De staat van God: een grappige, confronterende en hoopvolle avond

De staat van God: een grappige, confronterende en hoopvolle avond

Religie is springlevend in Nederland, dat concludeert Daan na afloop van de avond ‘De Staat van God’ in de Stadsschouwburg van Amsterdam. ‘Religie is niet aan het verdwijnen, maar krijgt andere vormen. Soms verrassend, soms ongemakkelijk.’

‘Ik heb tegen de organisatie gezegd dat ik niet voor de gevolgen insta,’ zegt Michael Schaap aan het begin van de avond. Schaap, die beter bekend staat als de Hokjesman, is vanavond de stalmeester van het evenement De Staat van God. ‘Zelf ben ik atheïst,’ zegt hij. Daarna vraagt hij wie er in de zaal in God of een goddelijk wezen gelooft. De strikte theoloog in mij zegt dat dit eigenlijk twee verschillende dingen zijn, maar ik besluit mijn hand op te steken. Net als vele anderen. De meerderheid zelfs. De Hokjesman reageert verrast. 
’Jullie zijn een rare zaal!’

Tien mini-colleges

Het is het begin van een avond die grappig, inspirerend, confronterend, ongemakkelijk en hoopvol is. Nee, De Staat van God is geen missionair project om de staat terug te winnen voor God, maar een zoektocht naar de feiten: hoe staat God, of eigenlijk religie, er nou eigenlijk voor in de samenleving? Tien professionals worden aan het woord gelaten en in mini-colleges van tien minuten worden door hen verschillende onderwerpen besproken. De bezwerende muziek van het Hindoestaanse collectief Maati Baani geeft de avond ook nog iets spiritueels.

De eerste professional die het woord krijgt, is hoogleraar cognitiefilosofie Marc Slors. ‘Wetenschap is zelf met kennis bezig en is daarom geneigd te denken dat religie dat ook doet. Maar religie is geen set aan kennisclaims!’ zo stelt Slors. Doordat religie vaak wel zo bekeken wordt, bestaat er ten onrechte het idee dat het brein en de ervaring van religie elkaar bijten. Onzin.

Religie is springlevend

Als De Staat van God iets laat zien, is het dan ook dat religie nog springlevend is. Zo deed Radboud Engbersen onderzoek naar de maatschappelijke betrokkenheid van religieuze organisaties. ‘Nederland was ooit een ongelooflijk ongelovig eiland te midden van een enorme gelovigheid.’ Tot zijn verbazing ontdekte Engbersen dat dit beeld niet meer klopt. Migrantenkerken rijzen de pan uit en jonge gelovigen zijn steeds meer op zoek naar wat Rosaliene Israël ooit ‘het geloof op maandag’ noemde.

Het bezoeken van een kerk lijkt voor hen steeds minder interessant te zijn. In plaats daarvan zijn mensen op zoek naar wat hun geloof betekent doordeweeks, in het dagelijks leven. Waar de verzorgingsstaat in elkaar aan het vallen is, probeert de nieuwe generatie gelovigen van betekenis te zijn voor de mensen om hen heen. Engbersen noemt als voorbeeld het groeiend aantal leefgemeenschappen in Nederland. ‘Gemeentes, word eens wakker en negeer deze religieuze groepen niet langer!’ is zijn hartenkreet.

Knuffeldierenprotocollen

Religie is dus niet aan het verdwijnen, maar krijgt andere vormen. Die gaan gepaard met nieuwe uitdagingen. Boeiend en ergens ook heel grappig, is het verhaal van Irene Stengs die vertelt over ‘heilig afval’: de bloemen en knuffeldieren die neergelegd worden bij massale herdenkingen. Ze kunnen er niet voor eeuwig blijven liggen, maar zomaar weggooien is not-done. ‘Het probleem is dat wij denken dat we degenen zijn die de controle hebben. Want wij zijn degenen die boos en verdrietig zijn. Maar achteraf blijkt dat het materiaal ons de baas is.’ Het heeft tot heuse knuffeldierenprotocollen geleid.

De Staat van God kent ook confronterende momenten. Martijn de Koning vertelt over de dominante tweedeling die in de samenleving gebruikt wordt voor moslims, die ofwel gematigd ofwel radicaal zouden zijn. Deze tweedeling werd ooit gebruikt in het koloniale tijdperk in Indonesië, waarin de gematigden in de ogen van de kolonisten loyaal waren aan het Nederlandse gezag, maar de radicalen te opstandig waren. Ook vandaag in het integratiedebat speelt dit onderscheid weer een rol.

Pijnlijk en ongemakkelijk

Later wordt gesproken met Berna Toprak. Zij is een feminist en moslim. ‘Mensen vinden me vaak of geen echte feminist of geen echte moslim.’ Ik vind het pijnlijk en ongemakkelijk om dit te horen. Ik kan me herinneren hoe het vroeger in mijn eigen kringen aangemoedigd werd om radicaal voor Jezus te gaan. Als een moslim radicaal is, roept dat vandaag voor veel mensen direct een associatie met geweld op. Een niet-gewelddadige moslim zou gematigd zijn en de Islam dus niet echt serieus nemen. 

Ongemakkelijk is ook het gesprek over religie en racisme, dat in een soort panel tussen de Hokjesman, Godian Ejiogiu, Matthea Westerduin en Berna Toprak gevoerd wordt. Het belang van dit gesprek is voelbaar, maar verdrinkt helaas in de tijdsdruk en de grappen van de Hokjesman.

De uitsmijter is de bijdrage van Paul van der Velde, die vertelt over hoe Aziatische boeddhistische monniken aankijken tegen de westerse interesse in het Boeddhisme. ‘Heerlijk, dat boeddhisme. Het is geen echte religie, het heeft geen dogma’s en ik kom er zo heerlijk in tot mijn recht,’ hoor je vaak in ons land. Van der Velde vertelt hoe monniken in Sri Lanka nogal gepikeerd kunnen reageren op dit soort geluiden: ‘Waarom mogen wij geen religie zijn?!’ Om uiteindelijk te verzuchten: ‘Ach, als die westerlingen op deze manier in contact komen met de Dharma – de Boeddhistische leer – dan is het prima. Verlicht raken ze nog wel een keer in een volgend leven.’

Bepaald niet in de een slechte staat…

Ontmaskerend, ontnuchterend en ongemakkelijk, De Staat van God is het allemaal. ‘Jongens, er zou toch nog een lamp naar beneden op mijn hoofd komen vallen?!’ roept Hokjesman host Michael Schaap naar de mensen in de coulissen. Hoewel dit soort interventies uitblijven, maakt de avond duidelijk dat God bepaald niet in een slechte staat verkeert.