Ontmoeting

Ontmoeting

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Ontmoeting

Ik heb niet zoveel vandaag. Het is een soort herfstvakantie, maar ik kan me er niet toe zetten af te zien van deze gedachtes en deze ochtendoverweging. Ook krijg ik geen letter op papier, even. Omdat mijn hoofd blijkbaar wel de vakantiestand kiest. En toch, wil ik schrijven. Iets. Iets eenvoudigs. Voor nu, zonder punt of betekenis of actualiteit. Even niet graven naar een zinnige verbinding met het cabinet op het bordes, met oorlogen in het groot of juist heel erg klein en om de hoek, gewoon even niet.

In de lezing van Openbaring vanochtend raakt Johannes in ‘geestvervoering op de Dag des Heren’ – het zal een zondag zijn geweest op zijn het eiland waarheen hij is verbannen en dan ziet hij zeven gouden kandelaren en daartussen iemand als een mens ‘in een gewaad dat tot de voeten reikte, het middel omgord met een gouden gordel. Zijn hoofd en haren waren wit als sneeuwwitte wol en zijn ogen vlamden als vuur. Zijn voeten waren als koperbrons, zijn gelaat schitterde als de zon. ‘Vrees niet, sprak hij, ik ben het, de eerste en de laatste, de levende. Ik was dood en zie, ik leef in de eeuwen der eeuwen.’

Een trip, mentaal, geestelijk spacend en over al die eeuwen bewaard om het inzicht, het geloof en het verlangen naar ontmoeting, zo’n ontmoeting. Niet met een oude tekst, niet met een verhaal van vroeger of een relevant ideetje voor vandaag. Maar een ontmoeting met dat numineuze, ongekende, grootse wat deze dag vandaag ook doortrekt, wat huiverend gevoeld kan worden op die eenvoudige momenten die altijd meteen weer voorbij zijn. Die je af kunt schudden als druppels uit een hondenvacht, maar die toch iets achterlaten, een herinnering, een herinnering aan de toekomst, niet aan het verleden, gek genoeg.

De Ierse dichter Padraig O Tuama schreef het volgende, ik heb het zojuist vertaald om het eigen te maken. Over de ontmoeting. In de ochtend. Dat is het voor vandaag. Zegen.

“Noch ik, noch de dichters waarvan ik hou hebben de sleutel gevonden tot het koninkrijk van bidden en we kunnen god niet dwingen om te struikelen over ons, op de plek waar we zitten. Maar het is sowieso een goed idee om te zitten. Dus zit ik elke ochtend. Ik kniel, ik wacht, ik wordt vrienden met de gewoonte om te luisteren, terwijl ik hoop dat er naar mij wordt geluisterd. Daar, zo, groet ik God in mijn eigen wanorde. Ik zeg hallo tegen mijn chaos, mijn nog niet gemaakte besluiten, mijn onopgemaakte bed, mijn verlangen en mijn gedoe. Ik zeg hallo tegen afleiding en privilege, ik groet de dag en groet mijn geliefde en verbijsterende Jezus. Ik herken en groet mijn last, mijn geluk, mijn gecontroleerde en oncontroleerbare verhaal. Ik groet mijn niet nog vertelde verhaal, mijn ontwikkelendde verhaal, mijn ongeliefde lichaam, mijn eigen liefde, mijn eigen lijf. Ik groet de dingen die ik verwacht te taan gebeuren en ik zeg hallo tegen alles dat ik nog niet weet over deze dag. Ik groet mijn eigen kleine wereld en ik hoop dat ik de grotere wereld kan ontmoeten vandaag. Ik groet mijn verhaal en hoop dat ik mijn verhaal kan vergeten deze dag en hoop dat ik wat verhalen kan horen en wat verrassende verhalen kan horen gedurende de lange dag die wacht. Ik groet God en ik groet de God die meer God is dan de God die ik groet. Hallo aan jullie allemaal, dat zeg ik, terwijl de zon opkomt boven de schoorstenen van noord Belfast, hallo.”

Hallo dus.

Zacharia 1:7-17

Openbaring 1:4-20

Matteüs 12:43-50