De coming-out van Willemijn Dicke: ‘Ik wist niet dat jij in God geloofde?’

De coming-out van Willemijn Dicke: ‘Ik wist niet dat jij in God geloofde?’

Wetenschapper Willemijn Dicke is het grootste gedeelte van haar leven al militant atheïst. Maar ze mist ‘zin’ in haar bestaan en begint een spirituele zoektocht. Ze belandt bij een goeroe, een zenboeddhist, een sjamaan, maar keert terug naar de priester. Vandaag verschijnt haar boek: De Sjamaan en ik.

Het volgende fragment is de proloog van De Sjamaan en ik.  

‘Jullie hebben allemaal wel eens een zelfgemaakte ansicht­kaart van mijn vader ontvangen, waarbij de onderschrif­ten nog raadselachtiger waren dan zijn tekeningen.’
Ik kijk de zaal in. Sommigen knikken, anderen glimla­chen.
‘Neem de afbeelding die we hebben gebruikt voor zijn rouwkaart: een eksterveer met daaronder de zin “Veren varen ook heen en weer”. Wie weet wat Carel hiermee be­doelde mag het zeggen.

Al zijn kunstwerken waren pareltjes van indirecte com­municatie. Lang begreep ik niets van die cryptische be­richten, maar inmiddels ben ik ervan overtuigd dat zijn ansichten soms een vraag om liefde, en nog vaker een ui­ting van liefde waren. Je kon zijn boodschap alleen horen als je heel aandachtig luisterde.

Ik sluit mijn toespraak af met muziek van Leonard Cohen. De zanger schreef het nummer op drieëntachtig­jarige leeftijd. Hij moet geweten hebben dat zijn eind naderde, want het lied bouwt op naar het Hebreeuwse woord “Hineni”. In de Nederlandse vertaling hebben we voor dit begrip minstens drie woorden nodig: “Hier ben ik.” Cohen laat Hineni volgen door “I am ready my Lord” – en dat zing ik met hem.’

Nu draai ik een kwartslag en richt me tot de gesloten kist, die ik net niet kan aanraken.

‘Lieve papa, dat je moge rusten in Vrede en in het Eeu­wige Licht.’

Onvoorwaardelijk beschikbaar

De hoofdletters lees ik, maar ik weet niet of de aanwezigen ze zullen opmerken. Ik knik naar de begrafenisonderne­mer ten teken dat hij de muziek mag starten en ‘You Want It Darker’ van Cohen vult de grenen crematoriumhal. Terwijl ik van het podium stap om weer tussen onze kin­deren te gaan zitten, vraag ik me af of dit gitzwarte stuk toch niet te afwijkend is voor de familie en vrienden van mijn negenenzeventigjarige vader. Misschien had ik er beter aan gedaan een geijkt nummer uit het begrafenisre­pertoire te kiezen. Zodra Cohen het woord ‘Hineni’ zing­-zegt, ben ik er met mijn aandacht weer bij. Ik heb dit lied talloze malen beluisterd en toch breek ik meteen. R. geeft een papieren zakdoekje aan en knijpt in mijn hand.

De uitdrukking ‘Hineni’ komt vaak terug in de Bijbel, en alleen in de meest cruciale passages. Zo antwoordde Abraham ‘Hineni’ toen God hem vroeg om zijn zoon Isaac te offeren.

Wie ‘Hineni’ in de mond neemt, zegt niet alleen dat hij hier en nu aanwezig is. Hij stelt zich onvoorwaardelijk beschikbaar, met alles wat hij in zich heeft. Hineni ver­onderstelt een oervertrouwen in de wil van God en geeft uiting aan een overgave – aan God, aan het leven – die bijna bovenmenselijk is. Ik ben bereid.

Weer naar Huis

Ik denk dat mijn vader, net als Cohen, de dood ver­wachtte en zelfs verwelkomde, maar het lied heb ik niet alleen gekozen omdat hij zich bereid had verklaard om te sterven. ‘Hineni’ drukt ook míjn intentie uit: ik twij­fel niet of mijn vader misschien nog langer had moeten leven en of het allemaal niet anders had gekund of ge­moeten in zijn en ons leven. Hineni: ik vertrouw erop dat wat is gebeurd moest gebeuren voor ons en dat het goed is. Hineni: ik ben hier op de begrafenis om mijn vader te ondersteunen bij de oversteek naar huis. Weer naar Huis. Ik hoop dat ik kan bijdragen aan zijn terugreis doordat ik hier louter in dankbaarheid sta, liefdevol, zonder reserves, met alles wat ik te geven heb.

Dát is voor mij allemaal Hineni. Het zou wat ver voe­ren om dit allemaal uit te spreken op deze niet-­kerkelijke uitvaart en trouwens, mijn toespraak was al aan de lange kant.

‘Dus dit is jouw coming-out?’

We houden receptie op een terras midden in de Veluwse bossen. De eiken en sparren reiken huizenhoog.
‘Op Carel.’
‘Op het leven.’
Na vier of zeven rondes bladen met bier en witte wijn overstemt mijn familie met gemak het ruisen van de boomtoppen. Ik sta bij mijn lievelingsneef, ooit de perfecte polderversie van Elvis Presley. Met zijn stem die even zwaar als warm is merkt hij op dat de glazen hier zo klein zijn, dat de inhoud van het glas zowat in zijn holle kies past. Hij grinnikt aanstekelijk om zijn eigen grap en moeiteloos krijgt hij ons allemaal aan het lachen.

Hij kijkt me aan.
‘Goed gedaan, wijffie, die toespraak van jou. Mooi eer­betoon aan Die Ouwe. Dat einde… Ik wist niet dat jij in God geloofde?’

‘Dat wist bijna niemand,’ antwoord ik.
‘Dus dit is jouw coming­-out?!’
‘Zo had ik het nog niet bekeken…’
‘Op Willemijn, die uit de kast is!’ proost hij luid. ‘Ssssst,’ maant mijn tante. ‘We zijn hier wel op een be­grafenis, hè.’

Wil je meer lezen? Willemijn werd de afgelopen weken al geïnterviewd door de Volkskrant en NRC  en vertelt daarin meer over de spirituele reis die ze heeft afgelegd. 


De sjamaan en ik

De Sjamaan en ik, Willemijn Dicke, uitgeverij Prometheus, € 19,99
Meer info vind je hier.

‘Mensen zijn zichzelf een grote vraag en onrustig is hun hart zolang zij hier op aarde leven, zei kerkvader Augustinus al rond 400. Wie wil weten wat hij daarmee werkelijk bedoelde doet er goed aan dit boek van Willemijn Dicke te lezen.’
Paul van Geest, hoogleraar kerkgeschiedenis in Tilburg