Jean-Jacques Suurmond: ‘Heeft Satan het gedaan?’

Schuiven we als gelovigen onze eigen verantwoordelijkheid te makkelijk af op de duivel? Wijs je naar de slang, of geef je antwoord op de vraag die God al in het paradijs riep: Adam, waar ben je? Jean-Jacques Suurmond over verantwoordelijkheid voor je eigen leven nemen:

Jean-Jacques Suurmond: ‘Heeft Satan het gedaan?’

Achter de misbruikschandalen in de rooms-katholieke kerk zit de satan. Dit zei paus Franciscus laatst op de misbruiktop in Rome.
Zijn de bewuste priesters dan toch niet helemaal zelf verantwoordelijk? De slachtoffers die in nachtmerries nog steeds hun dwingend strelende handen op hun lijf voelen en gehoopt hadden op concrete maatregelen, zijn zwaar teleurgesteld.

In mijn tijd als pinkstervoorganger ben ik dit afschuiven van de eigen verantwoordelijkheid ook vaak tegengekomen. Iets gestolen? Verslaafd aan drugs of alcohol? Partner bedrogen? ‘Ik kon er niks aan doen, het was de duivel’. Ik merkte dat mijn voorbede voor zulke mensen steeds holler ging klinken.

Antwoord geven

Waar is God in dit alles? Ik denk in het verantwoordelijkheid nemen voor je daden. Dat is overigens een mooi woord: bij ver-antwoord-elijkheid gaat het om ‘antwoord geven’. Zoals God al in het begin in het paradijs riep: ‘Adam, waar ben je?’ roept hij ons vandaag ook. ‘Waar was je toen je greep naar de fles, of naar drugs?’ Waarom geef je niet zelf antwoord maar wijs je net als Adam naar een ander die je als een slang zou hebben verleid? Dan blijft God ver weg, want zijn woord verlangt altijd een antwoord. Adam en Eva werden uit het paradijs geknikkerd.

Hier klinkt de profetische stem van de denker Friedrich Nietzsche als een kerkklok. Hij is berucht geworden omdat hij God dood zou hebben verklaard, maar zo simpel ligt het niet. Bij lezing van zijn nieuwe biografie van Sue Prideaux kreeg ik weer sterk de indruk dat hij vooral het kleinburgerlijke godsbeeld van zijn zuster verwierp. Zij maakte van de christelijke moraal een wet die ze slaafs volgde, waarvan zijn borstelsnor ging hangen. Echter, de moraal is niet bedoeld om klakkeloos te gehoorzamen, maar nodigt ons uit om er antwoord op te geven – ieder op zijn of haar manier.

Amor Fati

Dit is een kenmerk van Nietzsche’s ideale mens, van zijn Übermensch. Wat hij daarmee precies bedoelde blijft onduidelijk. Dat heb je met profeten, die zijn over het algemeen niet sterk in details. Maar hij had in elk geval iemand voor ogen die verantwoordelijkheid voor zijn of haar eigen leven neemt. Een mens dus die weigert de schuld voor zijn daden buiten zichzelf te leggen – bij satan, of een ongelukkige jeugd, of de joden, zoals Hitler, een vriend van Nietzsche’s zuster deed. Zoiets maakt je alleen maar klein en verongelijkt, of boos en wraakzuchtig. Nee, je staat op eigen benen en hebt lief, wat er ook gebeurt. Amor fati!

De ideale mens van domineeszoon Nietzsche heeft wel wat weg van de ideale christen. Die geeft immers in liefde antwoord op het leven – uiteindelijk aan God die zelf bron van liefde is. Die liefde is niet sentimenteel en plakkerig, maar is blij met de waarheid hoe moeilijk die ook kan zijn. Die schuif je niet af op satan. Dat zou het kwaad ook veel te groot, log en massief maken.

Als ik zou geloven, zei Nietzsche, is het in een God die dansen kan.