Wat het goede is

Wat het goede is

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Niet meer beoordeeld – PopUpGedachte donderdag 14 september

Doen we het goed? Zal iemand ooit weten of hij het goed doet? Echt goed. Het is de vraag van het bedrijf waar ik vanavond een mini-festival mag afsluiten met een preek. Hun thema was de grote vraag van Kant: ‘Waarop mogen we nog hopen’ – en het zijn geëngageerde mensen, adviseurs die bedrijven ondersteunen bij grote maatschappelijke issues. En dat werkt. Het bedrijf loopt goed, dus kun je zeggen: het gaat goed. Want dat betekent dat het financieel goed gaat. Dat het bedrijf gezond en toekomstbestendig is. En dat de medewerkers lekker kunnen werken – daar zijn criteria voor. Maar doe ik het goed? Als persoon. Waar moet je dat aan ophangen?

Wie kan jou beoordelen?

Als je begint, hang je het op aan de waardering van de baas. Als hij vindt dat je het goed doet en je krijgt je salaris, dan zal het wel goed zijn. Een stapje verder is al de waardering van de klant. Dat heeft natuurlijk alles met de baas te maken, Klant tevreden, chef tevreden – maar het is individueler. Hoe doe jij het zelf tegenover je klant? Hoe is die relatie? Het kan zijn dat de chef het prima vindt en jij weet dat er meer in had gezeten.

Het goed doen is dus niet simpelweg je geld verdienen, het heeft ook te maken met de relatie. Maar dan nog. De klant kan tevreden zijn, de baas kan het best vinden en dat je toch het gevoel hebt dat het nog niet klopt. Wie kan jou beoordelen? Kan ik mezelf beoordelen? En wat zijn dan de criteria?

Paulus schrijft vanochtend: ‘Een mens die de Geest bezit, kan alles beoordelen, en zelf wordt hij door niemand beoordeeld.’ Nou betwijfel ik of je de geest als bezit kunt beschouwen, in de zin van hebben. Ik gok niet dat Paulus dat bedoelt, maar het is een fascinerend stukje tekst. Je kunt alles beoordelen, maar je wordt zelf door niemand beoordeeld. Het kan in Paulus’ teksten niet betekenen dat je verheven zou zijn boven alle kritiek. Hij gaat nogal kritisch tekeer tegen mensen van wie hij net heeft gezegd dat ze de Geest bezitten. Verheven boven kritiek kan het niet zijn. Maar wat dan?

Een innerlijke set criteria

Een mens die de Geest bezit, kan alles beoordelen. Die heeft een innerlijke set criteria, waardoor hij weet hoe hij of zij moet onderzoeken wat het goede is om te doen. Die weet dat je het oordeel over het goede niet uit kunt besteden aan de baas. Dat moet je zelf doen. Die weet ook dat je het niet uit kunt besteden aan de klant. Beide kunnen blij zijn dat het weinig heeft gekost, maar is dat goed? Beide kunnen blij zijn dat het eindelijk allemaal af is en je verder kunt. Maar is dat goed?

Wie bevlogen is door de Geest die Paulus verkondigt, zegt Paulus, heeft leren ontdekken – en zal blijven ontdekken – wat goed is om te doen. Onafhankelijk van baas, klant, collega’s of omgeving. En dan staat er ‘diegene wordt zelf niet meer beoordeeld’. Niet echt meer, want je eigen oordeel hing niet af van de beoordeling van de chef, dus word je niet meer ten diepste beoordeeld. Mensen vinden nog wel wat van je en verbinden daar consequenties aan; of dat nu promotie of ontslag is. Maar het is niet meer ten diepste een beoordeling, want dat vertrouw je hen niet meer toe. Niet meer helemaal. Dat is aan God, aan het geweten, aan de Geest.

Mijn gedachten van Christus? Best arrogant

‘Wie kent de gedachten van de Heer, zodat hij hem zou kunnen onderwijzen?’ schrijft Paulus. ‘Wel nu, onze gedachten zijn die van Christus.’ Blasfemie he? Dat je hetzelfde zou denken als Christus. Tenminste arrogant. En toch is het de belofte en het idee van het verschijnsel ‘Geest’. Niemand kent de gedachten van de Heer, dan de Geest die in hem woont. Zoals ik niet precies weet wat ik denk, wil, besluit, maar mijn geest ergens wel natuurlijk. Diezelfde innerlijke aanwezigheid die in God zelf huist, waart door mensen heen. Dat is de belofte. En ja, dan zijn gedachten soms opeens de gedachten van Christus zelf.

Gezien de geschiedenis van gelovigen, de voortdurende kritiek van profeten, apostelen, Jezus zelf op wie dan ook die gelooft, is het ook weer niet aan te nemen dat het hebben van die gedachten een continu bezit is. Soms, even, lijkt dichter in de buurt. En dan leren onderscheiden welk oordeel de mijne is. Gedreven door angst, weerzin, ego, geldingsdrang, wat dan ook. De geest van de wereld, zou Paulus zeggen. En die anderen, die iets van de goddelijkheid in zich dragen.

Beetje concreter nog graag

Is het nog concreter te maken dan dit? De innerlijke set criteria, waardoor je wel kunt beoordelen wat het goede is, maar niet meer beoordeeld wordt? Een tweede lezing vanochtend helpt, die lees ik nog:

Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel. Sowieso.

Gelukkig wie treuren, want zij zúllen getroost worden.

Gelukkig de zachtmoedigen, want zíj zullen het land bezitten.

Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. Compleet.

Gelukkig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.

Gelukkig, gelukkig, gelukkig, deze gelukkigheid gewenst. Het goede!

1 Koningen 22:29-45

1 Korintiërs 2:14 – 3:15

Matteüs 5:1-12