Zie hier de revolutionaire kiem in het Jezus-verhaal

Zie hier de revolutionaire kiem in het Jezus-verhaal

Een tienermeisje dat leeft in verdrukking viert een feestje, want haar baby gaat de keizer verslaan – yeah right. Rob doorziet de op handen zijnde revolutie op het moment van Maria’s volledige overgave.

We gaan ervoor.
– Maria [Lucas 1:38]

Het moet ergens beginnen,
Het moet een keer beginnen.
Geen betere plek dan hier.
Geen beter moment dan nu! 
Rage Against the Machine

Dus er is een joods meisje, ze is waarschijnlijk een jaar of dertien, veertien en volgens het evangelie volgens Lucas verschijnt er een engel van God, die haar vertelt dat ze genade bij God heeft gevonden en dat ze zwanger zal worden en dat haar kind

Zoon van de Allerhoogste

zal worden genoemd en dat God hem

de troon van zijn vader David

zal geven en dat

aan zijn koningschap geen einde zal komen.

Maar Maria heeft nog wel een paar tamelijk fundamentele vragen over dit alles, in de trant van

maar ik heb nog nooit gevreeën met een man.

Waarop de engel antwoordt

de heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken

om daarmee de boel op te helderen. (Mij als een schaduw bedekken? Dát is je antwoord?)

Dit meisje Maria hoort het allemaal aan en laat het op zich inwerken en stelt haar vragen en dan antwoordt ze

De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd. 

Of zoals wij zouden zeggen:

We gaan ervoor.

Eerst een stukje over dit meisje en de stam waaruit ze komt…

Maria hoorde bij een stam die geloofde dat ze uitgekozen waren door de EnigeWareGod, om aan de wereld deze EnigeWareGod te laten zien. Dit was nogal ongebruikelijk, want de andere stammen hadden juist een heleboel goden. Massa’s goden. Een schrijver uit de Oudheid stelde dat het in Athene eenvoudiger was om een god te vinden, dan een man. Overal had je goden. Maar deze stam, deze stam geloofde dat er één God was, boven alle andere, een God die zo indrukwekkend was, zo veel meer, zo ANDERS, dat het voor hen verboden was om zelfs maar een beeld te maken van deze God.

Dit was een nieuw concept.
En nogal raar in die tijd.
Wie wil er nou niet een heleboel goden?

Maar deze stam klampte zich vast aan de overtuiging dat hun God zuiver Geest was, die met geen mogelijkheid vertegenwoordigd kon worden door een beeld door mensen gemaakt. In een fascinerend wending blijkt zelfs dat, in plaats van te geloven dat mensen goden maakten naar hun beeld, zij geloofden dat deze God mensen maakte die zijn evenbeeld zijn.

Het blaast je van je sokken, zo’n idee.

Huh, waarom krijgen wij het er dan steeds van langs?

Dit klinkt allemaal mooi, maar deze stam werd keer op keer op keer op keer veroverd. Egyptenaren, Babyloniërs, Seleuciden, Assyriërs – de ene supermacht na de andere stond in de rij om dit volk in elkaar te slaan, hun land binnen te vallen, belastingen te heffen tot ze erbij neervielen, en om ze weg te voeren naar vreemde landen. Ze maakten hen het leven zuur. Jaar na jaar, generatie na generatie, elke keer dat de ene veroveraar ten onder ging, nam een andere zijn plek in.

Dit alles riep bij de stam van Maria diep vanbinnen een vraag op: Als onze God DéGod is, de Ene boven alle andere goden, en als ons land Gods land is, en als wij Gods volk zijn, hoe komt het dan dat wij er steeds van langs krijgen?

De geschiedenis bleef zichzelf herhalen, het ene onderdrukkende, overheersende rijk en leger werd gevolgd door het andere, tot aan de dagen van Maria, toen het de Romeinen waren die naar binnen kwamen stormen, daarmee de God van de stam van Maria bespottend. Ze bouwden hun militaire hoofdkwartier net een paar meter hoger dan Gods tempel, om het hun in te peperen. De Romeinen werden bestuurd door een reeks keizers, die Caesars werden genoemd, die geloofden dat ze

zonen van god waren, gezonden van de hemel om een wereldomvattend rijk van vrede en voorspoed te brengen.

Ze hadden een populair motto:

er is geen andere naam onder de hemel waardoor mensen gered kunnen worden dan de naam van Caesar

en ze eisten dat iedereen, overal, erkende:

Caesar is Heer. 

Lekker cashen dan nog meer oorlogen voeren

En dus marcheerden ze door de gehele toenmalige wereld en veroverden land na land, ze eisten dat mensen erkenden dat Caesar Heer is, ze persten de mensen die ze verpletterden geld af met belastingen – geld dat ze gebruikten om een nog groter leger te bouwen om nog meer mensen te overwinnen, zodat ze nog meer belastingen konden heffen, om een nog groter leger te kunnen financieren…

De Romeinen kwamen aan in jouw stad, eisten dat je Caesar als Heer zou erkennen – en als je dat deed, dan werd je deel van het rijk, en als je dat niet deed, dan hadden ze een instrument, dat ze hadden vervolmaakt, dat een executiestaak werd genoemd, waaraan ze je hingen ten voorbeeld van wat er gebeurt met mensen die Caesar weerstonden.

