je hebt m niet afgedankt. Hij of zij blijft in je buurt – en kan je dus wéér tegenvallen. Dat is de nieuwe cultuur. Ik weet niet of ik er zin in heb, maar het is wel het idee. Het is wel fijn om te weten als je weet dat je vaak fouten maakt. Zoals ik. Toch fijn.

1 Samuël 5:1-12

Handelingen 5:12-26

Lucas 21:29-36