‘Is mijn vader in de hemel?’

‘Is mijn vader in de hemel?’

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

‘Is mijn vader in de hemel?’ – PopUpGedachte woensdag 18 april 2016

De Paus zit tussen zijn staf op een klein podium in een Italiaanse stadje. Tenminste, daar ga ik vanuit want hij spreekt Italiaans. Het filmpje is ondertitelt dus ik kan het volgen. Het is twee dagen geleden. Diverse mensen mogen een vraag stellen aan de Paus en dit keer is het een kind die aan de beurt is. Hij gaat achter de microfoon staan vlak voor het podium, de Paus knikt hem bemoedigend toe maar het jochie krijgt de vraag niet uit zijn keel en begint te huilen. Een priester die hem kent, mogelijk de priester uit zijn eigen parochie, die geregeld heeft dat hij deze vraag mag komen stellen – alles is natuurlijk voorbereid door de staf – deze priester moedigt de jongen aan, komt naast hem staan en probeert hem te helpen de vraag te formuleren. Het lukt hem niet, het verdriet zit te hoog. Dan roept de Paus hem. ‘Kom, kom hier. Zeg het maar in mijn oor.’ En dat is zo’n mooi gezicht. Het jochie dat omhoog klimt naar de stoel van de Paus, de hoogwaardigheidsbekleders en hun toch wat forse lijven in indrukwekkende jurk-achtige kledij met boorden en wat niet al, ontvangen de huilende jongen op het bordes en een priester probeert nog een microfoon tussen de snikkend fluisterende jongen en de Paus te duwen, zodat het publiek kan horen wat er wordt gezegd, maar dat lukt niet echt. Het is een behoorlijk tijdje muisstil terwijl de Paus en de jongen fluisterend converseren. Dan loopt de jongen weer naar beneden en gaat op de stoel zitten die voor hem klaarstond. Het vragenstellers-rijtje. Hij is iets gekalmeerd.

De Paus richt zich tot het publiek: ‘ik heb aan hem gevraagd of ik u mocht vertellen wat hij mij heeft gevraagd en dat mocht. Zijn vader is recent overleden. En de vader van deze jongen is atheïst. Een schrik-geluid gaat door de verzamelde menigte. En nu is hij bang dat zijn vader in de hel is. Terwijl hij een goede man was. Hij heeft zelfs zijn kinderen laten dopen.

Is het niet prachtig als een kind van zijn vader zegt dat hij een goede man was? Ik heb hem gezegd dat een goede man niet ver van God kan zijn. Dat God hem dichtbij zich zal willen hebben. En dat het redelijk gewoon is als een gelovig vader zijn kinderen laat dopen, maar het vraagt moed om als atheïst zijn kinderen te laten dopen. En God houdt van moedige mensen.’

Wat een prachtig pastoraal antwoord van een man die vooral zal vergaderen in het leven over de grote koers van de kerk, maar in zijn ziel dorpsdominee is gebleven en mogelijk dwars tegen allerlei volksgeloof in – en tegen lokale priesters in – hier stelt dat geloof geen voorwaarde is maar moed en goedheid. De moed van de vader zie je terug in het jongetje. Want hij durft het maar te vragen, hij durfde tegen zijn eigen priester te zeggen dat hij dit wilde vragen aan de Paus. En hij durft het bij de grote hoogwaardigheidsbekleder in het oor te fluisteren. Gelukkig maar.

Jezus zegt het vanochtend volgens Johannes, de schrijver van één van de biografietjes van Jezus van Nazareth, ‘Al wat de Vader mij geeft, zal tot mij komen en wie tot mij komt zal ik niet buitenwerpen. Dit is de wil van hem die mij gezonden heeft, dat ik niets van wat hij mij gegeven heeft, verloren laat gaan, maar doe opstaan op de laatste dag.’

Ik vind het allemaal maar ingewikkelde voorstellingen. Eeuwenlang theologie, moralisme, hel en verdoemenis en hemel met wolkjes en engeltjes heeft de betekenis van deze woorden verdraaid, verkleurd, veranderd. Ik kan niet meer zo goed terug naar wat er nu eigenlijk staat. Het gaat over opstaan en over geven en over ‘tot Jezus komen.’  Wat het allemaal ook moge betekenen.

Het gaat over geloven dat die hele Joodse cultuur niet bedoeld was om voor jezelf te houden of om beter te zijn dan de rest: maar om genezing, om heelwording, om goedheid voor de hele wereld. En dat is wel wat de Paus doet. Hij trekt zich niet terug op het bastion van zijn leer om daar vervolgens over te zeggen dat hij er natuurlijk niet over gaat of iemand in de hemel komt of niet, maar dat het vast goed komt. Hij wijst een aantal menselijke waardes aan die in zichzelf goed en krachtig zijn. Dat je zoon over je zegt dat je een goed mens bent en dat je moed hebt gehad. Moed om je eigen overtuiging weg te cijferen als atheïst en je kinderen ten doop te houden. Moed om uberhaupt uit te spreken dat je atheïst bent, want dat is ook nog niet vanzelfsprekend in een katholiek dorpje. Nu heeft de Paus de moed om de eigen theologie, die vaak zo scherp over ‘je moet wel geloven in God’ kan spreken, weg te cijferen en niet de kerk en de noodzaak ervan te verdedigen maar moed en goedheid te prijzen en de jongen vertrouwen te geven in de eigen overtuiging – dat iemand die goed en moedig is, toch niet verdoemd mag zijn. En dat kindergeloof kreeg de pauselijke zegen. En het plein applaudiseerde en pinkte traantjes weg. Het was een mooi moment.

Hier vind je drie tekstgedeeltes die Rikko vanochtend las.