Over wilde beesten en gevallen engelen

Over wilde beesten en gevallen engelen

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Over wilde beesten en gevallen engelen– PopUpGedachte donderdag 31 augustus 2017

Het is stil. Op de achtergrond hoor ik slechts de ademhaling van mijn zoontje. Hij is wat verkouden, dus zijn ademhaling is luid. Maar rustig. Een enkele vogel. Verder stilte en donker. En ik bid. Tenminste dat probeer ik. Het blijft een vreemde oefening, woorden vormen zich in mijn hoofd, gedachtes. Maar eigenlijk gaat het te snel, het is alsof gedachtes harder gaan dan dat je ze kunt voelen en ervaren.

Er dwarrelen gedachtes doorheen

Ze maken hink-stap-sprongen en terwijl ik formuleer dat ik dankbaar ben voor een nieuwe dag, dwarrelen er ook gedachtes doorheen. Die me bevragen of ik dat wel meen. Me zeggen dat het een goed idee zou zijn om eerst koffie te zetten, want dan ben je fitter. Waardoor ik me afvraag of er überhaupt nog wel koffie is of dat ik straks met thee de dag moet beginnen – en dan pas: oh ja, ik wilde bidden.

Wat is dat voor iets? Dat bidden? Het helpt om de woorden zacht voor me uit te fluisteren, maar ik voel me dan ook altijd een beetje zitten. Misschien heel ongelovig hoor. Aan de andere kant – als je niet zou beseffen dat het een vreemde oefening is, ben je ook een beetje het contact met de aarde kwijt toch? In elk geval de West-Europese 21e eeuwse aarde.

Een beetje sprookjesachtig

Ik hoor de stilte ruisen. Alsof je een schelp tegen je oor drukt. Het is bijna beklemmend. En dan het waarom, wat wil ik hier vinden? Betovering, heb ik het wel eens genoemd. Dat de trillende lucht om me heen, het leven dat door mijn aderen stroomt niet zomaar toevallig is. En dat daardoor heen en tussen een kracht aanwezig is die mij kent, en ziet en hoop geeft. Een aanwezigheid van een almachtige.

Het is een beetje sprookjesachtig, maar zoals Grunberg dat alweer lang geleden schreef over een gebed bij het sterfbed van zijn moeder: We hebben het onredelijke nodig om te beseffen dat we geen goden zijn, eerder bij de wilde beesten of de gevallen engelen.

Ik vind dat prachtige zinnen en ze raken aan waar ik wil staan. Goden hebben geen aanwezigheid nodig die hen ziet, die hen liefheeft, die de geschiedenis leidt: dat doen zij zelf. Wilde beesten en gevallen engelen gelóven niet in iets of iemand die hen ziet, die hen liefheeft en die hun geschiedenis leidt – totdat ze stilgezet worden. De kop opheffen, in de wind snuiven, nog eens schudden met hun manen en zich niet aan de indruk kunnen onttrekken dat iets of iemand om hen geeft en hen verzorgt. Doe mij maar dat.

Verlangen naar de Maker

‘Nader tot God’ schrijft Jakobus, de man van actie en niet lullen maar poetsen, ‘nader tot God en hij zal tot u naderen’. Laat datgene wat je allemaal nog wilt even achter je. Laat de verlangens en behoeftes en wat je allemaal nodig zou hebben even los. Laat zeker de jaloezie los, het willen hebben van dat wat je niet kunt krijgen – zo zegt hij het in elk geval. Terwijl dat lastig geformuleerd is, want als je zou weten dat je het niet kunt krijgen is het verlangen misschien ook al snel weg. Hoe zou je weten dat je iets niet kunt krijgen? Jakobus draait het om, verlang naar de Maker, want die verlangt naar jou.

Zoals in Gerard Reve’s dagsluiting: ‘Eigenlijk geloof ik niets en twijfel ik aan alles, zelfs aan U. Maar soms, wanneer ik denk dat Gij waarachtig leeft, dan denk ik dat Gij Liefde zijt en eenzaam, en dat, in dezelfde wanhoop, Gij mij zoekt, zoals ik U.’

Het maakt mild

Bidden is niet het indienen van verlangens naar iets om te hebben, naar veiligheid, naar rust. Ook al kan het heel erg helpen om dat even uit de weg te ruimen door het maar op tafel te leggen. In gedachtes, in woorden, in schrijven. Uiteindelijk is bidden verlangen om te leven. In het besef dat er een andere aanwezigheid, die in en door en onder de geschiedenis zijn of haar weg gaat en jou en mij bedoeld heeft, zoekt en je mee wil nemen op weg naar een veranderde wereld.

Het maakt mild, volgens Jakobus. ‘Er is maar één wetgever en rechter, maar gij, wie zijt gij dat gij over u uw naaste oordeelt?’ Hoe makkelijk gaat het weer over de ander, hoe die zou moeten zijn. Dan is het irrationele weer verdwenen en zijn we zelf goden geworden. Wilde beesten, gevallen engelen, die door een huivering bevangen opkijken, omdat ze zeker weten dat ze gezien worden, gevolgd en verzorgd. Niet om minder zichzelf te zijn, maar steeds meer.

Nader tot God, en hij zal tot u naderen. Tussen dwarrelende gedachtes, onhandig gefluister van woorden huist verlangen en verlangen is alles. Dat zal beantwoord worden.

1 Koningen 11:1-13

Jakobus 3:14 – 4:12

Marcus 15:12-21