Hoe Jezus niet over het water liep, maar dwars door de dood banjerde

Hoe Jezus niet over het water liep, maar dwars door de dood banjerde

Of Jezus écht over het water heeft gelopen? Mwah, die vraag is niet zo interessant, zegt Dries. Ook Alain kijkt voorbij dit ‘kinderbijbelverhaal’.

De theologen uit ons panel – Dries van den Akker, s.j. en Alain Verheij – lezen vandaag Matteüs 14: 22 tot 33.

Tegen het einde van de nacht kwam hij naar hen toe, lopend over het meer.

Dries:

In de tijd dat ik theologie studeerde was het een hot item: ‘Heeft Jezus werkelijk over het water gewandeld of niet?’ Met andere woorden: is het een historisch feit dat een voorhistorische camera had kunnen vastleggen? Gedurende de tijd dat ik Levensbeschouwing gaf op de middelbare school kwam die vraag zo nu en dan weer boven.
Hoe indringend ogenschijnlijk ook, toch stuurt die vraag mij de verkeerde kant op. Waarom?

Láát Jezus over het water hebben gewandeld: nou en? So what? Ik antwoordde aan leerlingen: ‘Pak je geschiedenisboekje, en noteer bij het jaartal 30 na Christus: ‘Jezus van Nazareth wandelt over het water.’ Leer het uit je hoofd en als ik er op het proefwerk naar vraag, heb je een tien als je het juist zo kunt opschrijven.

Wat de zee betekent in bijbelse termen

De zee is in de bijbelse cultuur een gevaarlijk ding. Een monster dat mensen opslokte, zoals we lezen in het boek Jona. Als Mozes met zijn volk een nieuwe toekomst tegemoet gaat, moet eerst ‘de zee’ opzij geschoven worden (Exodus 14). En als de Bijbel droomt van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde – waar alle kwaad vergeten is en alle leed geleden – dan gaat ze ervan uit dat er geen zee meer zal zijn (Openbaring 21,01).

Trouwens, in het levensverhaal van Jezus zelf horen we daar een aangrijpend voorbeeld van. Hij geneest een man die bezeten is van een legioen duivelse geesten. Hij was door geen mens in bedwang te houden. Zelfs niet door kettingen. Hij woonde in grafspelonken. Misschien was die man wel de dood zelf. Welnu, Jezus bevrijdt hem van die menigte dwingende, duivelse geesten. Zij vragen of zij in varkens mogen varen, de onreine beesten bij uitstek in de bijbelse wereld. Vervolgens storten die zwijnen zich in zee. Immers daar, op de bodem, horen ze thuis.

En dan vertellen de evangelisten dat Jezus ‘doodleuk’ óver die zee wandelt (Matteüs en Marcus). Hij domineert de plek vanwaar het kwaad zijn macht over mensen uitoefent.

Dat Jezus over de zee wandelt is een geloofsuitspraak. Durf ik geloven dat zijn geest alle kwaad de baas is, terwijl ik op veel plaatsen om mij heen zie dat dat (nog lang?) niet het geval is? Durf ik met Jezus over dat water te wandelen? Petrus vroeg erom, maar was zo ver nog niet; hij zonk weg. En ik?

‘Nu zitten wij nog altijd met dat kinderbijbelverhaal opgescheept’

Alain:

Durf ik met Jezus over dat water te wandelen? Nou, liever niet, als ik eerlijk ben. Het is zo’n flauwe metafoor die telkens weer terugkomt. De zee is het universele symbool van de grote onverzadigbare dood, maar Jezus komt er even overheen gelopen en Petrus doet dan overmoedig mee.

Niet zo gek dat Petrus vlak daarna zinkt, maar wel vervelend voor ons, want we zitten nu nog altijd met dat kinderbijbelverhaal opgescheept. ‘Hij zonk omdat hij begon te twijfelen’, vertelden ze me dan vroeger. Nee zeg, verheffende boodschap, bedankt.

Als dat het evangelie is…

In dat verhaal ligt het altijd aan jou als je ten onder gaat. Je was of te laf om het schip te verlaten en met Jezus over de golven te gaan banjeren, of je deed wel je best maar ging uiteindelijk toch nog dood omdat je het in je hoofd had gehaald om te gaan twijfelen. Als dat het evangelie is…

Een jaartje of dertienhonderd voor Jezus’ actie ontstond er een ander verhaal in deze streek. De Ugaritische mythe van Baäl. Daarin strijdt de hoofdpersoon (de stormgod Baäl) met Yamm, de zeegod. Aanvankelijk loopt dat ook wat kinderachtig af, want een andere god maakt toverwapens voor Baäl en daarmee sloopt hij Yamm, om vervolgens een overwinningsmaal te houden. Gaap.

Niks geloofstriomf

Niet veel later komt Baäl echter tegen een andere god te staan: Mot, de god van de dood. Van hem verliest Baäl het. Onze held eindigt in het dodenrijk. Pas lange tijd later wordt hij gevonden en gered door zijn zuster-vrouw Anat, die de echte verlosser in het verhaal is.

Spreekt mij meer aan, dat laatste.

Een god die de zee trotseert, maar dan toch nog dood eindigt en door zachte krachten moet worden opgewekt. Niks geloofstriomf.

Vergeef die man die zinkpartij, Jezus kon het uiteindelijk ook niet

Zo ziet Leonard Cohen het verhaal van Jezus ook, in zijn beroemde ‘Suzanne’. Hij liep wel over het water, maar uiteindelijk werd hijzelf ook gebroken. Een paar hoofdstukken na het onze eindigt Jezus immers aan het kruis.

‘Forsaken, almost human, he sank beneath your wisdom like a stone.’

Waarom zouden we Petrus zijn zinkpartij niet vergeven als het Jezus zelf ook niet lukte om op aarde te blijven drijven?

Echte verlossing was nooit: over water lopen.

Echte verlossing lijkt meer op wat Mozes en zijn volk overkwam.

Je wordt gered, dwars door het water van de dood heen.


Dries van den Akker, s.j. is jezuïet en oud-docent godsdienst, catechese en levensbeschouwing.

Alain Verheij is theoloog en promoveert op Ugaritische mythen.

Lees hier de vorige aflevering:

Het cryptische antwoord van Jezus op een van de meest gestelde vragen