Uit de tenen

Uit de tenen

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Uit de tenen – PopUpGedachte maandag 10 juli

Ze waren op een strandje, vrienden van mij. Een verjaardagsfeestje wat over zou gaan in een feestje met de PopUpKerk even verderop. Terwijl ik wacht tot de kinderen genoeg hebben van het springkussen even verderop – een toekomst die never nooit niet lijkt te willen aanbreken – wordt de zonnige zomermiddag grimmig. Brandweerwagens komen aanstuiven, tien, twintig branweermensen springen eruit en rennen naar het water, gillende ambulances in de verte en ze blijven maar komen. Brandweerauto na brandweerauto, ambulances, politie. Ik wil niet naar het water lopen, ik wacht. Maar de drukte van een strandje, brandweer, zonnige zomerdag, het belooft niet veel goeds.

Als de kids uitgesprongen zijn en onze vrienden op wil zoeken, zijn ze van het strandje gestuurd. Iemand vertelt me dat er gedregd wordt. Een vijfjarig kind is gevonden. Meteen werden er handdoeken om de plek heen gehangen waar gereanimeerd wordt en het publiek op afstand. Het gegil van de moeder. Onbeschrijflijk, zegt een van ons. Dat wil je niet hoeven meemaken, je wilt het niet eens horen en er zeker niet zijn. Het kind werd in kritieke toestand naar het ziekenhuis vervoerd. Daar is het overleden.

Verdoofd en verward begonnen we aan het popupfeest. Lampionnen, een witgedekte tafel aan het water, slingers, eten, drinken, alles. En we zingen, dat doen we nooit, eigenlijk alleen als we niets meer te zeggen hebben, dan zingen we. Sommigen van ons. Dit lied: Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft, een vuur dat nooit meer dooft.

Verdoofd. Roept het om een vuur dat nooit meer dooft. Maar waar is dat? Voor haar? Voor ons?

Vandaag schreeuwt een profeet een hele nacht tegen zijn God. Samuel. Hij gilt en schreeuwt, woedend en verdrietig. Het lijkt niets eens iets persoonlijks, maar het is het wel voor hem. De koning die hij heeft aangesteld, het is de eerste koning uit de geschiedenis van het volk Israel, heeft zo teleurgesteld dat God heeft aangekondigd dat hij niet meer koning zal blijven. En Samuel schreeuwt het de hele nacht uit tegen de Heer, staat er. Hij had z’n hoop gesteld op die man, het lijkt alsof hij de donkere wereld waar die Koning, Saul is de naam, binnen aan het gaan is voor zich ziet. Het begin van de waanzin. De man heeft niet geluisterd, hij had zich even God gewaand, deze koning. En dat is het begin van het einde voor elk gezond verstand en voor elke gezonde verhouding. En Samuel is woedend.

Een hele oude schreeuw, en een door merg en been gaande schreeuw gisteren. Iemand moet tot verantwoording worden geroepen. Dit mag niet en kan niet. Een langerekt nee, een verzet dat geen zin heeft en toch. Schreeuwen.

In de oude Bijbelse teksten schreeuwt de mens tegen God over God. Wordt beklag gedaan aan de maker van de wereld over de maker van de wereld. Zo niet! Niet deze wereld, niet op deze manier. Niet deze harde werkelijkheid. Waarom schreeuwen ze over God tegen God? Waarom dat verzet tegen de maker over hoe de wereld gemaakt is? Zeg God vaarwel en sterf.

Een luide schreeuw klonk nog op Golgotha, ook Jezus van Nazareth gilt aan het goorste martelwerktuig dat de Romeinen hebben uitgevonden. ‘ Vader in uw handen beveel ik mijn geest.’ Met luider stem. Als een verzet tegen alles dat lijkt weg te willen trekken van de overgave. Als verzet tegen het cynisme wat met brandende spijkers je vast lijkt te willen meppen aan het onbuigbare hout van een verschrikkelijke wereld. En dan niet opgeven, niet het hoofd laten hangen of besluiten dat de wereld klote is en dat we er het beste van moeten maken. Dat het nou eenmaal erg is soms. Maar kiezen voor dat ene perspectief van een maker van de wereld, die net zo schreeuwt en huilt over wat er met zijn wereld is gebeurd. Machteloos ja, almachtig machteloos. Omdat dit nooit de bedoeling was.

En tussen de tranen door zijn er mensen op pad aan het gaan. En niet te weinig. Hordes ambulances, tien brandweerwagens? Of zijn het er meer. Twee brandweermannen springen n een plezierbootje; varen! Daarheen! Er wordt niet gevraagd of zelfs maar verbaast gereageerd. Er wordt gevaren. Tussen de tranen door zien we dertig, veertig, vijftig professionals, waarschijnlijk meer, met alles wat ze hebben in touw om het leven te redden van een kindje van vijf. Dat is ook onze wereld. Dat is ook ons land. ‘ Kijk goed,’ instrueert een vader zijn journaalkijkend kind, ‘als er iets heel ergs gebeurt, kijk dan goed. Want er zijn altijd mensen aan het helpen’

De schreeuw in een verschrikkelijke wereld is al aan het beantwoord worden voordat de schreeuw de ziel verlaat – een schrale, ruwe troost is het enige dat er is: dat we niet alleen zijn. In dit alles. En dat er geen ander alles is dan dit alles. Maar dat we er niet alleen zijn.

1 Samuël 15:1-3, 7-23

Handelingen 9:19b-31

Lucas 23:44-56a