‘Wees er niet trots op dat bij jullie alles mag’

‘Wees er niet trots op dat bij jullie alles mag’

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Wees er niet trots op dat bij jullie alles mag – PopUpGedachte dinsdag 15september

Het is donker buiten, de wereld slaapt. Hier en daar knipt er een lichtje aan in de woning tegenover ons balkon. Vroege vogels die zich voorbereiden op werk, verder is het stil. Een ambulance in de verte. Een verdwaalde ster. Dat is het dan. Dit zijn de momenten die ik zoek. Als de wekker gaat, vraag ik me elke keer af of ik dit echt wil doen. Al maanden.

Een open hemel

Als ik op mijn balkon sta om iets van de Aanwezigheid te voelen en aan te spreken die achter en in alles woont, degene die in de traditie God wordt genoemd, weet ik dat ik dit moet doen. Wil doen. Zonder een harde keus om de stilte te zoeken, zal ik niet stilstaan. Ik heb geen gebedsleven zoals sommigen waarin een soort wederzijds gesprek plaatsvindt tussen iets hogers en groters en mijzelf. Wat er wel gebeurt in de momenten dat ik of wij hier thuis even de tijd nemen, is een rust die neerdaalt bij een eenvoudig dankgebedje voor het eten. En dus in de stilte op het balkon. Omdat alles opeens even onder een open hemel plaatsvindt.

Eerlijk gezegd vind ik het ook wel prettig zo. In het verhaal dat we zondag lazen in de PopUpKerk over Elisa en een vrouw uit Sunem, waarbij allerlei wonderlijke dingen gebeuren, komt God niet ten tonele. Er wordt een lijntje verondersteld, maar dat is het dan. Vind ik wel fijn, zei ik. Iemand reageerde meteen met de vraag waarom ik dat fijn vond. Die vraag houdt me al een paar dagen bezig. Die vraag: Waarom is het fijn dat God onbenoemd blijft – en ik denk nu dit: omdat het recht doet aan mijn ervaring elke dag.

Dat die God niet een aanwezige is, wel iets ervaarbaar maar ongrijpbaar en daarmee zo onbenoembaar. We leven in een wereld met een afwezige God, die bij geloof en hoop aanwezig is, waarin we teksten lezen waarin de wereld niet verlaten is en we dat af en toe ervaren. Maar de werkelijkheid zoals die zich aandient, is er één van een afwezige God. Op momenten na.

Zelf kiezen

Dat maakt dat we zelf moeten kiezen. Steeds. Vanochtend rent de knecht van de profeet Elisa een Syrische edelman achterna die geschenken wilde geven aan de profeet omdat die hem genezen had van zijn ongeneeslijke ziekte. Elisa weigert, omdat niet hij maar God de man heeft genezen. En daar gaat de man, met zijn immense rijkdom. De knecht van Elisa rent hem na, verzint een verhaal en krijgt 60 kilo zilver mee. En nog het een en ander. Hij verstopt het in zijn huis en gaat weer naar Elisa. Die zegt: Vanwaar Gehazi? En dan: ‘Is dit jouw manier om geld en kleding te krijgen?’ En Gehazi vertrekt terwijl op zijn huid de ziekte van de Syriër zich al aftekent.

Onder de zon maken we zelf onze keuzes. Niemand zegt ons wat te doen, lijkt het. We moeten het weten, aanvoelen en zelf bepalen of de stemmen die ons aanzetten in ons hoofd mooi of lelijk zijn. Het kan geen kwaad, moet Gehazi gedacht hebben. Er staat zelfs dat hij dacht dat Naaman wel beledigd zou zijn door het feit dat Elisa geen geschenken wilde aannemen. Cultureel onverantwoord. Toch wist hij ook donders goed dat er iets mis was; ‘Hij verborg de schatten in zijn huis’.

Daar zijn jullie nog trots op ook

Paulus roept steeds dat alles geoorloofd is. Dat er geen wet meer is die ons klein en dom probeert te houden, dat er geen Maker in de hemel is die wil dat we van allerlei genot in het leven afblijven. Dat is zijn refrein. Alles is goed, want alles is van God. Dat pakt niet altijd lekker uit. Vanochtend schrijft hij: ‘Ik heb gehoord dat bij jullie een man naar bed gaat met de vrouw van zijn vader. Zelfs bij ongelovigen komt dit niet voor, maar bij jullie kan dit gewoon. En daar zijn jullie nog trots op ook. Wees er niet trots op dat bij jullie alles mag!’

Vind ik fascinerend. Niet zozeer dat Paulus misstanden aan de kaak stelt, maar de trots. Hij heeft deze gemeente gesticht. Hij heeft hen een evangelie verteld. Wat moet hij verteld hebben dat mensen trots zijn geworden op de totale vrijheid die ze gekregen hebben? De gemiddelde kerk staat toch eerder bekend om zijn moralistische vinger dan om uitspattingen waar ze trots op zijn en die officieel gevierd worden omdat ze zo ‘vrij’ zijn.

‘Bij ons mag alles’ is het adagium van de Korinthiërs, want we zijn vrij in Christus. Vóórdat we de kritiek van Paulus op beroerd gedrag overnemen, moeten we eerst bedenken wat het is geweest dat hij verteld heeft. Dat mensen werkelijk het gevoel heeft gegeven álles te mogen. Het is pas de volgende stap om te zeggen: laat wat slecht is achter.

Gebruik de vrijheid voor het goede

Conclusie even voor nu: wij moeten steeds zelf kiezen. De gemeente van Korinthe had alle vrijheid, dat had ze geleerd van Paulus en dat leefde ze uit. Paulus neemt dat niet terug. Hij probeert het wel beter te richten. Gebruik de vrijheid voor het goede. Ook Gehazi, de knecht van Elisa, kon zijn gang gaan.

Niemand tikt je op de vingers vooraf, we moeten het zelf doen. Kiezen. Dat is misschien wel wat ik bedoel met de afwezige God. Gevolgen zijn er wel. Maar niemand houdt je tegen. Er is slechts de uitnodiging om steeds het goede te doen, zoekend en toegewijd en vrij.

2 Koningen 5:19b-27

1 Korintiërs 5:1-8

Matteüs 5:27-37