In plaats van meer, een beetje minder graag!

In plaats van meer, een beetje minder graag!

Het hedonistische ‘meer, meer, meer’ is ook de kerk ingeslopen. ‘Tegenvallers en falen horen gewoon bij het leven’, zegt Jan. ‘Laten we dat nu eens aanvaarden.’

In het hilarische en zeer bevrijdende zelfhulpboek ‘De edele kunst van not giving a f*ck‘ citeert auteur Mark Manson de Engelse filosoof én priester Alan Watts die zegt: Het verlangen naar positieve ervaringen is in wezen een negatieve ervaring. Terwijl daarentegen de acceptatie van een negatieve ervaring in feite juist een positieve ervaring is.’ Een uitspraak waar ik lang over moest nadenken.

We grazen deze planeet kaal op zoek naar meer, meer, meer

We leven in een samenleving waarin we nooit genoeg hebben. Als je net een nieuwe iPhone hebt gekocht, presteert Apple het om binnen zes maanden een nieuw, nog gelikter model te lanceren. Ook op social media zijn we de hele dag bezig om vorm te geven aan de ‘leuk-cultuur’ waar we deel van uitmaken. Het ene event na het andere presenteren we aan elkaar. Vaak omlijst met de meest gelukzalige selfies die we een keer of zes overdoen om toch maar nét die grijns te vereeuwigen die past bij het moment.

Als junks die de hele dag op zoek zijn naar ‘happy fixes’ om in onze totaal poreuze aderen te injecteren, struinen we ontevreden rond in een – door marketingjongens vakkundig aangelegde – jungle van genot en verleiding. Dat kost ons zoveel tijd dat we geen tijd meer hebben voor ontspanning, rust en tevredenheid. We grazen deze planeet kaal op zoek naar meer, meer, meer. Nooit eerder in onze propvolle samenleving waren er zoveel mensen die zich zo diep alleen voelen.

Gelukkig is de kerk anders, of toch niet?

Je zou verwachten dat het er in de kerk van Jezus heel anders aan toegaat. Dat het een tevreden gemeenschap is die dankbaar is voor wat Jezus heeft gedaan en die een kritische tegenbeweging vormt. Maar niets is minder waar. Ook de kerk snakt naar meer. Zo verscheen in 2012 de glossy MEER die christenen wilde stimuleren en toerusten om iets te betekenen voor mensen die op zoek zijn naar meer. De Alpha Cursus gebruikte lang de slogan: ‘Is er meer?’ om zoekende mensen te wijzen op de rijkdom van het christelijk geloof. Sinds 2016 kennen we in Nederland zelfs een conferentie met de titel There is more! en in (evangelische) kerken hoor je maandelijks de uitroep: ‘We willen meer van de Geest.’

Volgens Watts is dat dus allemaal een negatieve ervaring: je kijkt verveeld naar wat je (nog) niet hebt. Het is hedonisme ten top. God wil altijd meer geven (vinden wij!) en om dat te bereiken slepen we onze lijven maand na maand naar allerlei conferenties waar dat ‘meer’ beloofd wordt. Meer gezondheid, meer genezing, meer genieten en meer beleven. Vooral voor MIJ!

De hedonistische selfiecultuur in optima forma

Zet je tegenover die Meer-cultuur de persoon van Jezus dan merk je dat er iets niet klopt. Want is de weg van Jezus de weg van meer of juist minder? En mensen die roepen om ‘meer van de Geest’ beseffen die wel dat de Geest niet los te krijgen is van de Vader en de Zoon? Het gaat bij dat soort mensen (bijna) nooit om meer gerechtigheid in deze wereld, maar (bijna) altijd om meer ervaren. De hedonistische selfiecultuur in optima forma.

Misschien moeten we als kerken eens leren om genoegen te nemen met minder. Minder drukte, minder organisatie, minder vergaderen en minder conferenties. Om elkaar weer eens in de ogen kijken en te ontdekken dat die ander er niet alleen is om de kerk draaiende te houden met allerlei activiteiten en opgeklopte verwachtingen rondom groei. Maar dat die ander een mens is die het regelmatig nodig heeft om stil te staan en te genieten van wat er wèl is. Dat we in de kerk opnieuw leren genieten van elkaar zonder dat daar altijd weer die roep om meer klinkt.

De roep van een ontevreden peuter

Het leven is soms ook best saai en daar is niets mis mee. Ook tegenvallers en falen horen gewoon bij het leven. Laten we dat nu eens leren aanvaarden in plaats van dat eeuwige gejengel om meer. Het is de roep van een ontevreden peuter die extreem verwend is en nooit genoeg heeft – er is immers altijd meer.

Laten we de predikers die ons opjagen met ontevredenheid de mond snoeren en laten we hun conferenties volkomen negeren. Ze schetsen een beeld van het geestelijk leven dat ik nergens in de Bijbel tegenkom. Het extreme welvaartsdenken past misschien bij predikers op grote podia, ze past niet bij Jezus die verzuchtte: Geven maakt gelukkiger dan ontvangen.’