Hoe het woord zonde in de supermarkt een heel nieuwe betekenis krijgt

Hoe het woord zonde in de supermarkt een heel nieuwe betekenis krijgt

Stefan stuit op typisch christelijk jargon op een onverwachte plek: de supermarkt. Hij ontdekt een heel nieuwe betekenis van zonde en aflaathandel…

Laatst kwam ik bij de supermarkt een stickertje tegen: Weggooien is zonde. Het is op producten geplakt die bijna over de houdbaarheidsdatum zijn, een onderdeel van een bredere strategie tegen voedselverspilling. Dit alles draagt natuurlijk bij aan het positieve imago van deze specifieke supermarkt.

Niks mis mee, dacht ik in eerste instantie. Ik heb echter een neiging tot mijmerij. De sticker liet mij niet los.

De secularisering is onze taal voorbij gegaan

Best gek eigenlijk dat een supermarkt zomaar een woord als zonde gebruikt. Menig dominee of pastoor mag het tegenwoordig niet meer in de mond nemen. Zonde lijkt voor kerkmensen een vies woord te zijn, maar de supermarkt neemt het zonder gêne over. Wat is er aan de hand?

Ook als in het dagelijkse leven iets misgaat en mensen dit erg jammer vinden, roepen ze weleens: ‘Dat is toch zonde!’ Denkt iemand daarbij nog aan de theologische lading van dit begrip? Er zijn ook duiveltjes en engeltjes in de reclame, de pretparken beloven de bezoekers het paradijs en in de sport gebeuren af en toe wonderen.

Het lijkt erop dat de secularisering onze taal voorbij is gegaan. Vaak zijn het juist de woorden die in de theologische mottenballen zijn gelegd, die terugkomen buiten de muren van de kerken. Want daar hebben ze nog een betekenis voor mensen.

Niet zonde, maar schuld

Ik sprak de schappenvuller erop aan. Ik zei: ‘Eigenlijk zouden jullie niet over zonde, maar over schuld moeten praten.’ De jongen reageerde met een blik van: loopt dit goed af of moet ik de beveiliging erbij roepen? Ik mompelde een excuus en liep door naar de zuivelproducten.

Schuld, zo had ik hem graag willen uitleggen, is een werelds begrip. Het gaat over een relatie met jezelf en met anderen die verstoord is. Zonde maakt van de relatie tussen jou en de ander een driehoek. Het schuldig zijn of iets schuldig blijven van de mens raakt met andere woorden ook zijn relatie tot God. De winkel zou het dus eigenlijk over schuld moeten hebben, want het is een supermarkt en geen kerk.

Moderne vorm van aflaathandel

Toen ik mijn boodschappentas verder vulde, had ik nog een andere associatie. Eentje die ik – uit ervaring wijs geworden – voor mezelf hield. Het lijkt erop dat de winkel met zijn actie tegen voedselverspilling een moderne vorm van aflaathandel heeft opgezet.

De straffen die je in het hiernamaals voor je zonden op aarde kreeg opgelegd, kon je vroeger afkopen. Deze aflaat werkte zelfs voor mensen die al in het vagevuur zaten – ook weer zo’n raar christelijke woord. Iemand kon dus heel praktisch iets doen voor zijn of haar nabestaanden die waren overleden. Het is geen verrassing dat de reformatoren ingingen tegen dit gesjacher met God. Groot gelijk hadden zij.

Perfect gecommercialiseerd

Vandaag de dag zouden ze deze supermarkt een veeg uit de pan moeten geven. Want hier betaalt de klant, zodat het bedrijf niet aan ‘de zonde ten prooi valt’ door eten weg te gooien. De klant moet dus de schuld van het bedrijf afkopen. De moderne aflaat is perfect gecommercialiseerd. Maar nog steeds geeft deze aflaathandel – net zoals vroeger – iedereen een goed gevoel.

Ik schoof aan in de rij voor de kassa om af te rekenen, zeg maar voor het laatste oordeel. Het stickertje leverde mij een korting op van 35 procent. Mooi meegenomen, die zonde.


dr. Stefan Gärtner is universitair docent praktische theologie aan de Tilburg School of Catholic Theology