Goede Vrijdag laat zien: Jezus was geen geweldige mannelijke held

Als we niet oppassen laten we Goede Vrijdag kapen door hedendaagse denkers, films en politici die ons uitleggen dat Jezus een grote geweldige mannelijke held was. Maar dat is niet waar Goede Vrijdag voor staat, zegt Alain. Goede Vrijdag is het herdenken van Jezus als afhankelijk en ultiem Slachtoffer.

Goede Vrijdag laat zien: Jezus was geen geweldige mannelijke held

Goede Vrijdag laat zien: Jezus was geen geweldige mannelijke held

Goede Vrijdag is die heilige dag met de paradoxale naam. Elk jaar gedenken wij de kruisiging van Jezus van Nazareth. Toch moet je niet denken dat het daardoor een herhaling van zetten is - dat we het verhaal na tweeduizend jaar wel kennen. Integendeel; gedenken betekent dat de geschiedenis gestalte krijgt in ons midden, hier en nu. Wij zijn andere mensen dan we vorig jaar waren, en daarom is onze Goede Vrijdag dit jaar anders dan die van 2018.

De vraag is: waar denken we déze Goede Vrijdag in het bijzonder aan? Mijn antwoord is dit jaar: aan mannelijkheid.

Het tijdperk van de sterke man

Mannelijkheid is een van de fronten waarop onze wereld momenteel een cultuurstrijd voert. We zagen Sunny Bergman en Theo Maassen erover steggelen (zij hebben respectievelijk een nieuwe film en show over het onderwerp). Wij lezen al jaren dat we in het tijdperk van de sterke man leven, en daar zien we dan plaatjes bij van Trump, Poetin en Erdogan. Nieuwe stromingen als alt-right, en min of meer aanverwante politici als Thierry Baudet en denkers als Jordan Peterson, benadrukken dat de man zijn klassieke rol als strenge ordebewaker, heldhaftige heerser, verantwoordelijke gezagsdrager moet terugclaimen. Tegenbewegingen zijn er in de vorm van #metoo en een nieuwe feministische golf.

Wat heeft dit alles met Jezus te maken? In eerste instantie niets, maar na verloop van tijd sleurt een maatschappelijke discussie de kerk mee naar haar slagveld. Ook christenen moeten partij kiezen tussen het patriarchaat en de metroman, om het boud te stellen. Et voilà. De 4e Musketier laat mannen weer de held zijn die ze willen zijn (alleen de naam al hee!). Ze mogen lichamelijk afzien, soms zelfs in het buitenland, en daarmee hun eigen gezinsgeluk of arme kinderen redden. Conservatieve katholieken, refo’s en evangelicals zetten zich in tegen alles wat afwijkt: wie een piemel heeft, die drage hem fier als een heteroseksuele cis-gender. Intussen leren wij een roze priester kennen, een Jezus met borsten en een vrouwensynode.

Oh, zeker dat de kerk meedoet als er ergens gekonkeld wordt.

Echte vent

Maar nu terug naar Goede Vrijdag. Het is mijn stellige overtuiging dat jouw viering van Goede Vrijdag te maken kan hebben met jouw positie in het publieke debat over mannelijkheid. Wat valt mij namelijk sinds enkele jaren op? Hoe meer je naar traditionele mannelijkheid (naar de patriarchale macho) neigt, hoe sterker je geneigd bent om Jezus een held te noemen. Een merkwaardig fenomeen – de hero is een halfgod in Hollywood en in Griekse mythologie, maar de Bijbel lijkt er zelf meestal niet zo druk mee te zijn. Kom ik later op terug.

Om ome Jordaan Peterson er direct maar bij te pakken – hier zijn wat zinnen die hij spreekt over Jezus, een personage dat in zijn 12 Rules For Life regelmatig de kop opsteekt.

Dit zegt Peterson over de kruisiging:

‘Dat is het archetypische verhaal van de man die alles geeft voor het goede doel (…). Dat is het model voor de eervolle man.’ Vertaling en cursief zijn van mij. Twee zinnen, twee keer man, we kunnen er niet omheen dat Christus een echte vent was. We gaan verder.

‘Christus’ archetypische dood is een voorbeeld van hoe we eindigheid, verraad en tirannie op heldhaftige wijze kunnen aanvaarden.’ De kruisdood betekent niet, haast Peterson zich te zeggen, dat jij ook altijd opofferingsgezind moet zijn. Gouden Regel of niet, je moet andermans kwaad niet zomaar over je kant laten gaan. Kijk, hier zie je het al gebeuren: Jezus wordt geportretteerd als sterke held die ons bepaald geen dienstbare moraal wilde voorspiegelen.

