Hou me vast | Aanraking is krachtig en veelzeggend

Hou me vast | Aanraking is krachtig en veelzeggend

Karlien ondervindt steeds vaker hoe aanrakingen zoveel meer kunnen vertellen dan woorden. Is het niet hoogtijd om – behalve van Jezus’ woorden – ook te gaan leren van de manier waarop hij en zijn tijdgenoten fysiek met elkaar omgingen? 

Op een landerige zomeravond zit ik op de bank met een vriendin. We praten en drinken een te dure kruidenthee. Het gaat niet goed met haar. Ik stel vragen, zij geeft antwoord. Een uur later – we zitten we nog steeds op diezelfde bank. Komt daar opeens uit het niets een vraag van haar kant: ‘Mag ik een knuffel van je?’. ‘Natuurlijk!’, roep ik. We houden elkaar even stevig vast. ‘Dit is eigenlijk het enige wat ik nodig had’, verzucht ze.   

Aanraking

Al die eindeloze gesprekken, het luisteren, het uitleggen: het is ongetwijfeld ergens goed voor, maar het is niet voor het eerst dat ik voel hoeveel krachtiger en veelzeggender een aanraking is.  

Jaren geleden stierf het broertje van een andere vriendin plotseling. Welke woorden ze gebruikte om te zeggen dat hij er niet meer was en hoe ik daar vervolgens op heb gereageerd? Ik heb geen idee. Maar hoe haar lichaam voelde toen ik haar omhelsde, weet ik nog precies. Alle spieren in haar lijf waren gespannen en toen ze begon te huilen, schokte haar hele lichaam mee. Wat ze mij met woorden nooit duidelijk had kunnen maken, vertelde ze met haar lijf. 

Een andere omhelzing die me bij zal blijven is deze: afgelopen zomer werd mijn moeder ziek. Een vriendin van mijn ouders kwam langs om haar nog even sterkte te wensen voor de operatie. Ze gaven elkaar eerst een hand en toen drie zoenen en toen was daar opeens die omhelzing. Het zag er een beetje ongemakkelijk uit. Ik denk niet dat ze elkaar in de afgelopen 50 jaar eerder omhelsd hadden. Maar het paste wel. Alsof ze beiden voelden: zoiets groots, daarvoor schieten een hand en een kus op de wang tekort.  

Niet vanzelfsprekend

Dat je elkaar vasthoudt in tijden van verdriet of blijdschap, dat je elkaar überhaupt zomaar aanraakt, is voor mij niet vanzelfsprekend. Bij ons thuis werd er niet geknuffeld. Toen ik klein was wel, maar ik denk dat het zo rond de kleutertijd gestopt is. Een kus kreeg ik alleen voor het slapengaan.  

Ik heb niet het idee dat ik ben opgegroeid in een kil, afstandelijk gezin. Bij vriendinnetjes thuis zag het er in mijn herinnering niet anders uit dan bij ons. 

Dat ik daarin toch het een en ander gemist heb, besefte ik pas goed toen ik de familie van mijn man leerde kennen. De meesten van hen spreken alleen Arabisch en aangezien mijn beheersing van het Arabisch minimaal is, moeten we het van de taal niet hebben. Toch heb ik me vanaf het begin welkom gevoeld bij hen. Als ik het huis van een van hen binnenstapte, kreeg ik een stevige omhelzing en een heleboel zoenen. Mijn hand werd vastgehouden als ik ergens op een bank zat. Wanneer we een stuk gingen wandelen, werd er al snel een arm door mijn arm geschoven. En tot mijn verbazing vond ik dit alles eigenlijk heel prettig.  

Bijbel

Diezelfde fysieke omgang met elkaar zie ik ook terug op een plek waar ik het niet per se verwacht of gezocht had, namelijk in de Bijbel. En dan in het bijzonder in de verhalen over Jezus. Er worden voeten gewassen, eten gebeurt liggend aan lange tafels – dicht tegen elkaar aan.  

Kinderen worden uitgenodigd om bij Jezus te komen. Ik kan het natuurlijk niet bewijzen, maar ik vermoed dat die kinderen op dat moment zeker een knuffel hebben gekregen, of op z’n minst een aai over hun bol. Jezus raakt ogen aan, houdt handen vast, wordt uiteindelijk verraden door een kus.  

Ik raak er steeds meer van overtuigd dat ik niet alleen iets kan leren van de dingen die Jezus tegen mensen zei, maar ook van de manier waarop hij en zijn tijdgenoten fysiek met elkaar omgingen. Misschien zou het goed zijn als we soms wat letterlijker het lichaam van Christus voor elkaar zouden zijn. 

Troost

Het gebeurt overigens ook al wel, meer dan in generaties voor ons. Het lijkt normaler om een vriend of vriendin even te omhelzen. Bijna al mijn vrienden-met-kinderen knuffelen zich een slag in de rondte, ook als die kinderen ouder worden.  

En toch. 

Toch hoop ik voor mijn eigen zoontje nog net iets meer dan dat.  

Ik hoop dat het gemak waarmee de mannen binnen mijn mans familie elkaar omhelzen en de vanzelfsprekendheid waarmee mijn Iraanse kerkgenoten mijn hand bij begroeting met twee handen omvatten; ik hoop dat deze Oosterse lichamelijkheid voor hem de norm zal zijn.  

Ik hoop dat hij, meer dan ikzelf destijds, zal voelen dat er van hem en van zijn hele lijf gehouden wordt. En ik hoop dat hij zal weten hoe hij anderen met een aanraking tot troost kan zijn: zonder gêne en zonder dat de ander daar eerst zelf om moet vragen…  

Lees hier de andere blogs van Karlien