‘Ontmoet mensen die anders zijn dan jijzelf’

‘Ontmoet mensen die anders zijn dan jijzelf’

Gertine realiseert zich dat ze in een bubbel leeft: eentje die bestaat uit hoogopgeleide, witte twintigers en dertigers. Om te voorkomen dat de bubbel ondoordringbaar wordt, zoekt Gertine naar plekken waar zij mensen ontmoet die anders zijn, zoals in de kerk of de kroeg.

Vroeger leefden we in zuilen, nu zijn er bubbels. Mijn bubbel bestaat uit hoogopgeleide, witte twintigers en dertigers. Om te voorkomen dat mijn bubbel ondoordringbaar wordt, zoek ik plekken waar ik mensen ontmoet die anders zijn dan ik.

Voorbijlopen

Het is een herfstige zondagmiddag en ik zit aan de eettafel van een oud huis waar ik niet eerder ben geweest. Onze gastheer en gastvrouw, beiden in de tachtig, hebben het hoogste woord. Hij vertelt sterke verhalen en zij haalt herinneringen op over hoe het vroeger in de kerk was. De andere gasten luisteren geamuseerd. Ze komen uit verschillende generaties: een twintiger, een dertiger, twee veertigers en een vijftiger. Vóór vandaag kenden we elkaar niet. Deze lunch heeft ons samengebracht in een huis dat uit allerlei verschillende stukjes lijkt te bestaan, met oude schilderijen aan de muren en vloerbedekking in de wc. Het blijft Engeland, tenslotte.

Het is de kerk die ons heeft samengebracht. Een kerk in het centrum van Cambridge waar kerkgangers van alle leeftijden zich thuis voelen en waar lunches bij leden thuis georganiseerd worden. Dit is wat ik zo leuk vind aan de kerk, bedenk ik, terwijl ik de tafel rondkijk. Mensen ontmoeten uit heel andere levensfases en van andere achtergronden, mensen die je in het gewone leven waarschijnlijk voorbij zou lopen.

Allemaal hetzelfde

Want in mijn gewone leven leef ik eigenlijk best wel in een bubbel. Mijn vrienden zijn allemaal erg hetzelfde als ik. Met kleine verschillen hier en daar, maar over het algemeen… erg hetzelfde. We hebben dezelfde middelbare school, dezelfde studentenvereniging, of dezelfde studie gedeeld. We zitten in dezelfde leeftijdsfase, maken vergelijkbare keuzes over relaties, huizen, kinderen, duurzaamheid, komen grofweg uit dezelfde sociale laag van de samenleving en hebben een politieke voorkeur die dicht bij elkaar ligt.

Ik heb het idee dat die kleine bubbels in onze samenleving steeds verder van elkaar af beginnen te drijven. Je hoeft maar even op Twitter te kijken, of je ziet allerlei groepen met elkaar botsen. En dan niet een beetje, maar keihard. Er bestaan blijkbaar allerlei werelden naast elkaar, met eigen regels en overtuigingen over wat goed, mooi en waar is.

“De pub is precies zo’n plaats waar allerlei bubbels samenkomen.”

Bubbel doorprikken

Eén van de plekken waar ik mijn bubbel liet doorprikken, was de wijkkerk waar ik in Utrecht dominee van was. Geen doelgroepkerk, zoals de grote binnenstadskerken. Hier zaten mensen die elkaar niet uitzochten omdat ze goed bij elkaar pasten, maar omdat ze nu eenmaal in de buurt woonden. Ik leerde er mensen kennen die vijftig jaar ouder waren dan ik en een heel andere jeugd hadden gehad. Mensen met andere politieke ideeën. Met een ander soort salaris. Met grote gezinnen, of helemaal geen gezinnen. Mannen die in de fabriek hadden gewerkt, vrouwen die altijd thuis waren gebleven.