‘Je kruis dragen is iets voor helden, en dat was Christus’ boodschap’

 

Ik haal nog één passage over Christus aan, en dan gaan we verder. Over de dood en wedergeboorte zegt Peterson dat Jezus zichzelf opoffert om chaos om te zetten in orde. (Chaos is ultiem vrouwelijk in zijn denken – orde ultiem mannelijk.) Dat noemt hij de kern van het christendom.
Vervolgens begint hij direct over zijn vriend die jarenlang door zijn vrouw werd bedrogen. Hij ging door een hel toen hij het ontdekte, maar nu is hij flink afgevallen, rent hij marathons en beklimt hij bergen. ‘Hij verkoos wedergeboorte boven nederdalen ter helle’. De boodschap lijkt duidelijk: wederopstanding (ook zo’n fetisj van Thierry Baudet) is een keuze die je maakt. Het is mannelijke veerkracht, geen goddelijk vertrouwen. Je kruis dragen is iets voor helden, en dat was Christus’ boodschap.

Kaïn en Abel

We duiken wat dieper in het denken van Peterson en de zijnen, zodat ik hun focus op mannelijk heldendom beter kan blootleggen. Een naam die de psychiater-goeroe bijna net zo vaak noemt als Jezus is die van Kaïn. De allereerste broer en niet toevallig ook de eerste moordenaar. Ik waardeer het zeer dat Peterson in die broers twee archetypische mensen herkent, maar de manier waarop gaat op bepaalde punten scheef.

Wat was het verhaal ook alweer? Wel, de eerste vrouw, Eva, baart de eerste zoon -Kaïn- en daarna de tweede zoon -Abel-, en beide zonen brengen een offer aan God. Kaïn offert iets van zijn oogst, Abel offert zijn mooiste lammetje/bokje/kalfje. God ziet Abels offer wel aan, maar dat van Kaïn niet. Laatstgenoemde wordt woedend en vermoordt zijn broertje. Uiteraard kiest de Bijbel partij voor Abel, slachtoffer van zinloos geweld.

Kijk, zegt Jordan Peterson. Abel ‘danst door het leven. Zijn gewassen gaan lekker. Vrouwen zijn gek op hem. En, dat is nog het ergste, hij is oprecht een goede man.’ Verder zegt Peterson meermalen dat Abel een held is, het ideaalbeeld en idool van Kaïn, in alles succesvol. Het plaatje dat hij schetst is als volgt: de moordenaar is een loser die jaloers is op de held, een vent met alle vrouwen, al het geld én de aandacht van God.

Het probleem is dat de Bijbeltekst weinig ruimte biedt aan die interpretatie. Wie zegt dat Abel alle vrouwen kreeg, economisch succesvoller was, dat het hem voor de wind gaat? Helemaal niemand – dit ontspruit aan de fantasie van Jordan Peterson. In het echte verhaal is Kaïn de eerstgeborene, en bovendien landbouwer, terwijl Abel herder is. Historici begrijpen nu al dat Kaïn 2-0 voor staat. De naam ‘Kaïn’ komt van het werkwoord voor verwerven. De naam ‘Abel’ betekent ademtochtje, zuchtje wind, ijdelheid. Hij vervliegt waar je bij staat. De nakomelingen van Kaïn (zo merkt Peterson zelf ook op) zijn in alles succesvol en ondernemend en masculien. Ze vinden de wapens, veelwijverij en industrie uit.

Komt uit dit alles het beeld naar voren van een succesvolle Abel en een miezerige Kaïn? Nee, juist andersom – Kaïn was in alles succesvol, en van Abel weten we niets. Misschien was het enige dat hij had wel godsvertrouwen, en misschien was dat uitgerekend de reden waarom God extra aandacht had voor zijn offer. Kaïn had de vrouwen en het geld, Abel had religie.

Welke van de twee modellen je in dezen volgt maakt uit. Je kunt zeggen: God vereenzelvigt zich met de held, de man die alles goed doet en als gevolg daarvan alle succes heeft. Dan is de ander de miezerige waardeloze loser. Je kunt ook zeggen: God vereenzelvigt zich met degenen voor wie ’t geluk toch altijd harder liep. Juist omdat die mensen vaak slachtoffer worden van de succesmensen op deze aarde. Op welke lijkt Jezus meer? Ik mag toch hopen op de laatste, maar voor Peterson is het andersom.

Heilswerk wordt menselijke heldendaad

De stromingen die van Jezus de grote geweldige held maken, hebben dikwijls een obsessie met bloed. Dat is een hiermee samenhangend fenomeen. Je ziet het bloed soms van de Opwekkingsliederen spatten, bijvoorbeeld. Soms lees je een evangelisatiefoldertje waarin de geweldige pijn van Jezus op Goede Vrijdag uitgebreid fysiek wordt beschreven. Een goed voorbeeld hiervan is Mel Gibsons film over Jezus: The Passion of the Christ. ‘Mama, kijk eens hoe goed ik bloeden kan!’, is de algehele teneur van die film. Martelen in het kwadraat, en Jezus is een echte man die dat allemaal kan verdragen.

