Ja, laat de doden aan de doden over en volg mij. Huh?

Ja, laat de doden aan de doden over en volg mij. Huh?

Waarom is de mens altijd op drift, gevangen in onrust, vraagt Joost Röselaers zich af. Jezus stelt daar twee woorden tegenover: Volg mij. Dries van den Akker sj. verbeeldt zich die oproep te snappen.

De theologen uit ons panel – Joost en Dries – lezen vandaag Matteüs 8 vers 18 tot 22.

Heer, sta me toe eerst terug te gaan om mijn vader te begraven. Maar Jezus zei tegen hem: ‘Volg mij en laat de doden hun doden begraven’.

Joost:

De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten. Maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen. Waarom is dat zo? Waarom is de mens altijd op weg, en heeft hij geen plek waar hij als het ware zijn hoofd te ruste kan leggen? Het is een thema dat in vrijwel alle bijbelse verhalen terugkeert. De personages zijn op weg naar het beloofde land, naar een plek waar zij eindelijk thuis zullen zijn en kunnen nestelen, maar zij bereiken die plaats nooit. Zij blijven gevangen in onzekerheid en onrust.

Je moet een beetje een antenne voor de poëzie van bijbeltaal hebben om te kunnen aanvoelen waarom dat zo is. Er is een verhaal van Rilke dat ons daaraan kan helpen. In dat verhaal komt de ik-persoon in gesprek met een vriend uit zijn buurt.

Wat dat voor een land is? Tja…

Waar ben je geweest, vraagt de vriend, ik heb je lang niet gezien. Ik was in Rusland, zegt de verteller. Zo ver weg, vraagt de ander. Wat is dat voor een land, Rusland? Een heel groot land, nietwaar? Ja, zegt de verteller, groot. En hij begint te vertellen waar het aan grenst, in het oosten en het westen. Dan valt hij stil. Was het een domme vraag, zegt de ander. Nee, zegt de verteller. Omdat je me vraagt: ‘Wat is dat voor een land’, wordt mij van alles duidelijk. Ik zie ineens dat het lezen van landkaarten mensen bedorven heeft. Daarop is alles plat en vlak, en wanneer zij de vier windstreken in de gaten hebben, vinden zij het al welletjes. Maar een land is toch geen atlas. Het heeft bergen en afgronden. Het moet toch ook boven en beneden ergens op stoten? Waaraan zou Rusland aan deze twee kanten grenzen? Voorzichtig zegt de vriend: Misschien aan God? Ja, bevestigt de verteller, aan God. Maar God is toch geen land, aarzelt de vriend. Soms kan dat, zegt de ik-persoon dan dromerig. Het noemen van een naam kan een heel land oproepen, een koninkrijk…

Het is een innerlijk proces

Zo leert Rilke ons: als het om het beloofde land gaat – om een plek waar je jouw hoofd in alle vertrouwen te ruste kunt leggen – moet je niet horizontaal denken. Het gaat daarin niet om geografie of om sociologie, maar om een innerlijk proces. Kun je tevreden zijn met de omstandigheden waarin je verkeert? Loopt alles zoals je zou hopen? Kun je rustig in slaap vallen?

Of ben je – net als Jezus – vol van onrust, omdat onrecht en ongelijkheid jou bezighouden en jou juist uit je slaap houden? En blijf je zoeken en verlangen naar het beloofde land, het land van God, waar iedereen zich eindelijk thuis kan voelen en in alle eenvoud zijn hoofd te ruste kan leggen?

Vreemde snuiter die zo’n vraag stelt

Dries:

Dat antwoord aan degene die eerst zijn vader wil begraven, voordat hij zich bij Jezus aansluit. Raadselachtig: Laat de doden hun doden begraven; maar jij: volg mij. Doden begraven is op zich al één van de zeven werken van barmhartigheid. Maar als het dan ook nog je vader is…

Nu ik erover nadenk. Die vraag van die leerling is ook wat vreemd. Is die vader van hem juist overleden? Staat hij – zoals wij dat noemen – nog boven aarde? Wat doet die zoon dan in de omgeving van Jezus? Hij zou toch thuis moeten zijn: waken bij de dode. Vrouw en kinderen troosten. Familie ontvangen en te woord staan. De begrafenis regelen.

Of toch best een nobele levensinstelling

Of leeft vader nog, maar is hij oud en op de hulp van anderen aangewezen? Zegt die leerlingen eigenlijk: ‘Wacht tot mijn vader overleden is. Dat kan nooit meer zo lang duren. Als het eenmaal zo ver is, kom ik terug om u te volgen.’ Als dat zo zou zijn, is dat op zich een heel nobele levenshouding.

Hoe dan ook, Jezus zegt hem, dat hij hem onmiddellijk moet volgen. Wat kan er zó belangrijk zijn dat je zelfs de zorg voor je vader aan anderen overlaat, en de zaak van Jezus dient? Ik verbeeld me dat ik aanvoel wat Jezus zegt. Ik hoef maar om mij heen te kijken in de wereld van vandaag. Als er iets nodig is op onze wereld, liefst vandaag nog, dan is dat naastenliefde, barmhartigheid, vredelievendheid. De dingen die Jezus het allermeest ter harte gingen… – en gaan.

Daar kun je dus geen moment mee wachten. Maak al het andere daaraan ondergeschikt en zet het boven aan je to-do-lijstje. Begin vandaag nog. Sluit je computer, je i- of smartphone af, en ga aan het werk: meedoen met Jezus.


Joost Röselaers is algemeen secretaris van de remonstranten en predikant van The Dutch Church in Londen.

Dries van den Akker, sj. is jezuïet, oud-docent godsdienst en redacteur van Ignis.

Lees hier de vorige aflevering