De chef van hemel en aarde als een ober die zijn lijstje niet op orde heeft

De chef van hemel en aarde als een ober die zijn lijstje niet op orde heeft

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

De chef van hemel en aarde als ober die zijn lijstje niet op orde heeft – PopUpGedachte 22 november

‘Ik heb goed geleefd, als er een God is, gaat hij me echt niet in één of andere hel stoppen. Anders zal ik hem eens in glashelder Nederlands uitleggen hoe we de dingen doen. Toch? Dat kan hij toch niet maken? Er kunnen heus dingen beter, maar je kunt echt niet zeggen dat ik een slecht mens ben.’ Het gemiddelde zelfbeeld van de gemiddelde seculiere Nederlander. God mag blij zijn dat je het zo netjes hebt gedaan. Je hebt je best nog ingehouden. En zo’n oordeel, of iets met boeken die opengaan, als het al gebeurt dan zullen we ons mannetje staan hoor. Kom nou.

We wilden die angst niet meer

Vind ik altijd best wel een dingetje. Geen gesidder voor de grootsheid van een almachtige, geen angst. Maar dat is het ‘m juist. We wilden die angst niet meer, die we bij onszelf of bij anderen hadden gezien. De kruiperigheid, die soms opeens achterbaksheid wordt. Nee, dan liever de shit recht in de ogen kijken. Accepteren dat je het heus niet altijd goed bent en nog geen slecht mens bent. Hoppatee, weg met die gebogen rug en dat gedoe achter de ellebogen. En dat is sympathiek.

Sterker nog, zelfs de schrijver van de Psalm van vanochtend doet het. ‘Luister, Heer, want mijn zaak is rechtvaardig, standvastig volg ik het pad van de wet, mijn voet struikelt niet op uw wegen. Wend dus uw oor naar mij. Ik ben rechtschapen en mag U aanschouwen.’ Poeh, de meeste dominees die ik ken zouden toch voorstellen om even rap de mond te gaan spoelen met water en zeep willen ze niet gegrild worden door de Eeuwige. Maar dit is de brontekst hè? Als het hierin staat, dan moeten we niet roomser zijn de Paus. Of de Bijbel.

Dat is de zin van een geliefde

Er is één duidelijk verschil. Met al zijn rechtschapenheid wil hij God zien. De nabijheid van de eeuwige op de huid voelen, gehoord worden om beschermd te worden in de schaduw van uw vleugels. Gekoesterd. ‘Uw aanblik verzadigt mij als ik ontwaak’ is de laatste zin. Dat is de zin van een geliefde, die zich omdraait en naar de welving van de nek, de contouren van het gezicht in de schemering of de ontspannende liggende hand van zijn of haar geliefde kijkt. En overweldigd wordt een gevoel van vertedering of emotie of wat dan ook. Dat.

De eerste seculier die ik noemde, verklaart God irrelevant, want we weten wel wat ongeveer goed is. En als hij in de weg gaat zitten in het leven na dit leven, vragen we hem vriendelijk aan de kant te gaan als genodigden bij een chique bal. Waar degene die ons welkom heet ons even niet op de lijst kan vinden en wij ongeduldig staan toe te kijken. Volkomen zeker dat het de sufheid is van de bediende en wij zo verder door zullen lopen. God is dan die bediende.

Beroerde moralistische of anderszins karikaturale theologie

Niet bij de psalmenschrijver. Nergens, echt nergens in die oude teksten die met ontzag spreken over het onweer, de storm, de ongelofelijke natuurkrachten die slechts een afschaduwing zijn van de eeuwige. Dát is de eeuwige en diens aanwezigheid is het die doortrilt in het verlangen van de dichter. Waarbij het overigens niet alleen verwijtbaar is aan de seculieren dat God een irritant obertje is geworden dat niet goed zijn lijstje van reserveringen paraat heeft. Daar heeft de kerk vrolijk aan meegewerkt in beroerde moralistische of anderszins karikaturale theologie.

Jezus zegt vandaag in de tekst tegen zijn volksgenoten dat ze niet zo moeten zitten hopen dat het Koninkrijk komt. Want als die nieuwe wereld aanbreekt, zouden zij weleens goed de sjaak kunnen zijn. En dan loopt hij weg. Het verhaal dat hij vertelt gaat ongeveer zo. Een nogal strenge landheer gaat op reis om gekroond te worden. Blijkbaar is er een autoriteit ergens anders die hem de volmacht gaat verlenen. In de tussentijd krijgt een aantal hooggeplaatsten een behoorlijk fortuin om te beheren. Twee doen het prima, ze handelen ermee en het fortuin breidt zich uit.

De derde stopt het in een gat in de grond en overhandigt het keurig bij terugkomst met de woorden: ‘Heer, hier is uw pond; ik heb dit weggestopt in een doek en zo bewaard. Ik had angst voor u, omdat ge een streng man zijt, die terugeist wat ge niet hebt uitgezet en oogst wat ge niet hebt gezaaid.’ Aan hem antwoordde hij: ‘Met je eigen woorden zal ik je veroor­delen, slechte knecht. Je wist, dat ik een streng man ben, die terugeist wat ik niet uitgezet en oogst wat ik niet gezaaid heb. Waarom heb je dan mijn geld niet naar de bank gebracht? Dan had ik het bij mijn terugkomst met rente kunnen opvragen.’

Niet vastklampen aan wat je hebt, maar ermee aan het werk

Jezus ontkent de strengheid niet, maar heeft net zo weinig op met kruiperigheid als de seculier die naar angstige kerkmensen kijkt die per se niet in een of andere hel terecht willen komen. Het is een wat chagerijnig verhaal van een profeet die weinig geduld heeft met de halleluja-sfeer onder gelovigen die geen moer lijken begrepen te hebben van wat het betekent om te verlangen naar een andere wereld.

De bedoeling is niet: je vastklampen aan wat je hebt, maar juist: ermee aan het werk, investeren, gokje wagen, proberen. Kijken of je meer schoonheid kunt creëren vanuit de schoonheid die je hebt gekregen. En hij belooft: wie heeft, iets, die zal meer gegeven worden. Als jij nu al wilt delen, de verandering in de wereld wil zien doen groeien, zul jij uiteindelijk ook groei zien.

Zowel de seculier die de machtige gedegradeerd heeft tot ober, als de kruiperige gelovige krijgen beiden een oproep om goed te letten op de vrolijke investeerder die met dat wat er is gegeven op pad gaat om meer te maken. Maker te zijn, te delen en vermenigvuldigen. Zoals een kapitalist omgaat met geld, moet de gelovige omgaan met hoop, geloof en liefde. Investeren, delen, vermeerderen, vertrouwen, gokken soms. Niet voor hemzelf, maar voor de wereld. Fascinerende verhalen op de vroege ochtend. Het goede!

Hier vind je drie tekstgedeeltes die Rikko vanochtend las.