We mogen er even op passen

We mogen er even op passen

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Wij mogen er even op passen – PopUpGedachte vrijdag 9 juni

Het blijft regenen. De daken glimmen tegen een grijze lucht. En ik lees, gravend naar betekenis voor vandaag. De teksten zijn vaak zo groots. Wat kan een dag voor verschil maken? Zeker als het gaat over wat onze taak is in het leven, want dat maak ik op uit de teksten vandaag. Over hoe de wereld draait, wat onze plek is en waarom er alertheid van ons wordt gevraagd. Daar kan ik over schrijven, maar wat maakt een willekeurige vrijdag in juni voor verschil. Wat weet ik vanmiddag nog? Misschien zijn deze gedachten, deze lezingen, wel de druppels die de steen moeten uithollen. De harde steen van mijn drukke agenda, mijn harde denken dat altijd gefocused zal zijn op overleven; of er nog geld is strak, of er toekomst is en welke dan voor mij, of het goed gaat met mijn geliefden, mijn relaties, mijn kleine koninkrijkje – of het stevig genoeg is om me te dragen, de toekomst in. Dat overleven, dat is zo’n volstrekt logische en veeleisende stem, is dat de steen die uitgehold moet worden door de gestage drup van dat eeuwenoude Woord van God. Een stem van buiten die tot de orde roept, die mijn wereld waarin ik centraal sta – automatisch, niet eens bewust gekozen – openbreekt, verwart, veranderd en uit het lood zet. Een stem die me herinnert dat het niet mijn leven is, niet mijn planeet, niet van mij. Maar dat ik onderdeel ben, van voorbijgaande aard en daar bewust van kan zijn – dat ik mijn leven kan richten en inzetten.

In de piramide van Maslov staat helemaal bovenin – na eten drinken, relaties, werk, wat dan ook – zelfverwerkelijking. Het schijnt dat hij pas bij zijn dood aangaf dat het niet klopte. Dat niet de hoogste behoefte van de mens zelfverwerkelijking is, maar dat het overgave is. Daar stond hij vlak voor, voor de grootste overgave die er is, het leven loslaten. Toen pas realiseerde hij dat niet het zelf-verwezenlijken, maar het zelf-weggeven de hoogste behoefte is van de mens. Dat leert christendom, alvast jezelf weggeven alsof je sterft voor je sterft, opdat je leeft voordat je dood bent gegaan. Alsof je sterft voordat je werkelijk sterft, want daarmee begint een nieuw leven, een nieuwe fase, wat sommigen een tweede kans zouden noemen.

Wat is er te ontdekken in dat nieuwe leven? Vanochtend schrijft Jesaja: Zo spreekt JHWH: de hemelen zijn mijn troon en de aarde is mijn voetenbank. Wat voor huis zoudt gij dan voor mij willen bouwen en welk heiligdom zou mijn rustplaats zijn? Dit alles heb ik met eigen handen gemaakt; het is mijn eigendom: Godssspraak van JHWH. Mijn ogen rusten op die mens die nederig is en gebroken van hart en die beeft voor mijn woord.

Dat laatste klinkt wel heel deemoedig, pathetisch en slaafs. Maar ik wil het welwillend lezen, want er zit iets in. Iets wat me trekt en triggert.

De maker is niet geinteresseerd in heilige gebouwen of plekken waar zijn naam hoog wordt gehouden. Het verdwijnen van kerken, zogezegd, is werkelijk irrelevant, als daarmee wordt gevreesd dat God zou verdwijnen. Elk fragment van de planeet schreeuwt zijn aanwezigheid. Hem heiligdommen bouwen is verspilde moeite, zien dat de planeet het heiligdom is en je eigen lijf in elke vezel onderdeel van zijn woonplaats, verandert het antropocentrische wereldbeeld. Niet ik ben centrum van mijn leven en zou een plaats moeten creeeren voor God, ik ben onderdeel van het grootste bouwwerk dat deze planeet is en wordt gevraagd om daarin mijn plek in te nemen. Dat zit in de woorden nederig, gebroken van hart en beven.

Zoals die grootse ontroerende natuurervaring, waarbij het hart bijna barst omdat je zo gelukkig bent dat je het mee mag maken, dat het bijna onwaardig voelt: of dat nu het noorderlicht is, de ontmoeting met grootse dieren in de wildernis, het licht dat zus of zo valt, de astronaut die terugkeert en nooit nooit meer achteloos kan omgaan met deze planeet.

In lucas zegt Jezus: ‘wees niet bevreesd het heeft uw vader behaagd u het koninkrijk te schenken. Verkoop uw bezittingen en geef aalmoezen. Waar uw schat is daar zal ook uw hart zijn.‘ Waar is mijn schat vandaag? Lukt het mij om bij de vele kleine keuzes en overwegingen het zelfgecentreerde los te laten en te beseffen wiens planeet dit is, dat ik gevraagd ben er even op te passen en zo mijn keuzes te richten. Af en toe, in eerbied en verwondering. Ik hoop het. Zegen!

 

Jesaja 66:1-6

2 Timoteüs 4:1-8

Lucas 12:32-48