Het moeilijkste gesprek dat er is: dat met mede-christenen

Het moeilijkste gesprek dat er is: dat met mede-christenen

Marieta krijgt een uitnodiging om iets over Lazarus te vertellen. Een uitnodiging die ze aanneemt, maar niet zonder de nodige stress. Want hoeveel kans van slagen zou het gesprek hebben? 

Of ik langs wilde komen om op Radio 5 iets over Lazarus te vertellen. Op dat soort verzoeken zeg ik eigenlijk altijd ja, omdat ik erg enthousiast ben over datgene wat we bij Lazarus doen. Toch was ik voor dit gesprek bij voorbaat al zenuwachtig.

Niet omdat het live-radio was.

Ik werd uitgenodigd om tijdens de Muzikale Fruitmand iets te vertellen over Lazarus. Dat radioprogramma is met recht een instituut en het klinkt vandaag de dag nog steeds hetzelfde als tientallen jaren geleden, toen bij mijn ouders en bij mijn oma ook de koorzang uit de radio schalde. Ik weet hoe vooral ouderen zich bij dat programma nog veilig voelen, getroost worden door de woorden van weleer. En juist in dat programma zou ik moeten inbreken met woorden van vernieuwing en verandering. Ik kreeg bij voorbaat al medelijden met de luisteraars, en met mezelf.

Ik voel me miskend door die vragen

Ik praat graag met niet-gelovigen of anders-gelovigen. Maar vreemd genoeg gaan de conversaties met mede-gelovigen me vaak niet zo goed af. Alsof ik over moerasgrond loop en bij elke stap die ik zet, kan wegzakken.

Het begint al bij mijn gedachten vooraf: ik begin vaak met wantrouwen. Want in hoeverre krijg ik van mijn gesprekspartner de gelegenheid om mijn verhaal te vertellen? Of wordt het een monoloog van de ander? Worden de vragen gesteld vanuit interesse of zijn ze een meetinstrument voor een beoordeling van geschiktheid of ongeschiktheid: ‘Maar waarom moet het zo moeilijk, de Bijbel is toch duidelijk?’ bij elke nuance die ik probeer in te bouwen. Of: ‘Je weet toch dat Jezus aan het kruis is gestorven voor je zonden.’ En: ‘Wie is Jezus dan voor je?!’

Ik ben regelmatig door die vragen en opmerkingen dichtgeklapt. Ik voel me erdoor miskend. Ze doen geen recht aan mijn omgang met de Bijbel, aan mijn geloof. Bovendien is de conversatie meestal voorbij, het vergt namelijk bovenmenselijke inspanning om na dit soort vragende verwijten nog iets van je hart te laten zien.

Ik ben niet de enige die bang is voor deze gesprekken. Ik hoor het terug van vrienden, zelfs van voorgangers. De binnen-christelijke conversatie is een van de moeilijkste in communicatieland. Met als gevolg dat-ie veel wordt gemeden. In geloofsgroepen, kerken, vriendengroepen, families. Ouders praten maar niet meer over geloof met hun kinderen, ‘zo ongezellig’. Kinderen hebben het er maar niet meer over met hun ouders: ‘ze snappen het toch niet’.

Laat het geloofsgesprek geen test worden

Maar het is zo jammer als we ons door die angst en dat wantrouwen laten leiden. Als dat het begin is van het gesprek. Op Lazarus zie ik dat het ook anders kan. Daar proberen we dat een beetje te doorbreken. Door verschillende geluiden te laten klinken, door mensen hun verhalen te laten vertellen. Door het oordeel over (geloofs)opvattingen achterwege te laten. Ik geloof daarin en zie wat het met mensen doet. Wat een opluchting het kan zijn en hoe mensen uiteindelijk elkaar beter gaan begrijpen.

Vandaar dat ik plaatsnam achter de microfoon en over Lazarus vertelde, zo goed als ik kon. Omdat ik me niet wilde laten leiden door de angst en zo graag de brug wil slaan. Omdat alleen wederzijds begrip ervoor zorgt dat je elkaar niet verliest.

Laten we daarom dat geloofsgesprek blijven voeren en oppassen dat we niet verzanden in een test waarin geloofszekerheden, dogma’s en opvattingen worden afgevinkt. Of juist een klaagzang waarin de checklist met de juiste twijfels, ergernissen en niet-dogma’s wordt afgewerkt, want andersom gebeurt het ook.

Het is heilzaam, op z’n tijd. Maar het is niet het soort gesprek waarmee je de ander recht doet en verder komt. En waarin je de ander echt ontmoet…

Luister hier naar Lazarus bij de Muzikale Fruitmand