Dat is hoe zij vrede stichtten.
Onderwerp je. Of kom in opstand, maar dan word je geëxecuteerd aan een kruis.

Dit was de wereld waarin Maria leefde. Caesar op de troon. De invloedrijke en de onderdrukker maken de dienst uit. De machtige speelt de baas. De sterke overheerst.

Kun je je de schande voorstellen? Want daarmee leefde Maria’s volk: met schande. Ze waren het beu om onder de voeten gelopen te worden, beu om gecommandeerd te worden, beu om een God te aanbidden die mensen laat winnen die hun God niet eens erkennen. Opnieuw en opnieuw en opnieuw.

Maar hij had oog voor de minste

Dus als de engel haar het nieuws brengt over een baby die zal heersen als koning, antwoordt ze met een episch gedicht, dat het Magnificat, de lofzang, wordt genoemd, waarin ze zo overgelukkig is dat God

oog heeft gehad voor zijn minste dienares

en dat God barmhartig is

voor al wie hem vereert.

Ze zegt dat God

heersers stoot van hun troon

(Doet hij dat? Echt? Want de Romeinen zijn nog steeds hier en ze zijn machtiger dan ooit…)

en

wie gering is geeft hij aanzien

ze vervolgt met te stellen dat

God overlaadt met gaven wie honger heeft
maar rijken stuurt hij weg met lege handen
Hij trekt zich het lot aan van Israël, zijn dienaar,
zoals hij aan onze voorouders heeft beloofd
hij herinnert zich zijn barmhartigheid,
jegens Abraham en zijn nageslacht, tot in eeuwigheid…

Voor het publiek van Lucas zal het contrast verbluffend zijn geweest. Wie is die tienerdochter van Abraham dat ze beweert dat haar kind Caesar zal overleven?

Maria. Caesar.
Een tienermeisje. De heerser van de wereld.

Maria viert dat Caesar verslagen zal worden.

Zie je de revolutionaire kiem in het Jezus-verhaal?
Het is politiek en subversief en indringend en uitdagend en Jezus is nog niet eens geboren…

Dit is een verhaal van de verdrukten, degenen bij wie de laars van het rijk in hun nek drukt, degenen die het ene onrecht na het andere te verduren krijgen.

Liefde dus, in plaats van nog meer geld en nog meer oorlog

Lucas vertelt een verhaal over een andere manier dan Caesars manier, hij biedt zijn wereld het revolutionaire nieuws van een nieuwe Heer, één die de wereld niet verandert door dwingend militair geweld, maar door liefde die zich opoffert.

Welke manier is beter?
Onderdrukkende macht of dienende liefde?
Wie is Heer – Caesar of Jezus?

Dit is de vraag die Lucas stelt aan zijn wereld door dit verhaal, en hij begint met dit meisje dat wel in is voor Gods plannen.

Dit is de reden waarom het Jezus-verhaal gedijt in het verborgene, in het achterafsteegje, de bijeenkomst van ex-verslaafden, de migrantenwijk, de slavenhutten – bij wie aan de grond zit, aan de rafelranden. En daarom verliest het Jezus-verhaal zo vaak aan kracht en geestdrift als het de heersende stroming wordt, als het op de schoot zit bij machtsstructuren en systemen. (Als je bent opgegroeid in het Westen van de afgelopen dertig jaar, dan weet je precies wat ik bedoel – ondergrondse kerken gedijen in landen die geregeerd worden door onderdrukkende regimes, terwijl de boel een beetje opgeblazen, bloedeloos en onvermijdelijk irrelevant wordt in de zogenaamd ‘christelijke’ landen.)

Goddank, de Trumps zijn tijdelijk

Dit is een verhaal over een bijzonder joods meisje en de baby in haar schoot, en het is ook een verhaal over onrecht dat alomtegenwoordig is.

Het gaat over de tijdloze herinnering dat dwingende macht op z’n best oppervlakkig en zwak is, keizerrijken kwetsbaar zijn, en politici, mediamagnaten, Trumps, en leiders allemaal komen en gaan, want uiteindelijk zijn dat allemaal tijdelijke maatregelen.

God, zoals Maria jubelt, staat aan de kant van de armen, de hongerigen, de nederigen, en van wie genade nodig heeft. Ze jubelt, want ze gelooft dat God haar volk niet vergeten is, maar dat hij bezig is om, in haar, een nieuwe wereld tot stand te brengen.

God is het niet vergeten, Caesar wordt verslagen, de schreeuw van de onderdrukten is gehoord, een baby gaat geboren worden.

En dit allemaal naar aanleiding van een tienermeisje dat spontaan reageerde met

We gaan ervoor.

Fijne kerstdagen, beste vrienden. In het nieuwe jaar ga ik weer verder, want we zijn natuurlijk nog maar net begonnen…

Dit blog werd eerder gepubliceerd op 21 december 2016