Gertine | Hoe waardevol is je leven wanneer je niet meer ‘nuttig’ bent?

Gertine | Hoe waardevol is je leven wanneer je niet meer ‘nuttig’ bent?

Haar ontmoetingen met kwetsbare, hulpeloze oude mensen confronteert Gertine met zichzelf: ieder mens is kwetsbaar. Ook roept het de vraag bij haar op: hoe waardevol is je leven eigenlijk nog wanneer je zelf niet meer ‘nuttig’ bent?

Afgelopen jaar heb ik een aantal maanden in Engeland in een verzorgingstehuis gewerkt. Daar leerde ik hoe je mensen wast en aankleedt, verschoont en eten geeft. Ik weet nu hoe tilliften werken en hoe je de waardigheid bewaakt van mensen die niet meer zelfstandig keuzes kunnen maken.

Volledig overgeleverd

Enkele bewoners konden bepaalde dingen nog zelf doen, zoals eten en naar de wc gaan. Anderen hadden overal hulp bij nodig en konden zelfs niet meer praten en communiceren. Dan was de vraag of ze überhaupt nog iets meekregen van wat er om hen heen gebeurde. Deze oude mensen waren totaal afhankelijk. Volledig overgeleverd aan de zorg van ons als verzorgers. We deden eten en drinken naar hun mond brengen.

Prachtig werk om te mogen doen. Ik ben veel gaan houden van deze lieve mensen in het verzorgingstehuis. Maar het was ook ingewikkeld. Want ik zag mensen die werkelijk níets meer konden. Ik zag mensen die al hun inspraak verloren hadden. Geen zeggenschap meer over hun eigen leven. En dat terwijl de foto’s van hun actieve en stralende jongere zelf aan de muur hingen, herinneringen uit een voorbije tijd.

Deze beelden blijven in mijn hoofd hangen, ook nu ik ergens anders werk.

Deze enorme afhankelijkheid. Oude mensen die als kleine kinderen verzorgd worden. Dezelfde afhankelijkheid als die van een pasgeboren kind, maar zonder dezelfde toekomstverwachting.

Hulpeloos

Ik vind het behoorlijk ingewikkeld en verwarrend. Wanneer ik er langer over nadenk, begrijp ik ook wel waarom. Hulpeloos zijn haaks staat op alles wat mij als mens waarde geeft in de wereld. Nuttig en zelfstandig zijn en het liefst ook nog een beetje succesvol, en op feestjes een mooi antwoord hebben op de vraag ‘wat doe jij?’, dat is toch het ideaalbeeld dat niet alleen in mijn hoofd, maar volgens mij in ontelbaar veel hoofden rondspookt.

Door die hulpeloze oude mensen kwam ik er niet onder uit. Ieder mens is kwetsbaar. Niet alleen wanneer je oud bent overigens. Onder mijn leeftijdsgenoten zijn er meer mensen dan ooit die thuis zitten met een burn-out of depressie. Ieder leven kan van de weg raken door een plotselinge ziekte of een onverwachts gemis. Zoiets overkomt je. Zomaar. Het gepureerde eten, het incontinentiemateriaal, de tilliften – het fysieke zorgen voor deze oude mensen bracht die menselijke kwetsbaarheid nog veel dichter bij.

En, als ik eerlijk ben, dan maakt deze kwetsbaarheid me ook bang. Bang dat ik op een dag ook niet meer zelf kan kiezen. Bang dat ik niet meer sterk ben, dat ik verzorgd moet worden. Wat is mijn leven waard, als ik niet meer nuttig ben? Wanneer ik geen mooi antwoord meer heb op de vraag wat doe jij?’. Bang voor de kwetsbaarheid, dat als er maar iets gebeurt, ik omval… Als mijn leven achter me ligt, en ik nu niets meer kan?

Zichtbaar

Met al mijn jaren theologiestudie en met al mijn ervaring als dominee en met alle verhalen die ik gehoord en gezien heb, moest ik blijkbaar toch nog wat fundamenteels leren over mezelf.

Mijn leven heeft nog steeds evenveel waarde als ik een hulpbehoevend dametje ben.

Zittend op een bank in een koude Engelse kerk, viel bij mij het kwartje. Juist God is midden aanwezig in het kwetsbare, hulpeloze en aanraakbare mensje. God vond het de moeite waard om, in zijn zoon Jezus, dit risicovolle bestaan binnen te komen. Gods zoon werd geboren temidden van een wonderlijke variatie aan mensen, rijk en arm, oud en jong. Iedereen speelt een rol in dat overrompelende verhaal van het grote en machtige, alles wordt zichtbaar in het kleinste.

O ja, dacht ik. O ja. Zo was het. Ik heb het zo vaak gezegd tegen anderen. Ik geloofde het ook écht, als het om anderen ging. Ik zag het heilige van het bestaan in de ogen van mijn medemensen. Maar nu moest ik het zelf leren. Ik moest naar mezelf kijken en mijn eigen angst onder ogen zien. Ik moest ook mezelf durven overgeven in het vertrouwen dat de God die mens wil zijn ook mijn bestaan draagt en zin geeft.

Heilig

Een week later mocht ik vóór de kerkbanken staan en zelf dat prachtige evangelie verkondigen. In God is ieder mens even geliefd. Het leven van een pasgeboren baby, een jongen met het Down-syndroom, een puber die kampt met depressie, een vijftiger met een midlifecrisis, een succesvolle manager of een hulpeloze dementerende bejaarde heeft precies evenveel waarde als mijn eigen leven. En ook dat mijn leven nog steeds evenveel waarde heeft als ik een oud en hulpbehoevend dametje ben. Omdat het leven heilig is.

Die grote woorden, die ik haast achteloos kan zeggen, werden klein en echt. Ze kwamen dichtbij. Ik kon ze bijna vastpakken. Ook al heb je jaren gestudeerd en weet je heel wat, fluister het toch af en toe zachtjes voor je uit: het leven is heilig en God is daar middenin aanwezig.

Het is een bevrijdend besef waardoor ik het weer weet: zó wil ik leven. Niet angstig, maar hoopvol. Niet afhankelijk van mijn status, maar gelijk aan ieder ander mens. Heel veel andere dingen doen er dan niet meer toe. En als ik het straks weer vergeet, dan hoop ik dat er weer andere mensen op mijn pad komen, die het me laten zien.


Gertine Blom is theoloog en dominee (vanaf maart 2018 zonder gemeente). Ze woont in Cambridge met haar man Eelco. Op haar blog schrijft ze over haar pogingen om vrij, vroom en vrolijk te leven.