We moeten af van het idee dat de Bijbel het Woord van God is

We moeten af van het idee dat de Bijbel het Woord van God is

Hoe meer lezingen Alain geeft over de Bijbel, hoe meer hij erachter komt dat we het soms niet helemaal bij het rechte eind hebben met die Bijbel…

Mijn toer door Nederland met verhalen uit en over de Bijbel is nu bijna een jaar aan de gang. Ik vind het heerlijk om mensen (opnieuw) te enthousiasmeren voor het lezen in die kostelijke verzameling boeken. Altijd weer ontstaan er nieuwe, unieke, inspirerende gesprekken als mensen samen over Bijbelverhalen gaan praten. Het is een mooie vorm van kerk-zijn.

Als ik eerlijk ben heb ik spijt van mijn overdoop, maar de tekst die de voorganger mij op die avond meegaf mag toch op z’n minst treffend heten.

Laat Christus’ woorden in al hun rijkdom in u wonen…

‘Dit is een roeping’, zei de evangelist vlak voordat ik het doopwater in ging (of vlak erna, daar wil ik vanaf zijn). Dank u wel, Jan Zijlstra. En hier zijn we nu. Ik geloof achteraf wel dat het een roeping was, of in ieder geval: die woorden wonen inmiddels inderdaad ‘rijkelijk in mij’, zoals de vorige vertaling het zei.

Op het Woord staan

Het is een roeping, ook om me te bezinnen op wat dat nou eigenlijk is. De woorden van Christus, het Woord van God, de Bijbel – of zijn dat drie verschillende dingen? De veertigdagentijd is een ideaal punt in het jaar om even bij dat soort cruciale vragen stil te staan.

…onderricht en vermaan elkaar in alle wijsheid…

Ik zie haar nog voor in die kerk staan, de vrouw van middelbare leeftijd die met haar linkerhand een bijbel door de lucht liet zwaaien en met de andere hand een vermanende wijsvinger opstak. ‘Je moet op het Woord gaan stáán’, zei ze drie keer achter elkaar, telkens iets wanhopiger, want heel geanimeerd was haar publiek niet. Soms heb ik het idee dat mensen die de hoogste achting van de Bijbel hebben, het minste benul hebben van waar ze het eigenlijk over hebben. Zoals dat gezin dat ik ken, dat driemaal daags na het eten uit de Bijbel las, maar er nooit een woord van begreep omdat ze de oudst mogelijke vertaling kozen. Ach, ’t is tenslotte toch Gods Woord, hè.

Hoe moet je Bijbellezen?

Tijdens mijn lezingen doe ik soms manieren voor waarop je níet naar de Bijbel moet kijken. Ik heb er bijvoorbeeld een hekel aan dat je alleen maar in one-liners denkt. Een gladgestreken zin uit een half vers uit Jesaja om de dag mee door te komen. Liefst via een push-notificatie in je Bijbel-app. Zo is dat boek niet geschreven, hè.

Of, als ik in een jolige bui ben, laat ik iemand uit het publiek een levensvraag stellen. ‘Moet ik stoppen met mijn werk?’, bijvoorbeeld. En dan sla ik mijn bijbeltje ergens op een willekeurige plek open en lees ik de eerste zin voor waar mijn oog op valt. ‘De functie van priester werd bekleed door Achia, de zoon van Achitub‘. Ziedaar uw antwoord. U moet priester worden! Hilariteit alom. Nee, zo werkt het niet.

De Bijbel is ook geen rationele encyclopedie die uitlegt hoe het nou allemaal zit met God, de wereld, de mens, en ethiek. Mijn uitgever, die God en ik uitbracht, publiceerde ook De wijn-spijsbijbel. Een gids boordevol informatie. Zo heb je ook een koffiebijbel en een bierbijbel. Titels die suggereren: als je dit boek leest, weet je alles. Nou, zou ik zeggen, als God ons een systematisch overzicht met alle antwoorden op alle existentiële kwesties wilde geven, heeft hij met de Bijbel een behoorlijk ongestructureerd werk afgeleverd. En nog zonder inhoudsopgave ook.

