Dat we maar rap opgroeien

Dat we maar rap opgroeien

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Dat we maar rap opgroeien – PopUpGedachte maandag 11 september

‘Alle mannen zijn een kruising tussen Hitler en een baby’, zei ze. Ik was nijdig: dat kun je niet zeggen! ‘Oh nee?’ hoonde ze en een vriendin met haar. ‘Dat jij toevallig in een beschermd milieu vol heiligen bent grootgeworden, betekent nog niet dat je iets weet van de gewone wereld. Ik heb mijn deel gehad.’ We waren vrienden en dat zijn we nog steeds. Zij had haar deel gehad van mannen en van pijn. Zij was theatermaker en kon de dingen op z’n zachtst gezegd ‘bloemrijk’ verwoorden. Haar moeder had in een Jappenkamp gezeten, die had ook het een en ander meegemaakt van mannen en hun doen en laten.

Je moet dat helemaal niet doen, die vergelijking met Hitler. Maar het fascinerende aan haar uitspraak is de ‘kruising’. Dat er volgens haar soms een heel dunne lijn is tussen kinderachtigheid en kwaadaardigheid. En dat lees ik vanochtend. De koning van Israel, Achab, wil een stuk land aankopen dat grenst aan zijn land. Naboth, de eigenaar wil niet verkopen. Achab komt thuis, gaat op zijn ligbank liggen en mokt. Zijn vrouw Izebel spot dat hij toch zeker de koning van Israel is, zij laat Naboth onder de valse beschuldiging van godslastering stenigen en zegt dan triomfantelijk tegen Achab: hij is dood, neem wat je hebben wilde. Het kind en de duivel en hun pact.

In Korinthe, een vroeg kerkje waar Paulus aan schrijft, ligt het allemaal veel subtieler. De één wil niet met de ander samen optrekken, want ik ben van de school van Paulus zegt de eerste. Maar ik ben een leerling van Apollos, ik ben van de lijn van Petrus, zeggen anderen. Nijdig zegt Paulus dan: ‘Hallo, ben ik soms voor jullie gekruisigd, ben je in mijn naam gedoopt?’ Grow up! Ja maar, ik ben van de Lazarus-school hoor, ik ben niet zo’n stomme conservatieveling. Ik ben van Ouweneel, ik ben van de lijn van NT Wright. En voordat het respect of de afkeer zou moeten flikkeren in de ogen van de ander, zou de volwassen vraag van Paulus moeten klinken. Is Lazarus dan gekruisigd, ben je in de naam van NT Wright gedoopt? Grow up! Voordat er ongelukken van komen.

In de woestijn van Israel staan Jezus en de Duivel zelf voor kinderachtige kwaadaardigheid en gelovige volwassenheid. Met veertig dagen en nachten hongerlijden, komt er een duivel – zeggen de teksten – bij Jezus van Nazareth zelf die zegt: ‘Laat eens zien dat u die Zoon van God bent, maak eens brood.’ Sarren en verleiden, en uitdagen tot stoer gedrag. Van Nazareth verklaart hem irrelevant, een pestkop, wat ik ben is niet iets wat ik aan jou moet tonen. Dit is iets tussen God en mij. Doei. Dan een tweede uitdaging: spring van het dak van de Tempel want engelen zouden u dan dragen toch? Spring dan, toe dan, laat zien dan! Kinderlijk – en niet mooi kinderlijk. Dan de kwaadaardigste: één knieval en ik geef je zeggenschap over alle koninkrijken van de wereld. Eén knieval en je kunt doen wat je wilt, je kunt de wereld regeren, geen eenzame kruisweg, geen diepe ellende, geen vertrouwen op volgelingen die er een bende van gaan maken. Jezus blijft bij zijn route, de knieval is geen optie. Volwassen moraliteit, alsof de verleiding hem niet eens raakt.

We hebben een roze beeld van kinderlijkheid. En dat is niet nieuw, ook Jezus van Nazareth liet graag kinderen dichtbij komen en nam de tijd. Wie niet zou worden als een van de kinderen, die had een probleem. Toch is het niet zo eenvoudig, want kinderlijkheid en kwaadaardigheid lijkt ook dichtbij elkaar te liggen. Niet opgroeien, niet volwassen worden, heeft zo z’n risico’s. Opeisen wat je meent dat van jou is, zoals Izebel dat doet. ‘Jij bent toch de koning, nou dan.’ Ruzie maken omdat je meent dat jouw manier van denken superieur is, zoals de gemeenteleden in Korinte. En je laten uitdagen om te tonen wat je allemaal wel niet in huis hebt, de binnenbocht nemen, snel regelen wat toch moet gebeuren.

Maar wat is dan volwassen als dit allemaal kinderachtig of evil is? Allereerst geduld, kunnen lijden. Achab en zijn akker, Jezus en zijn koninkrijk, de gelovige en zijn eigen afstand van al die andere gelovigen met wie je eigenlijk jezelf niet over een kam wil laten scheren. Kunnen verdragen. Dat is niet te doen voor het kind, maar noodzakelijk voor de volwassene. Het christendom wil veilige hechting brengen in een kapotte wereld, zodat we geen binnenbochten nemen om te krijgen wat we zoeken, zodat we niet ons distantiëren van een ander om zelf overeind te blijven, zodat we niet vallen voor de eerste de beste die ons uitdaagt om even te laten zien wie we zijn. Veilige hechting, opdat verlossing van lijden niet direct hoeft. En dat dit dan echte verlossing is, ‘verlossing van de boze’ zoals dat heet.

1 Koningen 21:1-16

1 Korintiërs 1:1-17

Matteüs 4:1-11