Hoezo hoef je niet bang te zijn

Hoezo hoef je niet bang te zijn

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Hoezo hoef je niet bang te zijn? – PopUpGedachte vrijdag 25 augustus

‘We staan voor onze taal, onze natie, ons land’ – zo begon het genootschap van ‘Regte Afrikaners’, aldus een plakaat aan de muur van het Hector Peterson Museum in Johannesburg. Hector was zeven en stierf aan de kogels van de Afrikaners, die stonden voor hun taal, hun natie, hun land. Hector was meegelopen in de optocht van scholieren die protesteerden tegen het feit dat op hun scholen opeens Afrikaans de verplichte taal werd. De leerlingen spraken het niet, of nauwelijks, de docenten ook niet. Ze kwamen in opstand en met grimmige overtuiging op hun gezichten of juist uitgelaten en vrolijk leuzen schreeuwend trokken ze in optocht door Johannesburg tot het uit de hand liep. Hector had geen idee, hij liep mee, en zo ging hij dood.

Het is een op z’n zachtst gezegd ongemakkelijke ervaring om als witte uitzondering daar die tekst te staan lezen. En de foto’s te zien. Waar zonder uitzondering de witten de agressor waren. En ik kon voelen hoe het moest zijn voor Duitsers om in een Nederlands verzetsmuseum rond te lopen, waar teksten zeggen: de Duitsers dit, de Duitsers dat. Het zinnetje; we staan voor onze taal, onze natie, ons land’ deed me huiveren. Thierry Baudet had het kunnen zeggen, Donald Trump, de nazi’s van Charlottesville maar zelfs de redelijke witte rechtsdenker die gewoon vind dat het allemaal niet verloren mag gaan, zoiets.

De angst. De angst om het te verliezen. De angst om het niet te overleven. Het maakt lelijke mensen van ons. Of misschien is het nog onprettiger: het toont wat voor lelijke mensen we zijn als de situatie niet comfortabel meer is. Niet alleen, zeker niet, niet allen. Er is altijd een keus. Het is niet de angst die van mensen lelijke mensen maakt, dat zou ons passief maken. Maar in de angst dient zich een keuze aan. Net zoals gisteren uit de teksten opdook dat het niet de ellende zelf is die we bevechten of die maakt dat we iets doen – de Bijbelse teksten helpen mij te beseffen wat er mogelijk is, wie je kunt worden ín ellende.

Jezus zegt tegen zijn leerlingen, vlak voor zijn dood: Allen zult gij ten val komen, want er staat geschreven: ik zal de herder slaan en de schapen zullen verstrooid worden. Maar na mijn verrijzenis zal ik jullie voorgaan naar Galilea. Petrus daaroverheen, natuurlijk Petrus; Al komen allen ten val, ik zeker niet. Jezus antwoordde hem: nog deze nacht, voordat de haan tweemaal kraait, zult juist gij mij driemaal verloochenen. Maar met nog meer nadruk verzekerde Petrus: Al moest ik met u sterven, in geen geval zal ik u verloochenen.

Petrus was totaal overtuigd. Zoals witte Afrikaners totaal overtuigd waren dat ze nooit een zevenjarig schooljongetje zouden doodschieten uit angst. Maar we weten helemaal niet wat angst doet, Petrus zeker niet. Hij dacht een verwijt te horen, maar hij kreeg een onontkoombare mededeling. Dit is wat er gaat gebeuren, ik zie jullie daarna wel weer in Galilea, ok?

Diepe, gore angst. Misschien ongefundeerd, maar wie zal dat over een andermans angst durven zeggen? Angst is angst en het grijpt je bij de keel. Mijn comfortabele positie in de samenleving maakt dat ik zal zeggen dat ik liever zal sterven dan met racistische leuzen over straat loop. Of liever zal sterven, dan begrip tonen en me distantiëren van mijn opvatting over gastvrijheid en samenleven. Maar is dat zo?

Jezus zelf gaat hierna de olijfberg op om te bidden en er staat dat hij zich ontsteld en beangst begon te voelen. Hij wierp zich ter aarde en zei: Voor u is alles mogelijk; laat deze beker Mij voorbijgaan. Maar toch: niet wat Ik maar wat U wilt.’

Er is geen speler in dit spel zonder angst. De soldaten die hem komen arresteren, de leiders die hen opdracht gaven, de leerlingen, Jezus van Nazareth zelf. Angst is niet een optie, het is een gegeven. Alleen dat al Petrus, had je zo kunnen redden. Weten dat de angst komt en dan ter aarde vallen en blèren dat je dit niet wilde, dit niet aankon, dat je … maar niet wat ik wil, niet wat ik vrees, niet hoe ik mezelf bescherm – maar er moet gebeuren wat moet gebeuren.

Als de angst ons overrompelt, neemt de onderbuik het over. Daar is deze tekst goed voor. Dat de angst niet meer overrompelt en de woorden klaar liggen: niet mijn wil. Niet mijn wil. Niet mijn land. Niet mijn taal. Niet mijn natie. Niet mijn wil. Maar de uwe. En de uwe gaat nooit over mij, maar over menselijkheid, over overgave, over liefhebben en loslaten en het behoud van menselijkheid als de mens zelf het gevoel krijgt bedreigd te worden.

De zin ‘mijn taal, mijn land, mijn natie’ zou nooit meer gebruikt mogen worden. Door niemand. Niet alleen vanwege Hector Peterson en zijn dood. Maar ook vanwege Jezus van Nazareth, want hij zei: niet mijn taal, niet mijn land, niet mijn natie, niet eens mijn wil. Laat dat de Joods-christelijke erfenis zijn samen met het besef dat angst, diepe, gore, trillende angst onvermijdelijk is – maar dat er iets te kiezen valt. Oh en nog één ding: de lelijke keus is nooit het einde van de zaak: ‘Zie jullie daarna wel weer in Galilea. Hebben we het er over.’

1 Koningen 5:1 – 6:1,7

Handelingen 28:1-16

Marcus 14:26-42