Na Noach geen zondvloed meer? Dat valt nog te bezien…

Na Noach geen zondvloed meer? Dat valt nog te bezien…

We groeiden allemaal op met Noach, de ark en een regenboog als goedmaker. Maar deugt met name dat laatste beeld nog wel? Alain vindt dat het hoog tijd is voor een nieuwe hervertelling. 

Ik heb er altijd een bloedhekel aan gehad als Bijbelverhalen zonder meer werden afgeserveerd met een ‘dit kan écht niet meer, anno 2017′. Vaak zegt die houding meer over de gemakzuchtige lezer dan over de tekst zelf. Daarom preek en schrijf ik graag over alle passages die de gemiddelde gelovige liever overslaat. Met het verhaal van Noach is het echter precies andersom: iedereen vertelt het aan z’n kind, terwijl ik het liever wat minder vaak zou horen.

Het gaat me nu even níet om het feit dat we in dit verhaal eigenlijk met een heel problematische God te maken hebben. Dat schreef ik eerder al op Blendle: de zondvloed is de grootste genocide ooit, en de dader is de Allerhoogste zelf… In dit blog wil ik het ook niet over de straffende rol van God hebben. Ik wil de gevaarlijke, valse troost die van Noachs verhaal kan uitgaan eens aankaarten.

Nooit meer een zondvloed, klopt dat wel?

Het verbond tussen God en Noach geldt in de joodse traditie als een verbond voor de hele wereld (dus niet alleen voor het uitverkoren volk). God belooft aan alle mensen en dieren dat er nooit weer een zondvloed zal komen – en het bewijsteken van die belofte is een regenboog. Dat is natuurlijk een mooie, hoopvolle boodschap om je kind het leven mee in te sturen, en misschien verklaart dat voor een deel waarom we, gelovig of niet-gelovig, nog steeds plastic arkjes aan onze kinderen geven. Wat minder mensen beseffen, is dat God in hetzelfde hoofdstuk definitief zijn zegen geeft aan het eten van vlees. In het paradijs aten alle mensen planten, na de zondeval is een biefstukje ook oké voor God.

Misschien vind je me een zeur, maar ik vind het ‘Noachitisch verbond’ even niet zo’n handig verhaal anno 2017. Het Wereld Natuur Fonds kwam deze maand met een nieuw rapport, Appetite for Destruction, waarin nog maar weer eens wordt betoogd dat er een flink verband bestaat tussen de teloorgang van de wereld en onze vleesconsumptie. Terwijl God tegen Noach zegt: ‘Je mag vlees eten, en ik zal de wereld nooit meer laten overstromen’, waarschuwt de klimaatwetenschap ons dat het oordeel onafwendbaar is als we zoveel vlees blijven eten als we nu doen. De Bijbelschrijvers konden natuurlijk niet zien aankomen dat de mens duizenden jaar later geen God meer nodig zou hebben om een flinke zondvloed te veroorzaken.

Noach was een egoïst

En dan de persoon Noach. God zegt dat hij de hele wereld onder water gaat zetten, en het enige dat deze man doet is zwijgend een boot voor zichzelf bouwen. Wat moet je met zo’n heilige? Rabbi Jonathan Sacks wees me in dit verband op de chassidische uitdrukking tzaddik im peltz, letterlijk een rechtvaardige in een bontjas. Er zijn twee manieren om warm te blijven als het ’s nachts vriest: een vuurtje stoken waar iedereen profijt van heeft, of alleen jezelf warm houden in een dikke jas. Noach kiest voor het laatste. Hij is dan misschien een rechtvaardige in vergelijking met z’n generatiegenoten, maar zet hem naast de warmbloedige Abraham en er blijft heel weinig van Noachs glans over.

Ook dit verhaalelement vind ik bijzonder storend. Alle mensen vergaan, maar de uitverkorene zit veilig in z’n bootje… Daar heb ik nare associaties mee als ik het doortrek naar de politieke realiteit waarin steeds meer mensen slachtoffer worden van oorlog, honger en watersnood, terwijl een happy few de deur van de veilige ark dicht laat. Sommige allerrijksten der aarde doen tegenwoordig letterlijk een Noachje door alvast een schuilplaats voor zichzelf te laten bouwen, voor als de klimaatverandering de rest van de wereld onleefbaar maakt. In de film 2012 wordt dat scenario ook al uitgewerkt. Is dat dan de hoop voor de mensheid?

Confronteer jezelf met schurende onderdelen van je traditie

Geen Bijbelverhaal verdient het om genegeerd te worden, maar het wordt wel met de dag minder geoorloofd om het Noach-verhaal als oppervlakkige troost te blijven opvatten. Juist de motiefjes na Noachs happy ending leveren latere generaties problemen op: de sanctionering van vleeseten, het slaapliedje dat de aarde nooit meer overstroomd zal raken en het wereldvreemde egoïsme van de vrome held. Over zijn dronken vervloeking van zijn eigen zoon zwijgen we maar verder.

Janneke Stegeman schreef in Alles moet anders!, haar afscheidsessay als Theoloog des Vaderlands, dat het goed is om zelfkritisch de confrontatie aan te gaan met schurende onderdelen van je heilige traditie. Wat mij betreft is de ark van Noach daar ook een goed voorbeeld van. Juist omdat dit verhaal zo diep in onze collectieve ziel is gegrift, is het noodzakelijk dat we de negatieve impact van het narratief onder ogen zien om te kijken hoe we die kunnen tackelen. Dit kan weleens een urgentere uitdaging zijn dan we denken: hoe kunnen we Noachs verhaal de komende generaties blijven vertellen zónder dat het ons vergiftigt met een zelfzuchtig ‘Na ons de zondvloed’?

Nieuwe Noach als idealistische veganist?

Een interessant voorbeeld van een nieuwe Noach-vertelling vind je bij de Joods-Amerikaanse filmmaker Darren Aronofsky. Hij maakte Noach in 2014 tot een idealistische veganist, een man die zijn zoontje berispt als hij zomaar een bloem plukt. Zo gebruikt hij het Bijbelverhaal niet om ons in slaap te sussen, maar juist om het gesprek over het klimaat nog eens aan te zwengelen:

I think it’s really timely because it’s about environmental apocalypse which is the biggest theme, for me, right now for what’s going on on this planet. So I think it’s got these big, big themes that connect with us.

Voor Aronofsky volstond het verhaal van Noach uiteindelijk toch ook niet om de milieuproblematiek, die hem zo aan het hart gaat, goed te communiceren. Ook hij onderkent het risico dat we ons zomaar veilig zouden wanen nu het water van de zondvloed is opgedroogd.
Daarom maakte de regisseur nog een film, Mother!, die je zou kunnen zien als een vervolg op Noah. Het is een metaforische vertelling van onze menselijke uitbuiting van de aarde waar de zondvloed van Noach niet aan het einde, maar ergens aan het begin staat. De boodschap is onheilspellend, maar realistisch: de vernietiging van de aarde vond al eens plaats, maar dreigt wel degelijk nog eens herhaald te worden.

Soms is het tijd om elkaar verhalen van hoop te vertellen.
Nu is het tijd om onze religie van de regenboog te ontdoen.