Te gast zijn in de wereld

Te gast zijn in de wereld

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.  

Te gast zijn in de wereld – PopUpGedachte vrijdag 26 januari

Hoe relaxed is het om zelf een auto te hebben, die je van A naar B brengt wanneer je dat wilt, in relatief comfort. Een eigen huis of appartement, waar je kunt rommelen in je eigen keuken en niemand klaagt als je de zooi laat slingeren. Oh en je eigen wasmachine. Er waren tijden dat ik vanuit mijn studentenwoning de was meenam naar huis. Gedoe was dat. Zelf hebben, zelf regelen, zelf bepalen – het voelt volwassen en vrij op een bepaalde manier.

Toch zijn er kleine momenten van weemoed. Dat je geen auto had en toch op vakantie wilde. En de rottige momenten vergeet je, maar de mooie momenten van de liftavonturen gaan nooit meer echt weg uit je geheugen. Dat het toch uiteindelijk mooier is om met je duim omhoog naar Porto te reizen in vrachtwagens, luxe auto’s, gezinsbakken en wat niet al. Zonder te weten wanneer je gaat aankomen, of je er gaat aankomen en wie de eigen ruimte met je gaat delen. Dat is een vorm van luxe die ofwel onvolwassen ofwel voorbij eenvoudige volwassenheid gaat.

Dat je huis niet leeg is als je thuiskomt. Huisgenoten kunnen ontzettend irritant zijn en je wilt gewoon je eigen zooi om je heen, eindelijk, zo na je studententijd. En toch is de lege voorspelbaarheid van een huis in je eentje ook iets waar je heel hard aan moet wennen. Er is iets geks met afhankelijkheid. Als je het bent, wil je het kwijt. Als je het niet meer bent, denk je met weemoed terug aan wat er allemaal voort kan komen uit afhankelijkheid. Wat voor verrassing. Je weet dat je romantiseert, maar ik denk dat het misschien wel logisch is dat we het romantiseren. Omdat het voortkomt uit een verlangen. Een verlangen naar inbedding. Naar thuis zijn in de wereld. Niet een thuis waarin ik mezelf verschanst heb in spullen die van mij zijn, alles goed verzekerd en met uitbanning van risico’s en ongemak – maar een thuis zijn waardoor ik weet dat wat ik nodig zou kunnen hebben, vast wel beschikbaar is op het moment dat het nodig is, zoals ik beschikbaar ben voor iemand die mij nodig heeft. We regelen de dingen graag, als Nederlanders, niet uit wantrouwen maar uit verantwoordelijkheidsgevoel maar hoe leren we dan te vertrouwen. Een essentieel kenmerk van thuis zijn, dat het vertrouwd is en je erop kunt vertrouwen. Niet op jezelf, maar op de wereld.

Als Jezus van Nazareth zijn eerste volgelingen op pad stuurt om aan iedereen te vertellen dat de nieuwe wereld op het punt stond te beginnen, die wereld waarin de dingen goed zouden zijn en waar ze al zolang naar uitkeken als vrome Joden – geeft hij specifieke instructies die passen bij een leven alsof die nieuwe wereld al begonnen is. Dit staat er vanochtend:

‘Neem geen beurs mee, geen reiszak, geen schoeisel; en groet niemand onderweg.’ Dat laatste klinkt heel bot Amsterdams; niet groeten. Maar ik verwacht dat het betekent dat je geen vrienden of bekenden opzoekt waarvan je wel weet dat die voor je zullen zorgen. ‘Laat in welk huis gij ook binnengaat uw eerste woord zijn: Vrede aan dit huis! Woont daar een vredelievend mens, dan zal uw vrede op hem rusten, zo niet, dan zal hij op u terugkeren. Blijft in dat huis en eet en drinkt wat zij u aanbieden; want de arbeider is zijn loon waard. Gaat niet van het ene huis naar het andere. In elke stad waar ge binnengaat en ontvangen wordt, eet wat u wordt voorgezet, geneest de zieken die er zijn en zegt: het rijk gods is nabij.’

Die laatste zin is dan wat cryptisch voor me. Geneest de zieken hoort bij wonderdoeners en daar kan ik me altijd maar moeilijk mee identificeren en het Rijk Gods is nabij is vaag. Tenzij het precies betekent wat in de vorige concrete instructies wordt uitgelegd: dat je thuis kunt zijn in de wereld. Dat je geen geld mee hoeft te nemen, je niet ervan hoeft te verzekeren dat je het zelf redt omdat de wereld te vertrouwen is, dat de ander dat is. Zo concreet als waar het gaat om schoeisel, eten, drinken, thuis zijn. En dat dit geen profiteren is, maar loon voor je arbeid zonder CAO’s en andere ‘rechten’.

De enige manier om te ontdekken of dat zogenaamde Rijk Gods is begonnen is om het te proberen. Om te delen wat je hebt met degenen die je tegenkomt onderweg – of dat nu gaat om schoenen, eten, drinken of onderdak – en te proberen om zelf eens zonder datgene wat je nodig hebt op weg te gaan. Zodat het je gegeven kan worden. Volle handen kunnen niets ontvangen. Maar lege handen voelt zo leeg. Toch zou het ‘met lege handen’ komen weleens de goede richting kunnen zijn. Om te ontdekken of we echt thuis zijn in de wereld of ons toch stiekem beter zo goed mogelijk kunnen verschansen.

 

Hier vind je drie tekstgedeeltes die Rikko vanochtend las.