De grote kringloop

De grote kringloop

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

De grote kringloop

Er zoemt een koelkast. De verwarming tikt. Er ruist nog het een en ander in huis, maar wat het is weet ik niet. Verder is het stil. Dat ik die koelkast hoor, komt omdat het stil is. Anders hoor je zoiets niet. En de verwarming idem dito. Je hoort het pas als je alleen bent. En stil wordt. En wie is er nu vaak alleen? En stil? Dat is iets voor monniken in een klooster. We vullen stiltes, of ze worden voor ons gevuld. En zijn dan zomaar nooit meer alleen. Terwijl er iets belangrijks te vinden is in die alleenheid. Een overtuiging, een vondst, een ervaring.

De monnik trekt zich niet voor niets terug in zijn cel. In de eenzaamheid. Hij zoekt iets. In de herhaalde rites, in de eenvoud, in de stilte. Er wordt gezocht. Er wordt ruimte gecreëerd door het buitensluiten van stemmen en van anderen. En geen kinderen hè? In principe. Nou, dat maakt ook alles anders. Ik zou nooit zonder die twee van ons willen, maar af en toe een momentje stilte. Even geen verantwoordelijkheid dragen ook, man, dat zijn gouden momentjes hoor.

Wat is er te ontdekken in de stilte? Ik meen dit: de eerste zin uit de lezing van vandaag. Ik heb het niet uitgezocht, hè? Ik sla het ook maar open zo deze ochtend. Altijd een verrassing wat deze ochtend de teksten van de dag zijn. Dit is de eerste zin ervan:

‘Wij hebben lief, omdat God ons het eerst heeft liefge­had.’

Zo simpel. Die ene zin. Zou dit het zijn waar de monnik naar zoekt, onder andere. Waar de non voor afziet van relaties. En de monnik van kinderen. Om uit te vinden of dit waar is. Om deze realiteit binnen te gaan. Om ruimte te creëren voor de beleving en het werkelijk omarmen van dit ene zinnetje: Wij hebben lief omdat God ons eerst heeft liefgehad.

Het is niet bij ons begonnen. Volgens deze schrijver is het niet de mens die een God heeft bedacht om daar vervolgens zo opgewonden van te raken dat hij of zij het zelf gecreëerde voorwerp ging liefhebben. Het is niet ondenkbaar, maar niet wat de grote voorgangers in datgene wat geloven heet, ons vertellen. Zij hebben een andere ervaring, een mystieke, een éénwordings-ervaring – en dat is deze: dat het niet begint bij mij, maar dat iemand of iets al die tijd al mij gezien heeft. Vanaf mijn ontstaan, vanaf jouw gevormd worden tot geboorte, opgroeien en nu. En dat er zielsveel van je gehouden is. Dat dát de bron is van leven. Middenin alle tegenslag, pijn, verdriet, chaos en dwaasheid die je kan zijn overkomen, was dit een constante vibrerende toon op de achtergrond. En die hoor je op een gegeven moment niet meer. Zoals ik de koelkast niet meer hoor, zodra de kinderen wakker zijn of de dag echt begonnen is. Die is alleen te horen in de stilte. Als al het andere wegvalt.

Het is niet bij mij begonnen.

Ik was al geliefd voor ik wist wat dat betekende.

Ik was het al voor ik wist wat ik betekende.

Ik was het al voor ik wist. Punt.

Het begint niet met zelfliefde of van jezelf leren houden. Het begint met beseffen dat er van je gehouden wordt, dat er van je gehouden is, al die tijd. En dat langzaam leren omarmen en beseffen dat je het waard bent. Dat iemand je het waard vindt om zielsveel van te houden. En wie dat langzaam omarmt, vindt die zelfliefde die we zo vaak zoeken. Maar niet als iemand die zichzelf omarmt, maar die een beetje leert leunen in het omarmd worden.

En dat is dan een begin. Want als je geliefd bent. Om toch. Gewoon omdat je er bent. Dat besef gaat hand in hand met liefhebben om toch. Een ander. Willekeurig. Omdat de ander ook dat kind van God is. Gewoon omdat de ander bestaat.

Want zo gaat dat ene zinnetje van net verder: ‘Maar als iemand zegt dat hij God liefheeft, terwijl hij zijn broeder haat, is hij een leugenaar. Want als hij zijn broeder die hij ziet niet liefheeft, kan hij God niet liefheb­ben die hij nooit heeft gezien.’

Liefde is een kringloop van ontvangen, doorgeven en weer opstijgen, terug naar de gever van het leven, waardoor besef van liefde ook weer neerdaalt en wel verspreid moet worden anders zou het geen besef van liefde zijn. De kringloop, die zo vaak stokt. Maar in de stilte is de stem te vinden, de aanwezigheid, de vibrerende toon als die van mijn koelkast: ‘Wij hebben lief, omdat God ons eerst heeft liefgehad’.

Hier vind je drie tekstgedeeltes die Rikko vanochtend las.


Deze rubriek heeft een eigen boek: Lazarus staat op. Daarin zijn de 25 mooiste ochtendgedachtes van de afgelopen tijd gebundeld en geïllustreerd door Joanne Zwart.

Lazarus staat op | Rikko Voorberg | Vuurbaak | ISBN 9789460050404 | € 17,95