Geen enkel geluid is te horen

Geen enkel geluid is te horen

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Geen enkel geluid is te horen – PopUpGedachte vrijdag 17 november

De nacht is donker, een enkele ster flonkert, kleine veldjes wolken steken licht af tegen de inktzwarte nacht, ze weerspiegelen ons licht, dat van de stad, het licht van de mens en het is stil. Niet doodstil, er is geruis op de achtergrond, een snelweg suist, een cv is net aangeslagen en tinkert door de verwarmingsbuizen. Doodstil is het niet, maar alle geluiden zijn die van de mens. Verder is het stil. Geen God spreekt, geen almachtige komt keuvelen. Dat hoort niet bij de deal blijkbaar, wie almachtig en eeuwig is, hult zich in zwijgen. Al zeggen sommigen van niet. Die horen dingen, die zien dingen, dat zal. Maar als ik op het balkon stap, om in de vroege ochtend mijn meditatieve ritueel te starten waarbij ik een ochtendgedachte als deze produceer – om de dag te beginnen met bewustzijn en hopelijk inspiratie – op zo’n ochtend is het weliswaar niet doodstil, dood is niet het goede woord, maar wel zwaar stil, principieel stil, zwart-stil.

De Hemel verkondigt Gods heerlijkheid, zegt de dichter vanochtend in een van zijn psalmen. ‘Het uitspansel toont ons het werk van zijn handen. De dag roept het toe aan de volgende dag, de nacht geeft het door aan de nacht. Geen woord wordt gesproken, geen stem weerklinkt, geen enkel geluid is te horen;’ Precies, dichter, en daar zit dan mijn frustratie soms. Het zou zo veel prettiger zijn als dat wél te horen was. Iets onomstotelijks. Maar dat is er ook, zegt de dichter, dat heelal out there is onomstotelijk, het feit dat de dag het licht doorgeeft aan de volgende dag en de nacht zwijgend de volgende nacht opwacht, dat zijn grootse vertellingen. True, maar er wordt geen woord gesproken, dichter! Dat is waar, geen enkel geluid is te horen, maar: ‘toch klinkt over heel de aarde hun roep, hun boodschap dringt door tot de rand  van de wereld.’

Maar wat dan? Wat roept het dan? Het schijnt dat astronauten en mensen met een bijna-doodervaring een gelijksoortige reactie hebben op dat wat ze hebben meegemaakt, de één in de fysieke ruimte, de ander in de geestelijke ruimte: ze zijn er spiritueler van geworden, geloviger zo je wilt. Beiden hebben even afstand genomen van het gedoe van de dag, van het geluid van de mens en zijn de stilte binnengegaan waar niemand zomaar kan komen. En daaruit teruggekeerd zien ze het leven anders, ze hebben een stem gehoord zonder dat er een woord werd gesproken en nu zien ze het anders. En zijn terug en de vraag is of ik met hun ogen kan kijken. Soms. Even.

Jezus heeft wat brute vergelijkingen vandaag: zoals het was in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen van de Mensenzoon – zijn eigen tijd dus – zij aten en dronken, huwden en werden ten huwelijk gegeven  tot op de dag waarop Noach de ark binnenging en de zondvloed kwam die allen verdelgde. Of zoals het was in de dagen van Lot. Zij aten en dronken, kochten en verkochten, plantten en bouwden maar op de dag dat Lot uit Sodom vertrok regende het uit de hemel brandende zwavel, die allen verdelgde.

Gore ellende. Niet om vrolijk van te worden op de nuchtere maag. Maar als ik mijn eigen morele oordeel over het aanbrengen van dergelijke ellende even wegdenk en realiseer wat de overeenkomst is: de mens hoorde alleen zijn eigen geluiden. Van tikkende borden, van stampende fabrieken, van razende auto’s en pruttelende koffiemachines. Dat waren de geluiden. Verder was er niets, het was genoeg, het is hard genoeg en aanwezig genoeg. Wat meer is er te horen? Als er geen technieken zijn om de astronaut terug te halen en niemand de bijna-doodervaring mensen kan horen, wie zal ons dan iets vertellen van de stem van de stilte? De stem die niet spreekt, niet met woorden of geluid.

Dit zegt het boek Wijsheid: ‘van nature onwijs zijn alle mensen, die met onwetendheid over God behept zijn’ – ik zou zeggen allemaal dus, maar ga verder, Wijsheid, ga verder – ‘en die niet in staat zijn geweest uit de zichtbare goederen Hem te kennen die is en evenmin door het beschouwen van de werken de kunstenaar hebben leren kennen, maar die of het vuur of de wind of de snel bewegende lucht of de sterrenhemel of het onstuimige water of de lichten aan de hemel zijn gaan houden voor de beheerders van de wereld, voor goden. Zij hadden uit de verschijnselen moeten begrijpen, hoeveel machtiger de Maker ervan is. Niettemin treft deze mensen maar weinig blaam, want zij verlaten zich op hun ogen: wat zij zien is immers mooi.’

Er komt geen wijsheid, geen echte, als we niet ergens achter de dingen de stem van de stilte zien, iets machtigs wat ons ter verantwoording roept en liefheeft. Niet een onvoorspelbaar opperwezen dat op de juiste manier gekieteld moet worden om te zorgen dat jij de juiste opbrengst van je land of leven hebt – maar een maker met een idee, uitgedrukt in alle fragmenten van het heelal in en in jouw en mijn botten. Die zoekt naar menselijkheid, medemenselijkheid, overgave en mensen die hebben leren horen en zien. Zowel het geluid van de stilte, als de directe ander in de omgeving. Het spreekt niet, niet echt, maar het is wel te horen, en te zien. Dag en nacht.

Hier vind je drie tekstgedeeltes die Rikko vanochtend las.