‘Mijn deur stond op een kier, maar hij sloeg ‘m met een klap dicht’

‘Mijn deur stond op een kier, maar hij sloeg ‘m met een klap dicht’

Janneke merkt al jong dat ze anders is. Wanneer ze als 18-jarige voor het eerst met haar mentor over haar homoseksuele gevoelens durft te praten, komt ze van een koude kermis thuis…

Een op de tien mensen is homo en dat betekent dat er in deze groep minstens een homo zit’, zegt de leider van mijn catechisatiegroep plotseling. Iedereen kijkt elkaar aan en sommigen beginnen te lachen. En ik? Het zweet breekt me uit, mijn hoofd kleurt rood. Toch kijk ik met de anderen mee en probeer de ‘homo’ aan te wijzen. Ondertussen is ‘ik niet, ik niet!’ het enige dat ik kan denken.  

Ik wist het stiekem wel

De catechisatie kon mij niet snel genoeg voorbij gaan. Ik hoopte vooral dat mijn ongemak niemand was opgevallen en dat de leider weer doorging met de lesstof. Als de avond voorbij is en ik er zonder kleerscheuren vanaf denk te zijn gekomen, fiets ik samen met een vriend naar huis.

Op het kruispunt waar we afscheid nemen, zegt hij ineens: ‘Volgens mij ben jij die ene die ooit een keer uit de kast gaat komen’. Met bonkend hart fiets ik naar huis. Ik zou nooit hebben toegegeven hebben dat ik op vrouwen val, want dat erkende ik niet van mezelf en wist ik dus ook niet. Toch heb ik momenten gehad zoals deze waarop ik twijfelde en het stiekem wel wist.

Netjes volgens het boekje

Zo was het die ene keer in de klas. Ik kreeg de kriebels van een meisje. Zou ik verliefd op haar zijn? Eenmaal thuis liep ik naar de kamer van mijn zus, waar een boekje stond over verliefdheid. Ik had er al eens eerder in gebladerd en had gezien dat er iets over homoseksualiteit in stond.

Ik hoopte dat niemand binnen kwam en sloeg snel het hoofdstuk open over homoseksualiteit. Daar stond het: ‘Elke puber twijfelt wel eens aan zijn geaardheid. Dat is normaal en gaat weer weg. Heb je er na je pubertijd nog last van? Dan moet je eens met iemand gaan praten.’

Ik heb het netjes volgens het boekje gedaan. Op mijn 18e heb ik er dan ook pas voor het eerst over gepraat met mijn mentor. Dat kwam omdat ik alweer een tijdje iemand leuk vond en die persoon was geen man. Hortend en stotend kwam het eruit. ‘Ik .. ik uh.. ja ik .. ik denk dus soms.. nou ja.. dat ik misschien wel.. soms… uh… verliefd ben op uhm.. meisjes?’

Genezen van je homoseksualiteit

‘Dat is niet waar,’ zei mijn mentor overtuigd. Dat idee baseerde hij op het feit dat hij een homo kende en ik anders was dan hij. Bij mij zouden mijn gevoelens een andere oorzaak hebben. Omdat we vaker vertrouwelijke gesprekken hadden gehad, nam ik dit voor waar aan. Mijn mentor raadde me aan met mijn innerlijk aan de slag te gaan en zei me naar een conferentie van Leanne Payne te gaan.

Leanne Payne had namelijk het boek Genezing van de homoseksueel geschreven en gaf conferenties over innerlijke genezing. Hier moest ik eerst maar eens mee aan de slag voordat ik uit de kast zou komen, was mijn mentor’s advies. Als het na deze conferentie en helingsproces nog niet over was, dán moest ik nog maar eens gaan praten…

Op een kier…

Met mijn mentor heb ik geen woord meer gewisseld over homoseksualiteit. Het was een deur die op een kier stond en met een klap dichtgesmeten werd. Ook de conferentie heb ik nooit bezocht, maar enkel omdat het mij te duur was. Het ‘genezingsproces’ werd na dit gesprek wel in gang gezet.

Hoe dat eruit heeft gezien en wat dat met mijn geloof heeft gedaan? Dat lees je in mijn volgende blog.


Janneke (26, pseudoniem) woont samen met haar vriendin Nienke en werkt als pedagogisch medewerker met alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Als gelovige worstelde ze jarenlang met haar geaardheid. Voor Lazarus schrijft ze over dit grillige proces.