Rik: ‘Als homo voel ik me de zondebok van de kerk’

Rik: ‘Als homo voel ik me de zondebok van de kerk’

Maar liefst 75 procent van de christelijke homo’s verlaat de kerk. Dat is niet zo gek, zegt Rik, want het lijkt alsof je als homo de hele seksuele moraal van de kerk op je schouders krijgt. En uiteindelijk  kun je dan alleen maar voor of tegen jezelf kiezen… 

Ik schrik als de eikenhouten deuren van de kerk waar ik binnenstap hard dichtslaan. Met kloppend hart kijk ik de zaal vol grijze koppen rond. Een man staat op en loopt naar me toe. Op zachte toon zegt hij: ‘De kerk is niet open voor publiek, er is een conferentie over homoseksualiteit’. Ik laat hem mijn toegangsbewijs zien. Hij kijkt me onderzoekend aan en wijst me dan een plek op de laatste rij. Behoedzaam neem ik plaats. Ik voel dat ik tril. Ik tril nog steeds als ik die avond mijn beste vriend vertel dat ik homo ben.

Ik word kwaad

Tijdens de conferentie houdt een van de sprekers een betoog voor het celibaat. Hij stelt ook vast dat het geen antwoord biedt op het feit dat 75 procent van de homo’s de kerk verlaat. Dat is niet het enige cijfer om verdrietig van te worden. De website verscheurd.nl geeft meer cijfers: maar liefst 45 procent van de religieuze homo’s loopt rond met een plan tot suïcide, een veel hoger percentage dan het landelijk gemiddelde. Als ik deze cijfers lees voel ik me kwaad worden. Ik word kwaad om een kerk die mij dwingt om voor of tegen mijzelf te kiezen. Ik wil de grote eikenhouten deuren achter me dichtgooien en nooit meer terugkeren.

Verliefd op een man

Ik moet denken aan de dag waarop ik constateerde dat ik verliefd werd op een man. Dat gevoel liet ik achter in de fietsenschuur bij de verfblikken, waar toch nooit iemand zou kijken. Vervolgens kostte het me vijf jaar om erover te praten. Ik denk aan een schoorvoetende date met een blozende jongen, die zich tijdens de strandwandeling afvroeg wanneer hij werkelijk vrij zou zijn. Of aan de homo die gedwongen werd te stoppen met jeugdwerk in zijn kerk omdat hij een relatie had gekregen. Aan de meedogenloze reacties van christenen op social media. Begrijp me goed, ik houd er niet van de kerk de schuld te geven, maar als homo in de kerk ben je belast met een schuld die slechts enkelen kunnen dragen, de rest slaat op de vlucht.

Ik voel me het bokje

Ik moet denken aan de offers in het Oude Testament waar het joodse volk bekend mee was. Dankoffers, schuldoffers, plengoffers, vredeoffers: je kunt het zo gek niet verzinnen of er werd geofferd. Het belangrijkste offer was dat voor de verzoening. Stel je voor, een enorme groep mensen komt bij elkaar bij de tempel. Op de trappen voor de ingang staat een hogepriester met twee bokjes. Het eerste wordt geslacht en zijn bloed wordt op de Ark in het heiligste tempelgedeelte, het heilige der heiligen, gesmeerd. Het tweede bokje wordt omhoog gehouden terwijl de priester alle ondeugdelijkheden van het aanwezige volk symbolisch op het bevende kopje laadt. Als het dier weer op beide poten staat, wordt het de tempel uitgejaagd, de stad uit, de woestijn in.

Als homo in de kerk voel ik me dat bokje: het lijkt alsof ik de seksuele moraal van de kerk op me geladen krijg en vervolgens word ik de woestijn in gejaagd. Maar één bokje kan niet de zonde van een heel volk dragen. Waarom wordt er dan van homo’s wel verlangd dat ze de seksuele moraal van de kerk kunnen torsen?

Het wordt tijd dat er geen homo meer geofferd wordt. Het wordt tijd dat niemand meer de eenzame woestijn in wordt gestuurd. Het wordt tijd dat geen homo zichzelf het leven ontneemt.

Offers en gaven verlangt u niet,
brand- en reinigingsoffers vraagt u niet.
Nee, u hebt mijn ogen voor u geopend
en nu kan ik zeggen: ‘Hier ben ik’
(Psalm 40)


Dit ingezonden blog is van Rik Zweers (27), student kerkelijk werker.