Het wordt tijd dat God weer een plek krijgt in het gesprek over moraal

In een tijd waarin meningen steeds vaker tegenover elkaar staan vraagt Rik zich af of je wel goed kunt nadenken over wat goed of fout is vanuit een atheïstisch wereldbeeld.

Het wordt tijd dat God weer een plek krijgt in het gesprek over moraal

Moraal is overal. Wij geloven dat mannen en vrouwen gelijke rechten hebben. Wij zijn van mening dat het immoreel is om mensen te doden puur omdat ze jouw geloof niet meer aanhangen. En wij walgen van het idee van vrouwenbesnijdenis.

Iedereen heeft allerlei morele opvattingen. So far, so good, zou je kunnen denken. Maar moraal – het hebben van overtuigingen over wat goed en kwaad is – levert een interessante uitdaging op voor een aantal levensbeschouwingen. Het is namelijk helemaal niet zo duidelijk hoe je morele opvattingen ooit zou kunnen rechtvaardigen: wat maakt nou dat mannen en vrouwen inderdaad gelijke rechten hebben?

Is iets goed omdat we het hebben afgesproken?

Je zou kunnen zeggen: dat is zo omdat we dat met elkaar hebben afgesproken. Maar dat antwoord is op z’n zachtst gezegd niet helemaal overtuigend. Er zijn immers miljoenen mensen op aarde die menen dat vrouwen niet dezelfde rechten hebben als mannen. Bovendien zijn er legio opvattingen waar wij het zelfs in Nederland niet met elkaar over eens zijn, zoals die omtrent Voltooid Leven. Er is niet zoiets als een serie algemene afspraken over goed en kwaad waar we het allemaal over eens zijn en waar iedereen zich aan houdt.

Een andere optie is dat morele opvattingen niet waar of onwaar zijn. Het zou bijvoorbeeld gewoon een kwestie van smaak kunnen zijn. De een vindt dit en de ander vindt dat, en dat is het belangrijkste dat je erover kunt zeggen. Deze opvatting wordt moreel nihilisme genoemd, met Friedrich Nietzsche als voorbeeld. De denkbeelden worden de laatste jaren ook vertegenwoordigd door de Amerikaanse filosoof Alex Rosenberg, die het als volgt definieert: ‘Nihilisme vertelt ons dat morele opvattingen allemaal onwaar zijn. Iets preciezer gezegd, het claimt dat ze allemaal op onware ongegronde vooronderstellingen gebaseerd zijn. (…) Nihilisme ontkent dat er ook maar iets is dat in zichzelf goed is of in zichzelf slecht.’

Niemand wil toch een morele nihilist zijn?

Toch denk ik dat er eigenlijk geen echte morele nihilisten zijn: zodra de vriendin van de morele nihilist in het park gemolesteerd wordt, blijft er weinig over van dat nihilisme. Die persoon zal woedend zijn en het schandalig vinden. En terecht natuurlijk.
Zelfs Friedrich Nietzsche propageerde bepaalde morele waarden, zoals autonomie en moed, en verafschuwde andere morele waarden, zoals nederigheid en bescheidenheid. Belangrijker nog is dit: samenleven wordt wel heel lastig als je meent dat morele opvattingen puur een kwestie van smaak zijn. Dan is slaven bijvoorbeeld nooit onrecht aangedaan. Er waren alleen maar mensen die slavernij verwierpen en anderen die het goedkeurden. Ga jij je leven werkelijk voor een ander op het spel zetten als jou dat weinig oplevert, en jij niet gelooft dat sommige dingen echt fout zijn en andere echt goed?

In de praktijk wil dan ook vrijwel niemand moreel nihilist zijn. Maar hoe rechtvaardig je morele opvattingen dan wel? Met andere woorden: hoe leg je uit wat ze waar of onwaar maakt?
Ik denk dat de gelovige – een christen of een moslim bijvoorbeeld – hier een verhaal te vertellen heeft. Bijvoorbeeld: er is niet alleen maar de materiële wereld, maar er is ook een immateriële wereld. Die bevat morele wetten, waarden en principes, die God ons bekendmaakt. Dat doet Hij in de Bijbel of in de Koran, in ons geweten, in een gemeenschap van mensen (de kerk bijvoorbeeld), in tradities, in culturen en noem maar op.
Of: God is zelf het goede en kennis van wat goed en kwaad is heeft God ons op verschillende manieren gegeven. Hier valt natuurlijk veel meer over te zeggen en dat moet ook gebeuren, maar de contouren van het verhaal zijn vrij gemakkelijk te ontwaren.

Hoe kun je zonder God weten wat goed en kwaad is?

Maar wat nu als je ontkent dat er een God is? Zoals ik zei, willen de meeste mensen geen nihilist zijn. Wat dan wel? Je zou kunnen beweren dat er een abstracte, immateriële werkelijkheid is, waarin morele waarden en wetten gelden, misschien samen met de wetten van de logica en de wiskunde. Maar dat is om twee redenen een lastig idee. Om te beginnen: waar zouden die immateriële waarden en wetten vandaan komen in een universum van atomen en moleculen? Het zijn nogal rare en mysterieuze dingen om in te geloven als je verder in een puur materieel universum gelooft.

Bovendien, hoe zouden we ooit kunnen weten wat goed en kwaad is? We kunnen dingen weten over onze directe omgeving omdat het evolutionair voordelig is om voorwerpen, zoals bomen en planten, te onderscheiden, om anderen personen en dieren te zien en het herkennen, om je dingen te herinneren en ga zo maar door. Iemand die elke keer vergeet waar hij zijn eten heeft opgeborgen heeft aanzienlijk minder kans om zich voort te planten. En iemand die een tijger voor een knuffel aanziet zal het evolutionair gezien ook niet zo best doen. Maar je hebt het duidelijk niet nodig om te overleven dat je weet hoe je over Voltooid Leven moet denken. Je botst er niet tegen op en je struikelt er niet over, het zijn abstracte waarden en wetten in een immateriële werkelijkheid.

Misschien zijn er antwoorden te geven op deze lastige vragen. Verschillende atheïsten en naturalisten hebben dit geprobeerd en werken er nog aan. Ik heb overigens nog geen theorieën en argumenten gezien die mij overtuigen. Daarom wordt het tijd dat de balans teruggebracht wordt in debatten in onze seculiere samenleving die zijn voorgesorteerd op atheïsme. Ik denk aan debatten over voltooid leven of juist over het begin van leven, waarin men zogezegd geen beroep zou mogen doen op religieuze drijfveren. Dit is niet alleen misplaatst, men ziet daardoor ook het grootste probleem over het hoofd.

Want de ultieme vraag is: hoe kun je überhaupt een solide, ethische fundering geven in een wereld waarin God niet mag bestaan?

Dr. Rik Peels is onderzoeker en docent Filosofie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en een van wetenschappers uit onze nieuwe serie: Tegen beter weten in?