U hebt mij een lichaam gegeven

U hebt mij een lichaam gegeven

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

U hebt mij een lichaam gegeven – PopUpGedachte 25 maart 2019

Het schemert. Een nieuwe week vraagt om aandacht. Het wil geleefd worden en het is aan mij en jou en al die anderen om dat te doen. Léven. De vraag is hoe en waartoe. We hebben nogal een week achter ons. De woorden ‘Nieuw-Zeeland’, ‘Utrecht’ en ‘Staten-verkiezingen’ zijn van een heel eigen lading voorzien. Christendom en geloof en leven überhaupt gaat misschien wel steeds weer over ‘opnieuw beginnen’.
In de werkelijkheid die een nieuwe vorm, geur en kleur heeft gekregen, maken we opnieuw een start  met een dag, een week, een voornemen, een manier van leven. We zijn in de kerkelijke kalender op weg naar Pasen, de viering dat de Christus op zal staan. En het levensgevoel dat daaruit is gegroeid, heeft alles te maken met steeds opnieuw weer kunnen opstaan. Omdat de dood, het dodelijke, niet in staat is de mens vast te houden. Het grijpt je aan, het kleeft, het trekt, het duwt neer, maar het heeft de uiteindelijke grip op de mens verloren. De mens kan opstaan.

Dus dat doen we dan maar ook ’s ochtends. Opstaan. En een nieuwe dag vormgeven. Bewust een lijn trekken, een voornemen formuleren, een verlangen voor ogen houden. En hoe onverwacht dingen ook kunnen lopen op een dag en hoe vaak je met de lunch alweer realiseert dat je die hele focus straal bent vergeten, niets hoeft je ervan te weerhouden om weer op te staan. Als een Lazarus uit z’n graf, als een Jezus uit de dood, als een burger op maandagochtend na een vreemde week waarin wat panelen zijn verschoven.

De lezing van de oude teksten is een manier om een eigen focus aan te brengen op de dag en de week en vanochtend lees ik dit. Een fragment van een preek, het boek ‘Hebreeën’ en het klinkt zo:

‘Offers en gaven hebt u niet verlangd, maar u hebt mij een lichaam gegeven; brand- en reinigingsoffers behaagden u niet.’ Toen heb ik gezegd: “Hier ben ik,” want dit staat in de boekrol over mij geschreven: “Ik ben gekomen, God, om uw wil te doen.”

De Eeuwige lust geen offers. En cadeautjes. Het is niet zijn ding. Het moet gebeuren, hè. Het helpt ook. Het werkt ook. Het is tot in de puntjes uitgewerkt voor het Joodse volk. Maar niet omdat de Eeuwige zo’n behoefte heeft aan dierenoffers. Of aan andere offers. Hij hoeft je geld niet. Of je gebedje. Niet geïnteresseerd. Het is niet dat hij op zondagochtend nou afwacht totdat eindelijk die gelovigen met elkaar gaan zingen, want wat een balsem voor zijn ziel. Het is niet dat hij afwacht tot de gelovigen eindelijk weer op hun knieën gaan, want dan weet hij weer waar hij het voor doet. Al die hulpmiddelen zijn relevant, maar toch vooral voor de mens. Om te komen tot focus, tot inzicht, tot overgave.

Al die hulpmiddelen hebben de potentie om de mens afhankelijk te maken. En klein. Ze zijn kwetsbaar voor machtsmisbruik en hebben zomaar een verslavende werking. Dat werkt namelijk zo: je bidt om iets gedaan te krijgen als gelovige. De Eeuwige lijkt dat dan al dan niet te verwezenlijken en in beide gevallen is meer bidden dan het gevolg. Werkt het wel, dan moet je meer bidden om nog meer gedaan te krijgen. Werkt het niet, dan moet je meer bidden om het alsnog gedaan te krijgen. En opeens is de mens bezig om dingen van God gedaan te krijgen. En dat doet de mens al sinds mensenheugenis en het brengt hem of haar niet verder. In dát kader staat hier: offers en gaven hebt u niet verlangd. De Eeuwige zit er niet op te wachten dat jij of ik door wat voor hoepel dan ook springen, zodat hij dan als wisselgeld daarvoor een bijdrage zou kunnen doen aan jouw leven. De mens lijkt een aangeboren neiging te hebben om op zoek te gaan naar een automaat met een gleuf waar een muntje in kan, zodat-ie krijgt wat-ie wil.

God krijgt een muntje en moet dan geven wat ik hoop. De sportschoolleraar krijgt contributie en mijn inspanning en dan moet gebeuren wat ik hoop. Mijn werk krijgt wel meer dan een muntje en dan moet gebeuren wat ik verlang. Mijn partner krijgt een muntje en dan hoop ik dat er een gelukkig leven uitrolt.

Geen behoefte aan muntjes zegt de Eeuwige. En de voorbeeldfiguur uit het verhaal zegt: ik kom niet met muntjes, ik heb een lijf gekregen, ik ben belichaamd, en met dit lichaam ga ik de komende uren van de dag doen wat nodig is, wat Gods wil is – staat er – ik ben niet de afhankelijke die wil ontvangen, ik ben bedoeld als gever in dienst van de Eeuwige. En met dat ik dat leer doen met vallen en opstaan, ontvang ik alles wat ik nodig heb. Die paradox is hoopvoller dan welke mythe over muntjes en ‘ik zal je redden’ dan ook. Je bent namelijk gered als je dit hebt gevonden, deze ‘hier ben ik’ ‘om uw wil te doen’.

Er zal nooit, nergens
een begin van redding zijn,’ dicht Huub Oosterhuis,
als niet ten minste één mens zegt
‘hier ben ik’
en ziende om zich heen
zoekt of er nòg een is, nog twee of drie
met vonken licht ‘hier ben ik’
in hun ogen.’

Hier vind je drie tekstgedeeltes die Rikko vanochtend las.


Rikko Voorberg (38) is theoloog, schrijver, ‘activist/kunstenaar’ en initiatiefnemer van o.a. ‘We gaan ze halen’.

Wil je betrokken raken bij het werk van Rikko? Kijk dan hier.