Kerkverlaters ‘afhakers’? Zo simpel ligt dat niet

Kerkverlaters ‘afhakers’? Zo simpel ligt dat niet

Kerkverlaters (‘grensgangers’) verlangen niet alleen naar ruimte om ‘anders’ te mogen denken, ontdekt Remmelt. ‘Ze verlangen ernaar om dichterbij God en het Evangelie van Jezus te komen dan tot nu toe mogelijk leek.’

Ik zat op een vrijdagochtend iets na 8 uur in de studio van Groot Nieuws Radio. Of ik vragen wilde beantwoorden over kerkverlating. Het was tenslotte de start van het nieuwe kerkelijke seizoen. Ik probeerde het verhaal van ‘kerkverlating’ in de richting te duwen van ‘grensgangers’, omdat me dat een stuk zinvoller leek. Ineens was de tijd bijna voorbij en was daar die slotvraag: ‘Hoop je dat alle mensen die de kerk kwijtgeraakt zijn haar ook weer terugvinden?’ Ik haperde. Na een stilte zei ik eerlijk: ‘Nee, dat is niet wat ik hoop.’

Wat bezielt ze, gelovigen die het niet meer in de kerk vinden?

Het hoge woord was eruit. Het voelde ongemakkelijk, maar nu ‘ja’ zeggen, voelde als het in de steek laten van al die mensen die zich herkend hadden in mijn blog op Lazarus. Ik dacht aan de vele reacties en mails die ik persoonlijk kreeg. Verhalen van grensgangers en hun zoektocht.

Nee, ik hoop voor velen van hen níet dat ze terugkeren in een kerk zoals wij die kennen. Ik hoop veel meer dat de zoektocht van grensgangers zal leiden tot nieuwe dingen. Ik geloof namelijk dat het waardevol is dat er mensen zijn die zich bevinden in een grensgebied. En ik geloof wel zo diep in God dat ik ook geloof dat dingen niet voor niets gebeuren. Daarom ga ik door met de zoektocht: Wat bezielt ze, gelovigen die het niet meer in de kerk vinden, maar op adem komen en hun zoektocht buiten de kerkmuren vormgeven?

Ik heb na de vorige blog ook de vraag gekregen of dit wel nieuw is. Ja, dat gevoel heb ik wel. Niet van gisteren, maar wel nieuw als een recente ontwikkeling onder gelovigen. Wat ik merk is dat het zichtbaarder wordt en dat ik het vaker tegenkom dan twintig jaar terug. Mogelijk komt dat door mij, tegelijk bevestigen de reacties op mijn vorige blog waar het mij om gaat: het ‘verschijnsel’ wordt breed herkend door mensen die vervolgens ook iets van hun eigen verhaal delen.

Een context van post-christelijkheid

Diverse verhalen bevestigen hoezeer mensen zich in een grensgebied voelen zitten. Er is liefde voor de kerk, maar ook irritatie en gemis. Er is geloof en verlangen, maar het maakt onvoldoende ‘klik’ met het leven buiten die kerkmuren. Juist de betrokkenheid is iets wat mij fascineert en maakt dat ik me ben gaan verdiepen in de verhalen achter wat oppervlakkig gezien ‘afhaken van de kerk’ lijkt. Dit is toch een ander verhaal.

Je kunt je afvragen of het zo vreemd is. We komen kerkelijk gezien uit een tijd van verzuiling en homogeniteit. Tegelijk is dat echt al even geleden. Die effecten merk je in alles. Ook de kerk zelf zit in een overgangsperiode waarin opnieuw gezocht wordt naar identiteit en vitaliteit. Manieren en woorden uit een andere periode kunnen ineens hun lading verliezen. Zonder een oordeel te geven over tradities binnen kerken, is het grensgebied volgens mij iets wat iedereen kan merken. In een context van ‘post-christelijkheid’ zoeken kerken naar nieuwe vormen. En ontstaat er onrust door veranderingen. En verlaten intussen hele groepen de tent, omdat hun zoektocht niet meer matcht met de gemeente waar ze in zitten.

Ooit begon de kerk zelf als een grensgeval. Na eeuwen van salonfähigkeit wordt de kerk opnieuw marginaal. Is het zo vreemd als gelovigen intussen meer vrijheid voelen om zelf op zoektocht te gaan buiten de krakende en knarsende kaders van weleer?

Gevoelens van bevrijding en eenzaamheid

De waarde die ik hier zie, is het exploreren van het onbekende. We zijn op een voor de meesten van ons onbekend terrein aangekomen. Je voelt je tijdsreiziger en je ziet jezelf als onderdeel van de wereld waarin je opgroeit. Tegelijk groeide je op in een kerk waar taal en teken sterk vanuit het verleden bepaald zijn. De kerkmuren zijn tegelijkertijd meer dan ooit afgebrokkeld en grenzen raken geperforeerd.

