Anthony vraagt Reinier: ‘Waarom word je eigenlijk niet katholiek’

Anthony vraagt Reinier: ‘Waarom word je eigenlijk niet katholiek’

‘Waarom word je eigenlijk niet katholiek?’, vraagt Anthony Ruijtenbeek, een fervent verdediger van het katholicisme, aan Reinier Sonneveld na het lezen van zijn bijdrage aan het boek Flirten met Rome. Reinier stuurt hem een brief terug. 

Beste Reinier,

In het boek van Almatine Leene heb jij ook een hoofdstuk geschreven. Je legde daarin uit wat je boeide in de katholieke kerk en welke bezwaren je weerhouden om lid te worden. Graag ga ik daar op in, in deze korte versie van mijn oorspronkelijke Facebookbericht aan jou.

Er valt eigenlijk weinig te verpesten aan het pausschap

Volgens jou is de functie van de paus te zwaar om door een mens gedragen te worden. Ik denk dat het wel meevalt: er valt eigenlijk weinig aan te verpesten, zeker nu de paus geen bijbaantje meer heeft als heerser van een middelgrote, Italiaanse staat.

Komt zo’n bezwaar niet voort uit een soort protestantse notie dat de paus een oppermachtig heerser is die op eigen houtje de geloofsinhoud kan bepalen? Ik denk dat je de ontwikkeling van het pausschap eerder nog kan vergelijken met de ontwikkelingen in monarchieën. Net zoals de bekleders daarvan, is het pausschap steeds verder ‘ingekapseld’ in allerlei geschreven en ongeschreven regels, die dan ook in toenemende mate de acties van de bekleder van het ambt bepalen.

Het verschil is dan ook nog dat er in monarchieën sprake is van erfopvolging, terwijl iemand die paus wordt, eerst al zijn waarde bewezen moet hebben om überhaupt kardinaal te worden. In het onwaarschijnlijke geval dat er toch een incompetente paus gekozen zou worden, dan zou zoiets opgevangen worden door het instituut. De basis van het pausschap is te vergelijken met linten doorknippen, hij moet publiekelijk dingen voorlezen en ergens aan het eind van een leerstellige ontwikkeling z’n handtekening zetten. De rest van zijn gezag is spiritueel, dat zou je kunnen vergelijken met vorstinnen als Elizabeth en Beatrix.

Maar kun je je voorstellen dat ik juist moeite heb als het gaat om de volmachten die de gewone gelovige heeft in het protestantisme? Daar waar de paus nog de hulp van het hele ambtelijke apparaat kan inroepen, daar moet de gewone gelovige in het protestantisme eigenlijk een soort ‘alleskunner’ zijn. Natuurlijk roept men ook wel elkaars hulp in, maar als het er echt om gaat, dan moet de gelovige een bepaalde kwestie zélf toetsen aan de Bijbel en wordt daar ook, door God en mens, voor verantwoordelijk gehouden.

Bijna iedereen kan als Maria worden…

Dan de Mariaverering. Daarover zeg je eigenlijk dat die vooral gekomen is door heidense invloeden. Vooropgesteld; op zichzelf zou ik het eerder verdacht vinden als er níet in andere gedachtengoeden ook elementen van waarheid te vinden zouden zijn. Niettemin is de Mariologie uiteindelijk toch vooral het sluitstuk van de Christologie. Het was vooral een autonoom proces, er kwamen vragen over Christus, en naarmate men daarmee vorderde, kwam ook Maria in beeld.

Er speelt op de achtergrond ook nog iets anders mee. Maria is in de katholieke theologie in grote mate het beeld van de kerk en dus modelgelovige. Iedereen kan bijna als Maria worden, op uiteraard de intieme relatie met haar zoon na, en nog wat zaken die daaruit voortvloeien. Het calvinisme heeft heel erg de nadruk gelegd op de zondige staat van de mens in het ondermaanse, terwijl de katholieke Kerk en de Oosterse Kerken dat weliswaar niet ontkennen, maar ook de andere kant benadrukken. Mensen die in de hemel zijn, hebben deel aan het goddelijke (theosis of deïficatie) en zijn nog boven de engelen gesteld.

Dus ook in dat opzicht is Maria niet geïsoleerd en als men dus een klacht zou hebben over de positie van Maria, dan zou men dat dan consequent moeten uitbreiden tot de katholieke visie op álle mensen die zalig zijn.

Het celibaat is nuttig

Als laatste probleempunt noemde je de koppeling tussen celibaat en priesterschap. Als ik kijk naar de ontwikkeling van de grotere oecumenische dialogen, dan denk ik dat de thema’s rondom seksualiteit uiteindelijk hét grote struikelblok zullen vormen, dus we zullen er nog wel veel meer over komen te spreken. Maar laat ik dan één element aanstippen: al het is waar dat deze koppeling een regel is van de Kerk, in theorie zou ze afgeschaft kunnen worden.

