Plucheplakkers en zakkenvullers

Plucheplakkers en zakkenvullers

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

Zakkenvullers en plucheplakkers – PopUpGedachte 22 augustus 2018

Roze strepen trekken door de lucht. Iemand is de hemel aan het versieren, terwijl de stad nog slaapt. Gewoon voor zijn plezier, denk ik dan. Of voor haar plezier. Beetje vegen met vliegtuigsporen, licht van die grote gasbel erop, nog gefilterd door die laag ozon en andere luchtige delen, zodat het zo mooi roze wordt. Instagramfiltertje, maar dan echt.

Het blijft het mooiste moment van de dag. Toen ik dit weekend weer begon met PopUpGedachtes, op dat festival en dus om 6 uur vanaf de heuvel over het slapende festivalterrein keek en de zon recht in mijn gezicht opkwam, vroeg iemand later die avond wat het mooiste moment van die festivaldag was geweest. Wel, dat was duidelijk. Dat moment van die zonsopgang. Beetje gek dat het mooiste moment van de festivaldag, het moment is dat iedereen slaapt, maar het was wel waar.

Ik schrijf weer. Blij toe. De teksten van de oude profeten, die over de rabbi zelf en het psalmgedicht in de ochtend doen me goed. Het ritme eveneens. Fijn dat je luistert trouwens en leest. Want dat houdt me gaande. Dat duwt me mijn bed uit als ik nog níet wakker wil zijn, terwijl ik heus weet dat ik er van geniet als ik het wél ben. Wakker als de stad nog slaapt.

De tekst is kritisch. Scherp als een 21e eeuwse columnist of facebook-reaguurder over de politici van zijn dagen. Zakkenvullers, zegt hij. Graaiers. Plucheplakkers. Hij zegt het allemaal mooier, vind ik dan, en in beelden van die tijd, met schapen en weide zoeken enzo, maar het komt er ongeveer op neer:

“Mensenkind, profeteer tegen de herders van Israël, profeteer en zeg tot de herders: Dit zegt God de Heer: Wee de herders van Israël die zichzelf weiden! Moeten de herders niet hun schapen weiden?
Ge eet het vet, ge kleedt u met de wol, ge slacht het vetgemeste dier, maar weiden doet ge de beesten niet. Het zwakke dier geeft ge niets om aan te sterken, het zieke dier geneest ge niet, het gewonde verbindt ge niet, het verdwaalde brengt ge niet terug en het verlorene zoekt ge niet; ge behandelt de dieren hard en ruw. Ze raken verspreid omdat niemand ze weidt; ze vallen ten prooi aan de wilde dieren of raken verdwaald.”

En dat is goede kritiek, he? Kun je het haast niet mee oneens zijn, als je een beetje linksig of christelijk (of onchristelijk) barmhartig denkt. Maar ook een kritiek die al zou oud is blijkbaar als de wereld. Macht doet iets moeilijks met je. Steeds weer valt de zorg weg en wordt het eigenliefde. Met als hels dieptepunt die nieuwe enorme misbruikzaak van honderden priesters die onder de pet werd gehouden. Met hoogstwaarschijnlijk prachtig klinkende excuses over het belang van de kerk, waarmee het alleen maar viezer wordt. Ge gaf niets om de kinderen, ge hebt ze niet geweid, maar ze raakten verspreid, vallen ten prooi, raken verdwaald. Misbruik kan er zo verschrikkelijk diep in hakken en dan nog wel door de priester, de man Gods, waar ouders en anderen zo tegen opkeken en die zoveel macht bezat. Vervloekt is het.

De oplossing van de almachtige is deze: “Dit zegt de Heer: Ik keer mij tegen de herders! Ik zal mijn schapen van hen opeisen en henzelf als herder ontslaan. De herders zullen niet langer zichzelf weiden; Ik zal mijn schapen uit hun mond bevrijden, ze zullen hun niet langer als voedsel dienen.
Want, zegt God de Heer, Ik zal zelf omzien naar mijn schapen en ervoor zorgen.”

Niet alleen de gelovige bevrijdt zich van de macht van de verziekte kerk, maar de eeuwige zelf bevrijdt zich ervan en neemt het werk zelf ter hand. Zonder tussenpersonen. Ik doe het zelf wel. Dat is de reactie in deze oude profetie. En het is de realiteit van zoveel afgehaakte gelovigen – dat er meer aandacht is, meer ruimte, meer liefde, buiten die institutionele muren waarin mensen toch vooral de veiligheid willen behouden en leiders het zélf goed willen doen eventueel ten koste van hun ‘schaapjes’. Om zelf maar niet hun zieleheil in de waagschaal te stellen. Plucheplakken voor je zieleheil, voor de zekerheid.

De Rabbi deed er niet aan mee. Het evenbeeld van de eeuwige, waarvan christenen zijn gaan geloven dat de godheid zelf op aarde zich aandiende, liet het pluche voor wat het was. Genas, trok rond, trolk van leer, vroeg om geloof in liefde van boven zonder tussenkomst van derden en werd doodgemarteld zonder zich met beroep op zijn macht of met gebruik van zijn wonderlijke overtuigingskracht te verzetten. Zakkenvullen was er niet bij, en plucheplakken al helemaal niet.

Dit is de autonome gedachte die postgevat heeft in het vroege christendom: we hebben niet meer de zorg van de ander nodig, van de hooggeplaatste, van de leidende figuur. Het is fijn als die er is – en het is vrij basaal voor het goed vervullen van de hooggeplaatste job dat die aandacht er is – maar je wordt zelf gezien, het is al goed. Dat geloofden ze, hopen ze en weten ze.

En dit schrijft dan vanochtend een dichter in de knel, terwijl hij wordt opgejaagd door de erkende autoriteit:

“De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort;
Hij laat mij weiden op groene velden.
Hij brengt mij aan water, waar ik kan rusten,
Hij geeft mij weer frisse moed.
Mijn schreden leidt Hij langs rechte paden,
omwille van zijn Naam.
Al voert mijn weg door donkere kloven,
ik vrees geen onheil waar Gij mij leidt.
Uw stok en uw herdersstaf,
geven mij moed en vertrouwen.
Gij nodigt mij aan tafel
tot ergernis van mijn bestrijders.
Met olie zalft Gij mijn hoofd,
mijn beker is overvol.
Voorspoed en zegen verlaten mij nooit
elke dag van mijn leven.
Het huis van de Heer zal mijn woning zijn
voor alle komende tijden.”

Hier vind je drie tekstgedeeltes die Rikko vanochtend las.


Deze rubriek heeft een eigen boek: Lazarus staat op. Daarin zijn de 25 mooiste ochtendgedachtes van de afgelopen tijd gebundeld en geïllustreerd door Joanne Zwart. Lazarus staat op | Rikko Voorberg | Vuurbaak | ISBN 9789460050404 | € 17,95