Onze rijkdom is verrot

Onze rijkdom is verrot

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Uw rijkdom is verrot – PopUpGedachte vrijdag 1 september 2017

Je komt er niet helemaal zonder kleerscheuren vandaan, uit zo’n land waar Nederlandse kolonisten met VOC-mentaliteit hun ding hebben gedaan. Het lezen van fragmenten over rottende rijkdom doet onmiddellijk de alarmbellen afgaan. En dan waren er op dat congres vorige week nog niet eens enkel zuid-afrikanen, er waren ook jongeren met een geschiedenis in allerlei andere landen die hadden gezucht onder het koloniaal bewind. De een langer, de ander korter. Met name die laatsten zeiden dat de band met het Westen ook voor dingen hadden gezorgd die ze nooit meer kwijt wilden, voor scholing, bord, vork, mes en bestek, voor van alles dat nu echt onderdeel van het leven was. Maar dat was een doekje voor het bloeden, zoveel was wel duidelijk.

‘En nu iets voor u, rijken, weeklaag en jammer om al de rampspoed die over u komt. Uw rijkdom is verrot. Hoor de klacht van het loon dat u de arbeiders die uw velden maaiden hebt onthouden.’ Het is fascinerend hoe gemakkelijk je went aan een bevoorrechte positie, sterker nog: hoe je die als je onvervreemdbaar eigendom beschouwt. We zijn rijk, bevoorrecht en verder ontwikkeld. Dat zou een gemiddelde blanke zomaar zeggen zichzelf vergelijkend met de voormalige koloniale gebieden. Hij of zij zou geen reden zien om eraan te twijfelen of dat zo zou blijven. Zo was de wereld nu eenmaal verdeeld.

En Jakobus schrijft niet aan ons. Hij heeft felle kritiek op gewiekste handelende tijdgenoten. Dit gaat niet over ons. En toch zit er een patroon in, een systeem. Sommige rijkdom is solide, andere rijkdom is verrot. Sommige dure kleding is je gegund, anderen wordt al door de motten aangevroten en zal uit elkaar vallen bij verdere aanraking, zonder dat je het weet.

Salomo’s rijkdom was hem gegund. Hij had zichzelf niet gezocht maar de wijsheid – opdat hij recht zou kunnen spreken, te beginnen bij twee prostituées en hun baby’s. Zijn rijkdom was stevig, geen rot, geen mot. Zo begon het althans. Want aan het eind van zijn leven begint hij onder druk van de vele vrouwen in zijn harem (dat kon blijkbaar best, er 1000 vrouwen op na houden – idioot) goden te vereren als Kemos en anderen. Goden die kinderoffers eisen, gore, smerige eredienst. En met die keuzes begint zijn rijkdom te verrotten waar hij bij staat. Zijn rijk zal direct na zijn dood uit elkaar vallen en Israel zal nooit meer één zijn.

Er kan je van alles gegeven worden, zoals dat ons is gebeurd. Hier levend in Nederland met opleiding, welvaart, vrede. Maar hoe is die ons gegeven? De geschiedenis van die welvaart is verrot, historisch en spiritueel gezien is Nederland gebouwd op drijfzand. Nog een wonder dat het zolang goed gaat. De arbeider zijn loon onthouden, dat is wat slavenhandel pur sang is. En we waren er goed in. Weeklaag en jammer, zegt Jakobus. Ik heb dat nog nooit gedaan, maar er is best wel reden toe.

In de andere tekst van vandaag wordt Jezus kruisiging beschreven. Met dat hij hangt, wordt er door de soldaten gedobbeld om zijn kleren. Zou zonde zijn om die mooie lap uit één stuk te verdelen. En daar gaan de dobbelstenen. De Goedheid zelve monddood aan een balk gespijkerd, zodat wij rustig de buit kunnen verdelen. De rechte lijnen van de kaart van Afrika schreeuwen ons tegemoet dat onze witte geschiedenis hele donkere kanten kent. De goedheid aan het kruis gespijkerd en lijnen getrokken, wat neem jij? Dan nemen wij deze.

Een beetje een somberig stukje zo vanochtend. Zou ik mezelf nu moeten dwingen om er hoop van te maken? Iets vrolijks? Maar wie zou kunnen zeggen dat het zo erg niet is?  Dit ís onze geschiedenis, zo werkt onze rijkdom, gebouwd op drijfzand. En weeklagen en jammeren, wat geeft dat voor perspectief.

Het is hier dat de woorden: heer, vergeef ons onze zonden, iets aan kracht winnen. Wij zijn geen Salomo’s die de rijkdom hebben verworven door wijsheid, overgave en rechtvaardigheid. Wij staan in handen met iets dat op z’n minst nogal bevlekt is met het bloed en de tranen van anderen. Toen, en nu nog steeds. Subtieler nu, hoor. We noemen het outsourcen in plaats van slavenhandel en lage-lonen-landen in plaats van achterlijke volken. Er wordt iets betaald, soms. Er zijn contracten. Maar eerlijk? Dat is het maar heel soms. Heel soms.

Heer vergeef ons onze schulden en leidt ons niet in verzoeking, maar verlos ons van het kwaad. Want van u is het koninkrijk – zou het besef genoeg zijn? De vraag om vergeving? Wat is onze poging tot ‘nie wieder’?

1 Koningen 11:26-43

Jakobus 4:13 – 5:6

Marcus 15:22-32