God kun je vinden juist op plekken waar je het minst geneigd bent te zoeken

God kun je vinden juist op plekken waar je het minst geneigd bent te zoeken

Het bijbelverhaal van de schapen en de bokken wordt nogal eens uitgelegd als ‘wie gaat er naar de hemel en wie naar de hel?’ Volgens Rob missen we dan de clou.

Rob krijgt een vraag over het verhaal van de schapen en de bokken uit Matteüs 25:41-46. De vragensteller heeft moeite met de spanning tussen een Jezus als barmhartig, liefdevol, en stervend voor zondaren; en een Jezus die zoiets zegt zoals in dit schriftgedeelte staat.

In het tekstgedeelte vertelt Jezus een verhaal over een koning die mensen scheidt in twee groepen – schapen en bokken – afhankelijk van hoe ze omgaan met de hongerigen, de dorstigen, de naakten, de zieken en de eenzamen in hun midden.

Samen met God heersen over de aarde

Eerst, een stukje over de geschiedenis van dat moment waarin zich dit afspeelt. Jezus leefde tussen een groep mensen die geloofde dat God in de nabije toekomst zou ingrijpen in de menselijke geschiedenis, en hen zou bevrijden van een wrede onderdrukker. Hij zou het onrecht en de misstanden rechtzetten waaronder ze al generaties lang hadden geleden. En Hij zou vrede op aarde vestigen in hun eigen land.

Zijn publiek bestond uit mensen die geloofden dat ze Gods uitverkoren volk waren. En dat ze, wanneer God dat alles had gedaan, zouden heersen over de wereld samen met God. (Denk nog maar eens aan Jezus’ leerlingen die ruzieden over wie waar zou zitten in het komende koninkrijk. En hun moeder – hoe gênant –  probeert nog een goed woordje voor hen te doen bij Jezus.)

En toch… precies die mensen die ruziemaakten (over wie waar zou zitten in de zetel van de macht), waren degenen die het echte lijden om hen heen marginaliseren, onderdrukken en negeren.

Eerst wat onzin uit de weg ruimen

Dus, laten we eerst wat onzin uit de weg ruimen. Dit tekstgedeelte wordt soms gebruikt om te praten over wie er naar de hemel gaat en wie naar de hel gaat. Het probleem met die specifieke uitleg van dit tekstgedeelte is dat het ‘criterium’ voor wie waar naartoe gaat, is hoe ze de armen behandelden en het lijden waarmee ze geconfronteerd worden.

Interessante hoe de mensen die dit gedeelte vaak gebruiken om te rechtvaardigen dat God mensen voor eeuwig naar de hel stuurt, ook de mensen blijken te zijn die het minste praten over het zorgen voor armen en het lijden in het hier en nu van deze wereld?

Vaak vinden we God als we ten einde raad zijn

Er ligt een mysterie verborgen in de structuur van de schepping. Een geheimenis waarover Jezus steeds weer vertelt. In het minste, het verlorene, in wat vergeten is en wat verbroken is, zien we Gods aanwezigheid. Vaak vinden we God als we ten einde raad zijn, in onze kwetsbare en gebrekkige gebrokenheid. Dat is hoe het mysterie zich een weg baant.

Sommige mensen zien dit, anderen niet. Jezus houdt nooit op met wijzen op het goddelijke beeld en betekenis van juist die mensen die je makkelijk uit de weg gaat, die je eenvoudig negeert, die het vaakst worden vergeten.

Zie je hoe moderne, religieuze mensen met een dak boven hun hoofd en eten in hun maag vaak de kracht van een tekstgedeelte als dit missen? Ze maken er iets van dat gaat over een andere tijd, plaats en wereld en niet over het lijden dat maar al te echt is in het hier en nu in deze wereld.

Je wilt me vinden? Dit is de plek waar ik ben

Als je dit tekstgedeelte leest en vervolgens gaat discussiëren over wie waar naartoe gaat nadat hij is gestorven, dan mis je de kracht waarmee Jezus volhoudt dat Gods aanwezigheid rondom ons is. En dat is vooral te vinden op de plekken waar je het minst geneigd bent te gaan zoeken. Geen wonder dat mensen genoeg hebben van de Bijbel als die op deze manier wordt gelezen.

Jezus leert ons hier dat de uitdaging is om te groeien in je bewustwording van iets van Gods aanwezigheid in alle mensen. Op elke plek en bij elke gebeurtenis, vooral daar waar de meeste honger, pijn, eenzaamheid en lijden is. Alsof Hij zegt: ‘Je wil Me vinden? Dit is de plek waar Ik ben.’

Wat heb jij gedaan met wat je hebt gekregen?

Jezus verwijst naar een groter verhaal. Eentje dat zijn oorsprong vindt in de overtuiging van Jezus’ publiek uit de eerste eeuw. De overtuiging dat God op zoek is naar partners, om voor de wereld te zorgen, om er iets goeds mee te doen. Erover te heersen in de beste betekenis van het woord.

De vraag die het verhaal stuurt is: ‘Wat heb jij gedaan met wat je hebt gekregen?’ Want waarom zou je meer verantwoordelijkheid krijgen als je niet goed hebt gehandeld met wat je al had ontvangen? Als je niet trouw en betrouwbaar bent geweest in het kleine, waarom zou je dan ooit vertrouwd worden met grote dingen?

Als je Gods aanwezigheid al hebt gemist in de zieke, de eenzame en de naakte, hoe zou je dan ooit kunnen omgaan met meer goddelijke verantwoordelijkheid? Snap je waarom Jezus een verhaal als dit zou willen vertellen? Kun je de al te reële moderne, onmiddellijke gevolgen van zo’n verhaal inzien?

Of om het anders te zeggen: Groei jij in je bewustwording van Gods aanwezigheid in ieder mens en gesprek en interactie en gebeurtenis en ontmoeting? Ben je je er steeds meer van bewust hoe belangrijk het is om trouw en betrouwbaar, rechtschapen en integer te zijn in de kleine dingen in je leven. Vooral als er niemand kijkt?

Ben je je in toenemende mate ervan bewust hoe heilig en gewijd jouw leven is. Hoeveel het ertoe doet allemaal. En wat een buitengewone verantwoordelijkheid en kans en vreugde het is om jou te zijn?

Vertrouw erop dat God aanwezig is

Laten we dus eindigen door terug te gaan naar de vraag. Het probleem met de vraag is dat het je niet brengt waar je naartoe wil. Het antwoord ligt niet ergens in het midden. Het is overal om je heen. En het is heel erg urgent. Jezus nodigt ons uit om ons hier bewust te worden van Gods aanwezigheid. In de taal en symbolen en aanknopingspunten die resoneerden met zijn publiek toen.

Zijn boodschap is echter tijdloos, want wat je wil is een vervuld leven. Een bruisend leven. Een leven waarin je de hele dag door de volheid van God ervaart in tal van mensen en gebeurtenissen op tal van manieren. Open je ogen, vertrouw erop dat God aanwezig is. Vooral in wat verloren en gebroken is. In de hongerende en de eenzame.