Het probleem is dat we dat type martelaarschap al lang kenden. Alleen al uit Mel Gibsons eerdere film, Braveheart. De marteldood van hoofdpersoon William Wallace moet pijnlijker geweest zijn dan die van Jezus.

Een geweldige theoloog die zich enorm heeft zitten storen aan Gibsons Jezusfilm is Tomáš Halík. In De nacht van de biechtvader zegt hij, nadat hij beschrijft hoe hij Jezus in de bioscoop tot een bloederige biefstuk zag verworden: ‘Mij ergert de christologische ketterij van deze film, waarin het heilswerk van onze Heer als een menselijke heldendaad wordt voorgesteld – Jezus wordt hier geheel Amerikaans gepresenteerd als een kampioen pijn verdragen, die in de boksring met de duivel, na duizend keer knock-out te zijn gegaan, weer opstaat – om uiteindelijk verdiend op het podium van de overwinning te staan. De overwinning, de opstanding van onze Heer, wordt hier eerst weergegeven door de frustratie van de verslagen duivel die uit woede zijn pruik afrukt, en ten slotte door de meest banale vorm van opstanding die je je kunt voorstellen: het lijk beweegt zich, legt het laken af en loopt uit het beeld weg – onder applaus van de kijkers.’

‘Zonder een van de mannen in dit artikel met name van iets te beschuldigen durf ik de stelling aan dat je Jezus, bij een verkeerde viering van Goede Vrijdag, tot een ultiem symbool van fascisme kunt maken.’

Halík legt verder het lijntje tussen onze focus op Jezus’ bloederige einde, en de obsessie van Hollywood met geweld. Dit gebeurt er wanneer je van Jezus een platte mannelijke held maakt. Hij wordt de American hero die zijn gezin achterlaat en zich opoffert aan het front om de democratie te redden. Hij wordt het toonbeeld van viriliteit. En ergens ook het beeld van de heel burgerlijke man, want verlaat de ouderwetse heer des huizes niet ook dagelijks zijn gezin om op zijn werk als lijdende knecht te ploeteren zodat zijn gezin het dagelijks brood op tafel krijgt? Jezus als sanctionering van het Republikeinse, evangelicale patriarchaat.

Zonder een van de mannen in dit artikel met name van iets te beschuldigen durf ik de stelling aan dat je Jezus, bij een verkeerde viering van Goede Vrijdag, tot een ultiem symbool van fascisme kunt maken. Manmoedig bloeden voor de goede zaak, je ballen tonen door een zware beproeving te trotseren, verantwoordelijkheid nemen en autoritair orde op zaken stellen, het is toch allemaal op z’n minst kinderachtige kitsch en op z’n slechtst Middeleeuwse (kruisvaarders)retoriek waar we helemaal niets aan hebben?

 

Jezus werd het ultieme slachtoffer

 

Hoe moet het dan wel? Een sleutelwoord is hier afhankelijkheid. Goede Vrijdag was niet de heldhaftige daad van Jezus. Zijn opstanding bestond niet uit een fraai staaltje mannelijke wilskracht. Hij was niet de afstandelijke halfgod die ‘FREEDOM’ gilde en zijn volkje redde.

Hij leed niet meer of stoerder dan de mensen in Auschwitz of Jeanne d’Arc. Nee, hij zweette bloed van angst. Hij bad tot God of de beker aan hem voorbij mocht gaan. Hij schreeuwde het uit van verlatenheid. Een voorbijganger droeg zijn kruis een tijdje voor hem en hij vroeg wat te drinken aan het kruis. Hij wilde dat zijn vrienden met hem waakten voordat hij werd opgepakt. Er is weinig fysieke bravoure te bespeuren, noch had hij een fantastische laatste redevoering in de geest van Socrates. Hij werd het ultieme Slachtoffer -een bij alt-right zo gehaat woord- en vereenzelvigde zich zo met de ontelbare slachtoffers van de wereldgeschiedenis. God koos hun kant.

Het meest trouw aan hem zijn de vrouwen. Het opstandingsverhaal is toevertrouwd aan hen. De pietà toont Jezus voor altijd in de schoot van zijn moeder als het antibeeld van een held (maar God verhoede, geen antiheld). In Gods handen beval hij zijn geest, op het laatst. Dat is geen moedig wilsbesluit om op te klimmen uit zijn hel – het is het afhankelijke vertrouwen dat hij zou worden opgewekt van de doden. Een cruciaal verschil.

Vanaf dat kruis dacht hij nog aan het welzijn van zijn vriend en zijn moeder. Vroeg hij om vergeving voor zijn beulen. Troostte hij een veroordeelde crimineel met berouw.

Goede Vrijdag is geen dag voor giftige mannelijkheid, voor je gedroomde vergelding, maar het is de dag dat de zachte krachten winnen. Probeer er maar aan te wennen, want dat is het evangelie.