Mijn God bestaat niet

Mijn God bestaat niet

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Mijn God bestaat niet – PopUpGedachte 5 oktober

Mijn God maakt zich niet zo druk over allerlei kleine persoonlijke zondes. Mijn God wil de wereld hebben en redden en veranderen. Mijn God moet een beetje lachen om al die mensen die zo deftig met elkaar discussieren over hoe het wel en niet zit. Mijn God eet graag met mensen. Mijn God is al buiten terwijl er binnen nog gebeden en gesmeekt wordt. Mijn God is aan het werk. Mijn God. Mijn god. Maar Mijn God bestaat niet. Per definitie niet.

Mijn god beschermt mij

In de eerste tekst van vanochtend lees ik hoe koning Josia de godsdienst zoals die zich ontwikkeld heeft in het voorchristelijke Israel opschoont. De man heeft er zijn handen vol aan, want elke plaats van enige betekenis – van de allerbelangrijkste plek, de tempel van God zelf, tot aan het dak van een bijwoning van een vorige koning – is uitgerust met godenbeelden. De godin van de vruchtbaarheid heeft een fallus in de tempel staan.

Er zijn allerlei altaartjes en altaren die oorlogsgoden en andere specialistische opperwezens moesten bewegen tot bescherming en voorkeur voor de offeraar. Zodat je na het offeren van je oudste kind – het gebeurde hè, goden als Kemos, Moloch en Baal daar bracht je kinderoffers aan – na zo’n verschrikkelijk offer kon je zeggen: mijn god beschermt mij.

Wat dat betreft blij met seculiere tijden. Aan de andere kant: de publieke ruimte die vol stond met beelden die verwezen naar ‘mijn God’ is heus weer op andere manieren gevuld. Je zou kunnen zeggen dat de zogenaamde afgoderij ook een vorm van consumentisme was. De palen en beelden en altaren die riepen: geef mij wat je hebt en ik geef je wat je wilt.

Soms gaven mensen veel en veel te veel. Waagden de ultieme gok – anderen gewoon een beetje, zoals zovelen van ons. Een beetje spullen, een beetje investeren om de toekomst veiliger te stellen of iets van geluk te vinden. Het is totaal onvergelijkbaar: de altaren op elke straathoek en de billboards die dat vervangen hebben. Toch roepen ze om te consumeren en de consument zegt: Mijn God. Dat waar ik in heb geïnvesteerd.

Er is maar één God en die waait door de mensen heen

Mijn God bestaat niet, zegt het christendom. Zo gauw het een bezittelijk voornaamwoord heeft, weet je één ding zeker; dat het niet God kan zijn. Paulus probeert vanochtend aan het kerkje in Korinthe zoiets duidelijk te maken. Jouw God is niet toffer, omdat jij allerlei bijzondere genezingen kan doen. Jouw God moet niet meer aandacht hebben, omdat jij een wijsheid te berde brengt waar iedereen naar luistert.

Er is maar één God en die waait door de mensen heen. Hij heeft de mensen. Hij mag bezittelijke voornaamwoorden gebruiken. Of zij, want persoonlijke voornaamwoorden zijn ook al een beetje moeilijk te plakken aan dat grote mysterie achter de wereld. Hij, zij, het. Al ingewikkeld om aan mensen te koppelen soms, laat staan aan het hogere. Maar we hebben nu eenmaal een grofmazige structuur om de wereld in te vangen. Hij, zij, het en we moeten het er een beetje mee doen.

Eén God, aan wie bezittelijke voornaamwoorden niet blijven plakken en bij wie persoonlijke voornaamwoorden nooit de lading dekken. Hij heeft personen en hun voornaamwoorden voortgebracht en inspireert hen, letterlijk. In spiritus sanctus, mensen in de geest, begeesterd, bevlogen, geïnspireerd. Sommigen van degenen die zijn geraakt door de geest in dat kerkje in Korinthe verkondigen wijsheid, anderen dragen kennis over, weer anderen hebben een groot geloof, een ander heeft een gave om te genezen.

Dat zijn geen verschillende goden! roept Paulus. Dat is geen ander geloof. Dat is niet iets wat jij ook moet willen hebben of ook kunt veroveren door maar op dezelfde manier als de ander te ‘investeren’. Dat hoort bij die afgoderij. Andermans land gaat lekker, veel koren en alles, je checkt welk altaartje hij zijn offergave brengt – en dan jij ook – zodat jij ook krijgt wat hij heeft.

Niet doen, zegt Paulus. Het is één Geest. ‘Al deze gaven worden gegeven door een en dezelfde Geest aan ieder afzonderlijk zoals hij wil. Hij wil iets, niet jij. Hij zegt: mijn mens. Dat is mijn mens die wijs is geworden, dat is mijn mens die is gaan geloven, dat kan samen in een community best wat worden.

Geen groter gevoel van geborgenheid

Mijn God bestaat niet. Personen waarvan de maker zegt: mijn mens, die bestaan wel. En er is geen groter gevoel van geborgenheid denkbaar dan dat. Ter afsluiting een gedicht van Padraig O Tuama van het album: Hymns to swear by

God of watching,
whose gaze I doubt and rally against both,
but in which I nonetheless take refuge, despite my limited vision.
Shelter me today,
against the flitting nature of my own focus
and bring me to the calm place
in which to stand.
And when I falter, which is likely,
give me both the courage and the kindness to begin again with hope and coping.
For you are the one whose watchfulness
is
steady.

Amen.

2 Koningen 23:4-35

1 Korintiërs 12:1-11

Matteüs 9:18-26