Dit wil je niet, hoor

Dit wil je niet, hoor

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Dit wil je niet, hoor – PopUpGedachte woensdag 20 september

Klinkt altijd wel mooi, dat christelijk geloof. Mooie waarden enzo, je naaste liefhebben als jezelf, een ander hoger achten dan jezelf, opofferen, vergeven, dat soort dingen. Maar het is wat vervelend als het wat concreter wordt, merk ik vanochtend. Dan vraagt het opeens dingen waarvan ik niet zomaar bereid ben die te geven, sterker nog, die ik niet eens mooi vind.

We kennen allemaal wel dat prachtige, iconische verhaal van Les Miserables. Een dief die allerlei kostbaarheden steelt van een priester wordt opgepakt en naar de priester gebracht. Deze zegt met een enorme tegenwoordigheid van geest dat hij blij is de man weer te zien, want hij was nog wat kostbaarheden vergeten die hij hem toch ook echt had beloofd. Prachtig beeld, en uitzonderlijk, zo’n godsman en zo’n sprookje. Toch is het meer dan dat. Het is het sprookje waar christendom op uit is.

 

De lezingen beginnen met een prachtig verhaal over een profeet in het oude Israël die de hele tijd aan zijn koning voorspelt wanneer en waar de Arameeërs – een hen vijandig volk – zullen toeslaan. Dat begint de Arameeërs de keel uit te hangen en ze willen de helderziende arresteren. Als hij wordt omsingeld, bidt hij of God hen blind wil maken. Vervolgens zegt de profeet tegen het blinde leger dat hij hen wel naar Elisa zal brengen en leidt hen vervolgens de hoofdstad van de koning binnen, zodat ze als ratten in de val zitten.

De koning zegt: Profeet, zal ik die mannen doden? Nee, doe dat niet, antwoordt Elisa. U hebt ze toch niet zelf gevangen genomen? Geef ze een maaltijd, laat ze eten en drinken en laat ze daarna teruggaan naar hun eigen koning. Vervolgens richt de koning een feestmaal voor hen aan en laat ze gaan. Dan staat er: Geen Arameeër kwam meer naar Israël om te roven en te stelen.

We hebben Victor Hugo helemaal niet nodig. We hebben zelf verhalen van Miserables en hoe het goede het kwaad overwint.

Accepteer het als iemand je oneerlijk behandelt

Probleem is een beetje dat Paulus dat soort gedrag niet alleen sprookjesachtig mooi vindt, maar het van jou en mij verwacht. ‘Het is trouwens toch treurig,’ schrijft hij aan de gemeente van Korinthe vanochtend, ‘dat jullie rechtszaken beginnen tegen elkaar.’ Blijkbaar gedoe binnen de gemeente en dan stap je naar de rechter. Het recht moet zegevieren tenslotte. ‘Doe dat niet!’ zegt Paulus. ‘Accepteer het als iemand je oneerlijk behandelt of iets van je steelt. Maar nee hoor, zegt hij dan ‘jullie kiezen er liever voor om zelf oneerlijk te worden.’ Oké, dat is ook niet goed. Zelf oneerlijk worden. Maar recht moet toch gedaan worden? Zeker, maar ga het recht niet halen.

Het matcht met de beroemde woorden van Jezus vanochtend: als iemand je op de linkerwang slaat, keer hem ook de rechter toe. Als iemand je bovenkleding van je eist, geef hem dan ook je onderkleding. Als een soldaat je tot één mijl dwingt, ga er dan twee. Eikenhouten zinnen, die het bloed onder de nagels vandaan halen. Want subassertieve kruiperigheid toch? Of wat? Niet helemaal.

Subassertief? Nee, het doorbreekt alle patronen

De rechterwang? Die wordt geraakt als iemand je met de achterkant van de rechterhand een neerbuigende tik op het gezicht geeft. ‘Ga toch weg man’. En dan kiezen om er zelf niet bovenop te slaan, maar ook niet af te druipen. Ervoor kiezen om de andere wang toe te keren, waarvoor je weer overeind moet komen. De ander in de ogen moet kijken en tonen dat je besluit niet terug te slaan. Sterk, maar vastbesloten om niet zelf te doen wat de ander deed.

En je bovenkleding? Er was een regel dat je bij iemand die je van alles schuldig was alle bezit mocht opeisen, maar iemand niet naakt en berooid mocht achterlaten. Jezus zegt echter: Als iemand zover gaat dat die zelfs je bovenkleren wil hebben, ga dan maar all the way en kleed je voor de rechter uit tot je naakt bent. In plaats van je op je recht te beroepen, de ander de kans geven om zelf een andere keus te maken.

En als een soldaat je dwingt één mijl te lopen, ga er dan twee? Het was Romeins recht dat je een overwonnen onderdaan maximaal één mijl je bepakking mocht laten dragen. Gênant voor de overwonnene. Loop je daar als trotse Jood met de bepakking van een Romeinse soldaat. Jezus vraagt je om na één mijl, waar de soldaat je eigenlijk zuchtend z’n bepakking weer moet afnemen, er nog een stevig de pas in te zetten en nog een stuk te lopen. De soldaat verbaasd achterlatend.

Het is niet eenvoudig, maar het is niet subassertief of kruiperig, noch agressief en haatdragend. Het doorbreekt alle patronen.

Het opent nieuwe wegen

En nu de praktijk noch. Hoe zit dat? Iemand van wie je hoort dat ze lelijk over je praten, opzoeken en werkelijk geïnteresseerd vragen wat hij precies bedoelt? Niet offensief, niet defensief, maar geïnteresseerd. Het de ander het nog eens laten zeggen en samen onderzoeken wat er van waar is. Ik weet niet of het kan. Ik weet wel dat het zo onverwacht is dat de gewone patronen meteen doorbroken zijn.

Het opent nieuwe wegen, maar je moet er maar net opkomen … En je moet niet heel erg vastzitten aan bezit, eer, imago en wat dan ook. Een lange weg te gaan nog, vrees ik. Maar wel mooi, dat wel.

2 Koningen 6:1-23

1 Korintiërs 5:9 – 6:8

Matteüs 5:38-48