Met een groepje mensen uit die wijkkerk belandde ik eens op een avond in het enige café dat de wijk rijk was. Een ouderwets bruin café, bestierd door een fragiel oud dametje met twee kefhondjes. Ze begroette ons hartelijk, zette schaaltjes borrelnoten neer en kwam later op de avond leverworst en kaas rondbrengen. Er stonden flipperkasten naast de bar, het stond er vol protserige beeldjes, er hing vitrage voor de ramen en er klonken Nederlandstalige carnavalshits uit de speakers. Het was er ongedwongen en er ontstonden openhartige gesprekken over wat ons bezighield.

Over cafés gesproken: hier in Engeland is de pub precies zo’n plaats waar allerlei bubbels samenkomen. De pub is er voor iedereen, voor gezinnen die op zondagmiddag hun Sunday Roast eten, voor studenten die heftig discussiëren, voor oudere stelletjes die genieten van een sticky toffee pudding, voor slobbertruien en nette pakken. Het enige dat ontbreekt, is een manier om elkaar dan ook daadwerkelijk te spreken. Voorlopig hou ik het bij kíjken naar de andere gasten. En soms stiekem gesprekken afluisteren. Alles in het kader van inburgeren en taalvaardigheid opdoen uiteraard.

“Ik houd van de kerk omdat je daar mensen ontmoet die je niet zelf hebt uitgekozen.”

Niet zelf uitgekozen

Om terug te komen op de kerk: ik houd van de kerk omdat je daar mensen ontmoet die je niet zelf hebt uitgekozen. Je kunt er de muren van je eigen wereldje laten openbreken en luisteren naar andere, mooie verhalen. Ik geniet er altijd van om de warmte en vriendelijkheid te voelen van mensen uit andere generaties, met andere families, geschiedenissen, ervaringen, gedachten. Het houdt me open en ontvankelijk voor iedereen die anders is dan ik. Ik schep daar weer nieuwe hoop, de hoop die ik op Twitter juist verlies…

“Zonder ongemakkelijkheid wordt je wereld klein.”

Voor mensen die niet gelovig zijn, is een sportclub ook een plek waar allerlei achtergronden bij elkaar komen. Voor mij is de hardloopclub één van de avonden waarop ik uit mijn toch-grotendeels-gelovige kringetje kan stappen. Een club vol Britten met droge humor, die wat vreemd opkeken toen ik ‘minister’ bleek te zijn, maar me wel zonder gedoe welkom heetten.

Je eigen bubbel verlaten is trouwens niet alleen maar leuk. Er is een reden waarom je vrienden hetzelfde zijn als jij: dat is namelijk gewoonweg het makkelijkst. Je hoeft weinig uit te leggen of te verantwoorden en je begrijpt elkaar met een half woord. Maar zonder ongemakkelijkheid wordt je wereld klein. Dan ontstaat het gevaar dat je alleen nog maar gaat roepen óver de ander in plaats van die ander in het gezicht te kijken en in gesprek te gaan.

Nieuwe werkelijkheid

Natuurlijk weet ik ook dat heel veel kerken alsnog een klein bubbeltje op zichzelf zijn en geen plaats laten voor wie anders is, dat kerkleden zich schurken in het fijne gevoel van hun eigen gelijk en de deur dichtlaten voor wie niet voldoet aan het ideaalplaatje. Natuurlijk weet ik ook dat de kerken waar ik wel het gevoel uit mijn bubbel te komen, nog steeds niet volledig divers zijn. Ze zijn bijvoorbeeld meestal niet zo gevarieerd in huidskleur.

Maar de kerk op haar best is een plek waar bezit, salaris, invloed of achtergrond er niet toe doet. Dat is een plek waar het Koninkrijk dat Jezus aankondigde een klein beetje gestalte krijgt. Waar de harde stemmen van Twitter zwijgen en een nieuwe werkelijkheid opdoemt.


Gertine Blom is theoloog en dominee (vanaf maart 2018 zonder gemeente). Ze woont in Cambridge met haar man Eelco. Op haar blog schrijft ze over haar pogingen om vrij, vroom en vrolijk te leven.