Maar het belangrijkste argument vóór, vind ik in de huidige maatschappelijke context dat we steeds meer te maken hebben met een samenleving waarin het uitoefenen van je seksuele voorkeuren een eerste levensvoorwaarde lijkt te zijn. Wie daar niet aan kán voldoen, wordt in toenemende mate als een ‘afvaller’ of soms zelfs een gevaar gezien. Toch zijn er allerlei omstandigheden waarin mensen beter geen seks meer kunnen hebben. Bijvoorbeeld omdat men psychische problemen heeft, of omdat men een ernstige SOA heeft of andere lichamelijke obstakels. Of omdat men seksuele voorkeuren heeft die men beter maar niet kan praktiseren.

In de huidige maatschappelijke context kan dat dikwijls neerkomen op het einde van een huwelijk, of maatschappelijke isolatie. Dán is het goed dat er een duidelijk in de wereld zichtbare ‘kaste’ mannen is die kan voorleven dat een leven zonder seks ook een heel gelukkig leven kan zijn.

Reinier, ik wens je alle goeds, in Christo,

Anthony Ruijtenbeek


Hier vind je de lange versie van de open brief van Anthony Ruijtenbeek aan Reinier Sonneveld.


Beste Anthony,

Je verdient een antwoord op je zorgvuldige en sympathieke brief. Ik heb vooral nagedacht over de vraag waarom ik eigenlijk niet katholiek word. In de versie van je brief op Lazarus noem je dat niet zo expliciet, maar het is de strekking van je oorspronkelijke bericht op Facebook, en het is het meest existentieel.

Proberen trouw te zijn

Ik heb hier een paar weken bij vlagen over nagedacht. Ik denk nu dat het vooral mijn commitment aan andere concrete gestalten van het christendom is. Ik ‘flirt’ dan met Rome, om in de metafoor van het boek te blijven, maar ik ben ‘getrouwd’ met de protestantse variant, die vlees en bloed krijgt in een huiskerkje in onze woonplaats.

Ik heb daarin al een aardige zoektocht meegemaakt. De eerste twintig jaar gereformeerd-vrijgemaakt, de tien jaar daarna praktisch kerkloos, de laatste tien jaar gecommitteerd aan een huiskerkje. Nu nogmaals van geloofsgemeenschap switchen voelt niet als thuiskomen, maar als dolen. Zelfs als ontrouw.

Het kan zijn dat ik niet met ‘de ware’ ben ‘getrouwd’ (we blijven in de metafoor) maar ook in een onvolmaakt huwelijk moet je trouw blijven.

Ongastvrije benadering

Daar komt bij dat Rome een, eh, slecht gebit heeft. Een paar weken geleden bezocht ik een zondagochtenddienst in de katholieke kerk bij ons om de hoek. Bij de ingang werd ik meteen wantrouwig ondervraagd door een dame die gelijktijdig met mij binnenstapte: wie ik was, wat ik hier deed, zelfs waar ik precies woonde. Toen ik me eenmaal van haar had ontworsteld en ging zitten, bleek dat zij (met mij) de enige van onder de veertig in de ruimte was en de enige die een kind had meegebracht. Na de dienst (die me overigens raakte) kwam ze weer naar me toe, zei expliciet dat ze hier nooit gasten hadden en ik moest weer uitleggen wat ik toch eigenlijk was komen doen.

Bij thuiskomst googlede ik wat, ontdekte dat hun gebouw net was verkocht aan de evangelische buren, en ik vermoed nu dat ze vanuit een klein spiritueel trauma handelde. Dat kan zijn en ik ga binnenkort gewoon lekker weer, maar ik ben nog nooit zo ongastvrij benaderd in welke kerk dan ook.

Dat reactionaire, gefrustreerde, dat zie ik te vaak bij katholieken, in Nederland althans. Zeker, met de nodige uitzonderingen. Maar als ik me voorstel aan boord te moeten springen aan zo’n langzaam zinkende Titanic, voel ik vooral vermoeidheid. Liever blijf ik dan op een van de reddingsbootjes en haal ik een paar mensen uit het water om me heen.

Wij hebben die kernen ook

Maar oké, je drie inhoudelijke vragen. Die zijn stuk voor stuk boeiend en ik heb weer van alles geleerd. Wel valt me op dat je drie keer dezelfde strategie hanteert: je haalt een soort kern uit het verschijnsel (paus, Maria, celibaat) en benoemt daar overtuigend het positieve van. Maar tegelijk, het is natuurlijk niet zo lastig heel andere kernen aan te wijzen en daar het negatieve van te benoemen…

Belangrijker vind ik dat de betreffende kernen ook op heel andere wijzen gestalte kunnen krijgen. Dat spirituele leiderschap dat je noemt, inclusief de institutionele inkadering, dat hoeft niet per se bij een paus te liggen, dat kennen protestanten natuurlijk ook. De modelgelovige vind je alom in het protestantisme, voor die rol is Maria niet nodig. En ook de voorbeeldig levende celibatairen kennen we – ik moet als eerste aan Shane Claiborne denken, die dat een tijd heel bewust heeft gedaan.

Ik besef dat ik soms pittig schrijf, maar ik denk dat je dat waardeert, en ik schat in dat je een vriendelijke glimlach door alles heen leest.

Adios,

Reinier


Lees meer over het boek Flirten met Rome van Almatine Leene, dat voor een gedeelte een serie op Lazarus stond.