Sommige dingen moeten groeien

Sommige dingen moeten groeien

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Sommige dingen moeten groeien – PopUpGedachte maandag 4 september

Maandag. Het begint voorzichtig te schemeren, de contouren van een nieuwe dag, een nieuwe week – en jawel, een nieuw seizoen. En Paulus schrijft vanochtend: Ik dank mijn God telkens als ik aan u denk.’ Vind ik mooi. Dat je aan vrienden denkt, in dit geval een kerkje in Filippi dat hij gestart is. Elke keer als hij aan hen denkt, moet hij danken. Waarschijnlijk zit hijzelf gevangen als hij deze brief schrijft en dat maakt het contrast alleen nog maar groter. Elke keer als hij aan hen denkt, danken.

Ik zou dat wel willen leren, geloof ik. Elke keer als ik aan iemand denk die belangrijk voor me is – aan wie ik veel te danken heb – die me lief is of na staat: danken. Denken aan Lazarus, de plek waar ik deze ochtendgedachtes mocht ontwikkelen: danken. Denken aan kinderen: danken. Denken aan ouders: danken. Vet mooie oefening en niet dat ik me dan voorstel dat ik elke keer op mijn kniëen zou zijgen, de handen ten hemel zou heffen om in lyrische volzinnen de hemelpoorten te versieren met dichtregels, maar gewoon: moment van dankbaarheid. Daar begint christendom en geloof en spiritualiteit: met danken. Elke keer als ik aan u denk. Aan jou. En jij aan die ander. Danken.

En dan vraagt Paulus in zijn gebed voor hen dit: ‘Moge uw liefde steeds rijker worden aan inzicht en fijngevoeligheid om te onderscheiden waar het op aankomt.’ Mooie zin. Paulinisch mooi. Moge de liefde steeds rijker worden, en hoe dan? Nou, dat het inzicht groeit, want dat is blijkbaar belangrijk bij liefde en fijngevoeligheid om te onderscheiden waar het op aankomt – er zijn blijkbaar een hoop keuzes steeds te maken, ook in de liefde. Je moet maar net weten wat te doen als het er effe op aankomt of beter geformuleerd: het is in elk nieuw moment de kunst om te weten waar het op aankomt. En dat is blijkbaar iets wat je niet van de ene op de andere dag kunt leren, geen onderwijs of kennis, maar dat moet groeien, gestaag.

Het zijn allemaal mooie woorden en er is vast een beeld bij te vormen. De één denkt aan zijn liefde voor de partner, de ander aan zijn liefde voor de godsdienst, een derde aan de cavia waar zielsveel van gehouden wordt en dat is het gekke met van die abstracte zinnen: het is allemaal waar. Ook voor de cavia geldt dat liefde moet groeien aan inzicht en fijngevoeligheid – dat je weet waar het op aankomt in de verzorging van zo’n beestje – dat je de signalen die het uitzendt kunt interpreteren zodat je een beetje met zo’n beestje kunt communiceren.

Ik denk niet dat Paulus het over een cavia had. Maar wat wel? De lezers uit Filippi hadden vast een idee, Paulus schrijft zelf dat als die liefde groeit op die manier dat je dan verzadigd zult worden van de vrucht der gerechtigheid. Ook niet de duidelijkste hint, maar het heeft iets met rechtvaardigheid, het goede doen, te maken. Maar wat dan? Hoe dan? Wanneer dan?

Elke werkdagochtend lees ik drie teksten uit een oud leesrooster, om te kijken wat voor gedachte eruit opborrelt. En ik weet niet eens hoe bewust die bij elkaar gezet zijn, of er een bedoeling achter zat, de lijn die soms opduikt uit de teksten is misschien helemaal nooit bedoeld, puur een associatie – of juist een cadeau, niemand weet of het ‘klopt’, er is geen studie aan voorafgegaan. Ook interpretatie, verhalen en popupgedachtes vragen vertrouwen dat de creativiteit en associatie van het eigen brein niet los staan van geloof, hoop, God of zelfs waarheid, maar er onderdeel van zijn. Dat de waarheid of hoe we het ook noemen, niet logisch is, maar mysterie – en alleen vindbaar door verkennen, wroeten, associeren en je erin onderdompelen.

In de andere lezing van vandaag wordt Jezus’ lijk van dat Romeinse martelwerktuig gehaald door een vriend, een gelovige zogezegd. Dit staat er: ‘Jozef van Arimatea, een vooraanstaand lid van de Hoge Raad (onderdeel dus van de religieuze eltie die hem al heel lang dood wilde hebben), die zelf ook in de verwachting van het Rijk Gods leefde – een ‘gelovige’ – waagde het naar Pilatus te gaan en te vragen om het lichaam van Jezus.’

Deze Jozef mocht het lichaam eraf halen, en liet het in doeken wikkelen en in een rijk graf onderbrengen. De laatste eer. Zou dat groeien in liefde zijn? En fijngevoeligheid? Dat in een situatie waarin de wanhoop maximaal is – de hoop van volgelingen van Jezus van Nazareth totaal in elkaar gedonderd, op de grootste feestdag – Pesach – wordt vriend, leider, hoop, toekomst en alles bruut gekruisigd. En dat hij in die wanhoop niet zijn eigen wanhoop vindt, maar iets om te doen. Blijkbaar niet zonder gevaar. De laatste eer bewijzen. Zinloos, want de man was dood. Maar niet zinloos, want het toont de liefde, zoals dankbaarheid dat doet. Dankbaarheid die ik heus niet elke keer uitspreek als ik aan iemand denk voor wie ik dankbaar ben, maar die mij wel verandert in de manier waarop ik in het leven sta. En waar ik hopelijk uitdrukking aan leer geven, steeds vaker.

Het is Jozef’s handeling die zo weinig nut heeft – want Jezus komt er niet van terug, de in de de bodem geslagen hoop komt niet weer naar boven – maar hij weet dat het goed is, hij zal uiteindelijk verzadigd worden door de vrucht van deze gerechtigheid, zoals Paulus dat zo lyrisch zegt. Omdat zijn liefde inzicht bij zich had en fijngevoeligheid, in staat was om verder te kijken dan het eigen verdriet, ongeloof en wanhoop. Hij wist waar het op aankwam en stapte uit zijn eigen bubbel, die van de religieuze elite, stapte vijandig gebied binnen, dat van Pilatus en deed wat nodig was en liefdevol en goed. De verzorging van dat wat totaal verloren leek.

Liefde die groeit, het kan op duizend manieren, maar dankbaarheid is misschien wel de basis. En dat verbinden aan symbolen. Van een grafkelder tot een kaartje, opdat het inzicht groeit en we ontdekken waar het op aankomt. Dank jullie voor lezen en luisteren, zonder jullie was ik nooit zo blijven lezen. Dank.

1 Koningen 12:33 – 13:10

Filippenzen 1:1-11

Marcus 15:40-47