Helden en mietjes

Helden en mietjes

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Helden en mietjes – PopUpGedachte donderdag 6 juli

De zon komt net met volle kracht over de nok van het dak aan de overkant schijnen. Recht in mijn gezicht. Een koele wind brengt de geuren mee van de zomer en de belofte van een warme dag. Ik zit boven, op het platte dak. Op eenzame hoogte zo in de vroege morgen. Uitkijkend over al die balkonnetjes waarachter de meesten nog slapen. En ik lees, zoals elke ochtend van elke werkdag. Op zoek naar stilte, naar wijsheid, naar een popupgedachte voor déze nieuwe dag.

One day at a time, is best een goed ritme. Ik red dat helemaal niet. Halverwege de dag ben ik vergeten wat ik die ochtend heb geschreven, omdat de energie van het regelen, ontmoeten, plannen maken en alles zo anders is dan de energie van het schrijven in de ochtend. Maar het idee is mooi. En ook terecht. Dat er elke dag wel iets nieuws ligt te wachten, een nieuwe gedachte, een nieuwe taak.

Gisteren lang doorgepraat met een vriendin in nood. Ze redde het niet meer en dat was niets voor haar. Zij was degene met oplossingen, altijd. En zo niet vandaag, dan toch morgen. Vol vertrouwen, hoop, geloof in haarzelf, in anderen en liefde. En nu niet meer. Op, kapot en over. Wat heeft de wereld aan mij?

De geschiedenis wil romantiek

In de teksten vandaag gaat het over helden. In het boek Jezus Sirach wordt Mozes letterlijk de hemel in geprezen. Izaak en Jakob eveneens. Zij de grote voorvaderen, gelovigen, wonderdoeners. Zij brachten het Joodse volk tot leven. Bij dat soort teksten rinkelen er vijftien alarmbellen tegelijk. De schrijver heeft blijkbaar even geen oog voor de woede die Mozes de toegang tot het beloofde land ontzegde, de koppige eigenwijsheid van Isaak, de slinksigheid van Jakob. Het waren geen mooie mannen, maar de geschiedenis wil romantiek. Helden zijn het, aldus het boek Sirach vanochtend.

En dan Jezus van Nazareth. Ook zo’n held. Vanochtend komt hij Jeruzalem binnenrijden op de rug van een ezel. ‘De menigte van zijn leerlingen begon, reeds op de helling van de Olijfberg, opgetogen en met luider stem God te prijzen wegens alle wonderen die zij gezien hadden. En zij riepen: ‘Gezegend de Koning die komt in de naam des Heren!’ Niet per se heel verstandig om in een door brute Romeinen overheerst gebied een eigen koning uit te roepen, maar Jezus van Nazareth heeft zijn eer. De hemel in geprezen. Pas daarna volgt de dood. De eenzaamheid van in de steek gelaten worden. Het verraad. Maar nu nog niet, nu is hij de held.

Er bestaat geen glorieus leven

Dat wil zij zijn. De oplosser, de held. Niet om zo genoemd te worden, absoluut niet. Maar het geeft wel recht tot bestaan. Dat je iets oplost. En nu is dat er niet. En ik mompel dat het ook wel makkelijk is als je iets kunt oplossen, hè? Dat het echte werk er toch in ligt, middenin de shit het uit te houden. En ik denk aan Tweede Wereldoorlog helden. Hoeveel radeloosheid, niet-weten, falen, kapot zijn, haten, verraad en shit hoorde daarbij? Bij die momenten van heldendom? Er bestaat geen glorieus leven. Ik geloof het niet. Niet als Abraham, Isaak, Jakob en Jezus daar een voorbeeld van zouden moeten zijn. De eerste drie zijn net zo goed verraderlijk, trots, blind, en gehaat, gevlucht en verraden. Jezus zijn route kennen we, dit is een momentje dat hij zelf gaat verstieren door de tempel om te keren en de opruiming van het leven niet te beginnen met die lelijke romeinen maar met de ziel van het Joodse volk zelf.

Paulus dan? Hij wil zwakheid, alleen dan vertrouwt hij zichzelf. Hij heeft pijn en wil verlost ervan worden, maar God schijnt tegen hem te hebben gezegd: ‘Gij hebt genoeg aan mijn genade, kracht wordt juist in zwakheid volkomen. Daarom, zegt hij, lijd ik om Christus’wil gaarne zwakheid, smaad, nood, vervolging, benauwdheid, want als ik zwak ben dan ben ik sterk.’

Ik weet pas als ik val, dat er handen zijn

Zij zou dan op haar sterkst zijn geweest terwijl ze het niet meer wist, en het hart op tafel legde. Geen oplossing, alleen nood. En gezamenlijkheid, dat ook. En ik zou sterker zijn als ik in paniek deel met mijn opdrachtgever of collega’s of PopUpKerk dat ik de toekomst van het project niet voor me zie. En als ik daarover nadenk, is dat eerlijk gezegd waar. De genade van de community, van collega’s en opdrachtgever is zo groot als ik het niet meer weet, het eerlijk niet meer weet. Daar kun je op varen, op staan.

En dat ontdek ik pas als ik mezelf niet meer overeind hou. Zolang ik dat nog doe, vrees ik te vallen omdat ik niet weet dat er een vloer onder ligt. Dat er handen zijn. Dat weet ik pas als ik val. Hoe minder ik val, hoe meer ik de neiging heb om te vergeten dat ik er niet dood aan ga, aan dat vallen. En hoe banger ik dus word, hoe krachtiger ik moet zijn, hoe zwakker ik eigenlijk sta. Paulus heeft gelijk. Als ik zwak ben, ben ik sterk. Niet heel leuk zo’n waarheid overigens, maar waar is waar. Eens zien of ik erop durf te vertrouwen.

Sirach 44:19 – 45:5

2 Korintiërs 12:1-10

Lucas 19:28-40