Het grensgebied komt meer dan ooit binnen ons blikveld en we reageren daar verschillend op. De ‘typische grensganger’ lukt het niet meer om die spanning binnen de kaders aan te gaan. Hij stapt over de grenslijnen heen en laat aanvankelijk vooral veel los. Intussen gaat de zoektocht door. Iets wat voor anderen minder zichtbaar kan zijn. Ik voel in verhalen een stuk eenzaamheid dat zich beweegt tussen een bevrijdende solotocht en een gevoel van niet gezien en erkend worden. Intussen proef ik liefde voor God, bij alle diversiteit en verwarring die ik ook lees.

Een wereldmens met een hart voor Jezus

Is het ook kritisch? Ja, dat is het natuurlijk ook. Een kerk die als ‘bubbel’ wordt beleefd, als een plek waar discussies naar binnengericht zijn geraakt en waar de verbinding met elkaar én met de omgeving buiten de kerkmuren zoekraakt. Zoals iemand schreef: ‘De kerk vernieuwt zich vooral buiten de muren van kerkgebouwen.’ Ik zou zeggen: er wordt iets ervaren van ongelijktijdigheid in het zoekproces. Waar de een al uit allerlei kaders en kwesties is gestapt, is een meerderheid soms nog bezig met andere dingen.

Wat volgens mij het typerende is aan een deze positie van ‘grensganger’ is wat iemand zo verwoorde: ‘Ik ben een wereldmens met een hart voor Jezus, of een Jezusmens met een hart voor de wereld.’ En juist die combinatie levert meer dan voorheen een spanning op die op dit moment niet op te lossen is. Dat gaat dus over een kwetsbaar en kostbaar proces, en niet maar een modieuze golf van kerkkritiek.

Een groter verhaal dan wat de kerk voor het voetlicht brengt

Het tweede dat ik merk als tegenhanger voor de gedachte dat grensgangers vooral afhakers zijn is dit: in een heel aantal reacties tref ik aan wat ik ook in mijn eigen interviews met mensen heb ontdekt. Dat gaat niet zozeer over ‘twijfel’ of ‘ruimte’ nodig hebben of moeite met tradities zozeer. Het gaat meer om het verlangen naar een groter verhaal dan wat een bestaande kerk voor het voetlicht brengt. Meer van God in plaats van water bij de wijn dus. Wat bedoelen mensen dan?

Wat ik proef is de ervaring dat binnen bestaande gemeentes het soms te benauwd lijkt. Te klein en te beperkt. Discussies die de boventoon voeren, maar ook de houding van mensen en wat ze met elkaar belangrijk vinden. Zoals iemand zei: ‘God is groter dan een hokje.’ Dat kan gaan over verlangen naar het mysterie van God, zonder dat we het allemaal precies lijken te weten en met die waarheidsclaims juist te klein gaan spreken van God. Het kan ook gaan om een diep verlangen om meer het koninkrijk van God als centrale dynamiek te zien (in plaats van het in stand houden van de kerk). Ik hoor mensen verzuchten in gesprekken: ‘Het gaat om zoveel meer!’

Het verlangen naar Gods grootheid en zijn koninkrijk lijkt niet beantwoord te worden

Dat is opvallend, omdat je dezelfde woorden letterlijk van betrokken kerkgangers en voorgangers kunt horen. Nu zou je kunnen denken dat deze grensgangers het wel zullen vinden in meer evangelische of pinksterkringen. Niets is minder waar, als ik de verhalen lees. De zoektocht gaat nogal eens via alle afdelingen van Gods zichtbare kerk op aarde… Wat mij raakt, is dat het verlangen naar Gods grootheid en zijn koninkrijk niet beantwoord lijkt te worden in de ervaring van deze mensen. Tenminste niet binnen hun concrete setting van de kerk.

‘Ik ben een ander verhaal gaan geloven.’ Dat kan heftig klinken en soms kan dat ook heftig zijn. Daarmee is nog niet helder welk verhaal precies en of dat ‘betere verhaal’ niet ook juist binnen heel veel kerken gevonden kan worden. Het punt is vooral dat mensen zelf concluderen dat die combinatie niet meer goed werkt. Wat maakt dat dit niet lukt? Voor mij is díe vraag veel interessanter dan wat de winst is die geboekt wordt door ‘vrij’ te gaan zoeken en met God te leven zonder de directe verbondenheid van een geloofsgemeenschap.

Meer dan alleen ruimte om anders te mogen denken

Los van directe theologische topics die hier zullen spelen, is de rode draad volgens mij: God is groter dan de waarheden en denkkaders zoals wij die met elkaar delen in veel bestaande kerken. Het is niet alleen een verlangen naar ruimte om ‘anders’ te mogen denken, het is ook een verlangen om dichterbij God en het Evangelie van Jezus te komen dan tot nu toe mogelijk leek.

Hoe herkenbaar zijn deze twee elementen: leven en zoeken in het grensgebied van een nieuwe tijd en een veranderende cultuur én verlangen naar meer van God in je concrete dagelijkse leven? En een vraag erbij: hoe eenzaam is die zoektocht? Is dat altijd noodzakelijk of domweg het gevolg van je stap, of doe je het in een netwerk van reisgenoten die ook buiten de lijntjes kleuren?