Karen Armstrong: ‘Religie wordt maar zelden goed gedaan’

Karen Armstrong: ‘Religie wordt maar zelden goed gedaan’

Karen Armstrong sprak in een bomvolle zaal in Amsterdam over de vraag: ‘Is religie gewelddadig?’ Daan was erbij en betrapte zichzelf op wat ongemak…

‘Als mensen aan mij vragen wat mijn religie is, antwoord ik: herstellende.’

 Als Karen Armstrong dit tegen het einde van haar lezing zegt, stijgt er wat gelach op uit de bomvolle zaal in De Nieuwe Liefde. Ik vind het behalve grappig, ook een ontroerend antwoord. In de jaren zestig was Armstrong een non, om na zeven jaar weer uit te treden uit het klooster. Het katholicisme dat ze mee had gekregen, ervoer ze als beklemmend.

Toch heeft ze religie niet bij het oud vuil gezet. Ze schreef een flink aantal boeken over met name de drie monotheïstische wereldreligies. Ze is zelfs een soort missionaris geworden met compassie als centrale boodschap. Volgens haar is de Gouden Regel: ‘Behandel de ander niet zoals je zelf niet behandeld wilt worden’ een wereldwijde noodzaak.

Religie als zondebok, lekker makkelijk

Religie is een zondebok geworden in het Westen, stelt Armstrong vast. We geven het de schuld van onze eigen fouten en geweld. Die opvatting is ook wel zo comfortabel voor iemand die zichzelf als door en door seculier beschouwt. Veel mensen vergeten dan voor het gemak even dat de twee wereldoorlogen niet religieus gefundeerd waren.

Ook vandaag speelt er veel meer op de achtergrond van oorlog en terrorisme, zelfs als dat geweld een religieus sausje krijgt. Als voorbeeld noemt Armstrong de twee jongens die naar Syrië vertrokken om te strijden en nog gauw even het boek Islam voor dummies bestelden. Ook betoogt ze dat IS, in tegenstelling tot het beeld dat mensen ervan hebben, weinig te maken heeft met de islam.

De meeste slachtoffers die IS maakt, zijn zelf moslim en veel vooraanstaande IS-leiders hadden ooit hoge functies in het leger van Saddam Hussein (wat een behoorlijk seculiere eenheid was). Uit een onderzoek onder IS-aanhangers in Amman (Jordanië) bleek dat deze jongens geen aanstalten maakten om te bidden als de oproep tot het gebed door de stad galmde.

Religie een privé-aangelegenheid? Dat was ooit wel anders…

Toch is het idee dat religie geweld in de hand werkt een dominante gedachte in het Westen. Armstrong bestrijdt het met een bijna, uh… religieuze ijver.

 Ook het westerse idee van religie in het algemeen krijgt ervan langs bij Armstrong. We zijn geneigd van religie een privé-aangelegenheid te maken dat zich afspeelt in de binnenkamer, zegt ze. Religie die gericht is op een transcendent wezen ver weg en die gepaard gaat met een set aan regels en een systematisch doordachte leer.

Dat is volgens Armstrong een behoorlijk nieuw idee. Het religieuze doordrenkte oorspronkelijk namelijk het hele leven. Dat laatste is natuurlijk een spannend punt. Want als religie eigenlijk over het hele leven gaat, dan kan het natuurlijk niet anders dan dat het ook invloed heeft op de politieke keuzes die mensen maken. En dan is het soms moeilijk te bepalen of een vorm van geweld nou politiek of religieus gelegitimeerd is. Dit erkent Armstrong ook. Nuchter zegt ze: ‘Religie wordt maar zelden goed gedaan.’

Armstrong vindt in alle grote wereldreligies een variant op de zogenaamde Gouden Regel: ‘Behandel de ander niet zoals je zelf niet behandeld wilt worden.’ Volgens Armstrong is dit meer dan een mooi idee. Het is een absolute wereldwijde noodzaak. Als we deze Gouden Regel niet consequent toepassen en ons in plaats daarvan beperken tot onze eigen groep, is er geen toekomst voor de wereld.

Hmmm… Is dit niet een te gemakkelijk antwoord?

Ergens knaagt het verhaal van Karen Armstrong aan mij. Ik kijk rond in de zaal vol vriendelijke weldenkende mensen en vraag me af: ‘Wie kan het hier nou eigenlijk mee oneens zijn? Is dit niet een erg algemeen en makkelijk antwoord?’

Als kind hoorde ik op de zondagsschool het bijbelverhaal van Naäman, die aan de profeet Elisa vroeg wat hij moest doen om van zijn vreselijke huidziekte af te komen. Elisa gaf hem de opdracht zich zevenmaal in de rivier de Jordaan te wassen. Dat was alles. Op een of andere manier werd Naäman chagrijnig toen hij deze opdracht kreeg. Dit verhaal werd op de zondagsschool zo uitgelegd: als Naäman een moeilijke opdracht had gekregen, had hij die maar al te graag uitgevoerd. Maar voor zoiets simpels voelde hij zich te goed.

Misschien had ik ook een minder knagend gevoel gehad als Armstrong een heel ingewikkelde analyse had gegeven over religie en geweld waar ik dan thuis nog eens flink over na zou kunnen denken. Of is dit idee van compassie waar Armstrong voor pleit, hoe simpel het ook klinkt, wel veel krachtiger dan ik wil aannemen? Armstrong pretendeert niet dat het makkelijk is. ‘Ik zit vol angst,’ geeft ze dapper toe aan de volle zaal. Met deze kwetsbaarheid raakt ze me.

Ongemak is de motor

Armstrong eindigt met een pleidooi voor ongemak. Ongemak is de motor van haar werk dat resulteerde in het Handvest voor Compassie. Ze maakt een vergelijking met het irritante zand dat in een oester belandt, maar waaruit wel een parel kan ontstaan. Als je je niet ongemakkelijk voelt bij de onrechtvaardigheid in de wereld, is er iets mis. ‘Je kunt geen goede moslim zijn, als je kunt slapen terwijl je weet dat er ergens een ander honger heeft,’ zo citeert ze de profeet Mohammed.

Misschien vraagt die ‘simpele’ Gouden Regel wel veel meer van ons dan we zouden willen.


Hieronder de TEDtalk die Armstrong in 2009 gaf over de Gouden Regel: