Wie kan beslissen moet belissen

Wie kan beslissen moet belissen

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag. 

Wie kan beslissen, moet beslissen – PopUpGedachte vrijdag18 augustus

De laatste van de werkweek alweer. Een kleine serie komt tot een einde. Een open einde, want er was een open begin. Steeds blijkt bij het einde van de week, dat elke week toch weer een serietje vormt. Ditmaal over macht en wat je kunt. Van ‘Ik kan niets’ op maandag tot via ‘Bang voor het volk’ naar de ‘Omkering van Alle Waarden’. Vandaag komt dat serietje tot een einde als de teksten de verantwoordelijkheid voor elke keuze die je hebt gekregen bij mij, bij ons, neerlegt en min of meer zegt: verlang niet naar teveel macht, wee hem of haar die de keuze heeft hoe een ander te behandelen, want wat je gevraagd wordt is niet eenvoudig.

De koning komt terug vanochtend. Zijn volk heeft hem verraden, ze hebben zijn opstandige zoon Absalom gevolgd en hem proberen af te zetten. Nu is die zoon verslagen en gedood en wil het volk nederig de grote koning David terug. En hij komt. Een deel van het volk trekt hem tegemoet om hem bij de oversteek van de Jordaan, de symbolische grens over te steken. Belangrijke figuren die de koning in het verleden hebben gesteund en nu niet weten of ze uit de gratie zijn  gevallen, komen hem tegemoet en vallen hem te voet – met excuses, overgave, nederige teksten en hoop dat er gratie is. En de terugkeer van David is geen zegetocht en geen wraakroute. Elke vraag om weer in de gunst te komen wordt gehonoreerd, de begeleiders die zich aanbieden met waardering ontvangen. Hier komt geen koning zijn macht herstellen, zijn geknakte figuur rechttrekken, hier loopt een man die genoeg heeft van bloedvergieten en machtsspelletjes. Hij steekt handen uit, helpt voormalige verraders overeind, hier loopt een mens, geen koning. En daarom is het zo ongelofelijk koninklijk. Mocht er een wederkomst zijn, een terugkeer van God naar de aarde, laat die dan in Godsnaam zo zijn. Dat de rottige spijt die we voelen over hoe we de wereld hebben verkloot, hem voor de voeten kan worden geworpen en er niet meer klinkt dan: sta op, kom mee, we gaan, het is goed. Geen machtsstrijd, geen groot tribunaal, geen afrekening zoals bij elke machtsovername en machtsherstel eigenlijk hoort.

En voor het eerst lees ik dit tekstje, een citaat van David, op een andere manier: De Heer heeft gesproken tot mijn Heer, zet u aan mijn rechterhand, totdat ik uw vijanden onder uw voeten heb gelegd. Ik zie soldatenlaarzen op nekken van overwonnen mannen, afrekening en eindelijk recht. Maar als ik David bezig zie bij zijn terugkeer, lijkt het ‘onder de voeten’ eerder ‘aan de voeten’: de koning krijgt de mogelijkheid om gratie te verlenen en doet dat rucksichtlos, de een na de ander. Zonder groot vertoon, zonder vlaggewapper, gewoon in het voorbijgaan.

‘Hoedt u voor de schriftgeleerden’ zegt Jezus vanochtend ‘die graag in lange gewaden rondlopen en zich laten groeten op de markt.’ Hoedt u voor hen, niet omdat het eikels zijn, of arrogante betweters, maar omdat je niet moet zitten hopen op die macht, op die vooraanstaande positie. Omdat er maar weinig met die macht kunnen wat David er mee deed; kleinmenselijk, bewust van de verantwoordelijkheid en zonder poeha gratie verlenen. ‘belust zijn zij op de voornaamste zetels in de synagoge, maar de huizen van de weduwen slokken zij op terwijl zij voor de schijn lange gebeden verrichten.’

Verlangen naar de macht, naar aanzien, naar de mogelijkheid om de keus te hebben – niemand zou het moeten verlangen, want de verantwoordelijkheid die erbij komt kijken. Wie kan dat dragen. Wie kent de graciositeit van David – gratie verlenen in het voorbijgaan. Op het schild getild juist er van af komen om samen met de mens die het oordeel vreest verder op pad te gaan; kom, we gaan, samen, werk aan de winkel.

Wie ligt er in mijn handen? Wie kijkt naar mij voor een beetje bevestiging? Wie kinderen heeft, weet wat het is om een verantwoordelijkheid te dragen die je niet aankunt. Een van mijn vrienden zei: ‘ik heb als ouder zoveel krassen op de ziel van mijn kinderen gezet.’ Hij is als vader uniek in het bewustzijn ervan en het verwoorden, niet in het aanbrengen van die krassen. Dat doen ze allemaal. Steeds weer is het mijn ego of mijn angst of mijn irritatie die maakt dat ik uitval naar een kind dat mij gegeven is om voor te zorgen met oog op het kind, niet op mijzelf. Wee degene die veel gegeven is om zorg voor te dragen, want wie kan beslissen moet beslissen. Het is niet eenvoudig om degene te zijn die moet beslissen om te vergeven, of niet. Het is niet eenvoudig om iemand te zijn waar wie dan ook naar opkijkt met de vraag: waardeer me, geef me een plek, erken mijn bestaan. Op welke plek iemand ook staat in het leven; altijd zal er iemand die vraag stellen.

En mijn conclusie van vanochtend is: vraag niet meer om meer aanzien, meer macht, meer positie, want wie zou het kunnen – zo van het schild afkomen als David en samen met de ander optrekken, waarderend, genadig, liefdevol – wie het dan ook is, wat de geschiedenis ook is. Verlang niet naar meer gezien te zijn, want wie gezien wordt, heeft de verantwoordelijkheid om dan ook om te zien, rücksichtslos om te zien.

2 Samuël 19:24-43

Handelingen 24:24 – 25:12

Marcus 12:35-44