Nooit meer bang voor iets of iemand

Nooit meer bang voor iets of iemand

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Nooit meer bang voor iets of iemand – PopUpGedachte dindag 5 september

‘Laat u op geen enkele manier angst aanjagen want dat is een teken van God. Voor hen dat ze ten onder gaan en voor u dat u wordt gered.’ Als ik niet meer bang zou zijn, werkt dat naar twee kanten. Datgene wat me vrees inboezemt, heeft geen macht meer over me en is gedoemd om te verdwijnen – in elk geval uit mijn leven. En ik blijf overeind. Goede zin, Paulus. Daar moet ik iets mee vanochtend, daar wil ik iets mee vandaag. Ik weet nog niet wat. Maar er zit iets.

Angst is irrationeel

Angst is een gek ding. Het is vaak zo irrationeel. Er is natuurlijk de angst om te verdrinken als je niet kunt zwemmen, de heilzame angst die zorgt dat het gevaar voelbaar wordt. Maar er is veel meer dan dat. Podiumangst, angst om te falen, vliegangst. Angst dat het nooit goed met je zal komen, angst om je baan te verliezen, angst dat je partner je niet meer waardeert. Angst om alleen te blijven, angst dat je geld eerder op is dan de dagen van de maand. Angst dat het allemaal een leugen is datgene waar je in gelooft en gewoon angst voor andere mensen, wat ze van je vinden, wat ze van je willen.

In Filippi waar Paulus aan schrijft, ging het om angst voor andere mensen, die hen blijkbaar het leven zuur maakten. Zelf zit hij gevangen vanwege zijn verhalen over Jezus als Messias. Maar blijkbaar geen reden voor hem om bang te zijn. En zo is het vaak, dat er geen reden is. Dat de knop omgezet zou moeten worden, maar waar vind je die? Want angst is niet zomaar verdwenen.

Een mannetjesgod en een vrouwtjesgod

In de eerste teksten van vandaag wordt verhaald hoe de koningen van Israel ‘deden wat slecht is in de ogen van de Heer’. Wat dan? Het vereren van twee goden, namelijk Baäl en Astarte. De een was de mannetjesgod, de ander de vrouwtjesgod en de seks die zij met elkaar hadden, zorgde voor vruchtbaarheid schijnt. En waar je de God van Abraham, Isaak en Jakob moest vertrouwen, rechtvaardig moest leven en het goede zoeken voor iedereen – dan zou het iedereen wel gaan, kon je Baal en Astarte manipuleren. Seks in de tempel tussen mensen zorgde voor seks van de goden en zo ontstond vruchtbaarheid en had je alles eraan gedaan om te zorgen dat je kon oogsten.

Volgens de profeten is de Maker pisnijdig over deze manipulatie. Eén: omdat het niet werkt, zoals angst zo vaak niet werkt. Het is irrationeel. Twee: omdat het de dank voor alles wat er is, neerlegt bij een geile Baälsgod en zijn vrouwtjesvariant. Onbestaande, achterlijke grootheden die vragen, die niets geven, maar de manier van toewijding die ze vragen is logisch, haalbaar en aantrekkelijk.

Angst en vertrouwen sluiten elkaar uit

Vertrouwen dat je als single kunt bestaan, vertrouwen dat alleen blijven niet het einde is – of vertrouwen dat een belangrijke ander je zal vinden – dat is veel ingewikkelder dan de sportschool als tool gebruiken om aantrekkelijk gevonden te worden, of seks om het gevoel te hebben dat de ander in je invloedssfeer is gekomen. Angst en vertrouwen sluiten elkaar uit.

Hoe meer mensen gaan vertrouwen dat het niet hun spiergroepen zijn die hun gelukkig gaan maken, hoe sneller die sportcultuur op z’n laatste benen loopt. Als macht over je in elk geval. Dat is de zin van de zin van Paulus dat als we ons geen angst meer laten aanjagen, dat het een teken voor de ‘machtige ander’ is dat het voorbij is en voor u dat u wordt gered, bevrijd uit de greep.

Zou het zo kunnen zijn dat de vereerders van Baäl en Astarte net zo weten dat het niet werkt als wij weten dat geld niet gelukkig maakt? Dat die zogenaamde afgodendienst van vroeger niet zo achterlijk is als we denken, dat we alleen andere woorden hebben? We weten dat geld het niet doet voor ons en toch is het angstig als het op is. En onze angst betekent macht voor een ander, voor de baas, voor donkere krachten in ons leven die maken dat we niet worden wie we zijn, het houdt ons gevangen.

Niets meer om bang voor te zijn

En wat dan? De derde tekst vertelt over de twee Maria’s die na Jezus’ dood bij zijn graf komen. Hun grootste angst is bewaarheid geworden. Nu is de kleur uit het leven en rest er niets dan diepe, verschrikkelijke rouw. Dan zien ze dat het graf leeg is, ze zien iets als engelen en dan staat er: ‘Ze gingen naar buiten en vluchtten bij het graf vandaan want ze waren bevangen door angst en schrik, ze waren zo geschrokken dat ze tegen niemand iets zeiden.’

Als datgene wat ze daar gezien hebben, geen schrik meer aanjaagt is er niets meer om bang voor te zijn. Daar ligt ergens de clou, de zogenaamde knop. Paulus heeft het gevonden, die hoeft niet zonodig te leven maar als er nog iets te doen is, dan is hij wel bereidt. Zo niet, hoog tijd om te gaan. Hij heeft zijn voltooide leven allang binnen, niet dat hij dood hoeft maar met het vinden van zijn hoop, geloof en liefde is zijn leven voltooid. De rest is bonus. En dan hoef je dus niemand meer te vrezen.

Dichtbij huis moet ik leren afzien van het manipuleren van mijn wereld, omdat ik bang ben. Het helpt niet en houdt me in de greep van de angst. Iets groter moet ik leren dat mijn leven allang voltooid is en wat er nog gebeurt allemaal bonus. Dat zou best ontspannend zijn.

1 Koningen 16:23-34

Filippenzen 1:12-30

Marcus 16:1-8