Bijbellezen kan fout zijn

Ik ga nog ietsje verder. Bijbellezen kan zelfs heel kwalijk uitpakken. Dat zeg ik niet alleen vanwege de Nashville-verklaring. Er is ook een verhaal uit de veertigdagentijd van Jezus, die in de woestijn zwierf en een Bijbelse discussie met de satan voerde.

‘Spring naar beneden’, zei satan, ‘want er staat geschreven: “Zijn engelen zal hij opdracht geven om u op hun handen te dragen”‘.

Jezus antwoordde: ‘Er staat óók geschreven: “Stel de Heer, uw God, niet op de proef.”‘

Zo zie je maar dat het met het lezen van die Bijbel zo simpel nog niet is. De duivel kent ‘m ook uit zijn hoofd, en kan van ieder geschreven woord een duivelsvers maken. Ook als ’t uit de Heilige Schrift komt.

Hoe dan wel?

De mooiste manier van Bijbellezen is: de tijd nemen om de woorden in jouw leven te laten landen. Soms moet je ermee vechten en zeggen: ‘Ik laat je niet gaan tenzij je me zegent‘. Vaak moet je het in een gesprek met andere mensen laten rijpen. Zo neem ik vaak het verhaal van Marta en Maria mee naar lezingen. Een paar regels uit Lucas 10. Ik laat mensen er een kwartier met elkaar over praten, en iedere keer weer komt er iets nieuws, iets bijzonders uit.

Ik sprak een vrouw die Maria heette, en haar zus heette Marta. Ze haatte het verhaal. Ik sprak een man die zijn moeder Marta een tijdje geleden had moeten begraven. Ik kwam in een abdij waar een uniek schilderij van het verhaal hing. Ik kreeg opmerkingen over ieder vers, ieder woord, ieder personage in het verhaal, en elke keer weer vanuit een ander gezichtspunt. En steeds weer concludeerden we: hier kunnen we nog uren over doorpraten, en wat is dat inspirerend. Zo’n kort verhaal nog maar!

Woord van God

Dat brengt mij bij mijn punt: het Woord van God is iets heel persoonlijks. Het Woord van God is hoe de Bijbel begint: de Allerhoogste spreekt, en het wordt licht, en we kunnen beginnen. Ze spreekt nog steeds, elke dag. Dat stopte niet met de schepping, dat stopte niet toen we de Bijbelse canon vastlegden, dat gebeurt nog dagelijks. Tot ons, tegen ons, over onze medemensen. Het Woord van God is veel te groot om gevangen te zitten tussen twee kaften – de Bijbel is niets meer, maar zeker ook niets minder dan het unieke verslag van unieke mensen die unieke ervaringen hadden met het unieke Woord dat nog steeds door de wereld gaat. Ja, die mag je gerust nog een keer lezen.

De Bijbel zelf zegt het al: die noemt Christus het Woord van God. Niet het bijbeltje waarmee ik door het land trek, al is het kostbaar en is de Bijbel natúúrlijk het boek dat ik meeneem als ik maar één werk mag meenemen naar een onbewoond eiland. Nee, het Woord van God is een persoon. Eentje die door de mensenscharen gaat, genezend, confronterend, roepend om recht, huilend om leed, liefde gevend waar eenzaamheid heerst. Vol geloof, hoop en liefde. Dat is het eeuwige Woord van God.

En wij rennen erachteraan, met onze pennetjes en typemachientjes en smartphone-twitterappjes, driftig proberend het Woord in woorden te vatten. Ik denk dat God in de hemel vertederd lacht als hij die pogingen gadeslaat. Echt geloof overstijgt het zwart op wit, overstijgt het onpersoonlijk papier, overstijgt het gestolde woord, want het lééft.