Wat jonge moeder Marleen leert van het verhaal van Maria, de moeder Gods

Wat jonge moeder Marleen leert van het verhaal van Maria, de moeder Gods

Maria was moeder van een bijzonder kind. Maar toen hij opgroeide bleek de werkelijkheid rauw en weerbarstig. Wat kun je als moeder anno 2019 leren van haar verhaal? Presentator Marleen Stelling reflecteert erover in haar prille moederschap.

Jezus bij Maria op schoot. Maria met een kuis borstje, onopvallend uit haar gewaad, en Jezus die lieflijk druppeltjes moedermelk wegdrinkt. Nadat ik een vriendin vertelde dat ik net zwanger was, kreeg ik een kaart met daarop een romantisch tafereel van de moeder Gods met kind. Een paar maanden later zag ik in een Italiaanse dierentuin een geitenmoedertje rennen, op zoek naar een moment voor zichzelf. Een dartelende baby wilde voortdurend bij haar drinken. Zo wil ik zijn, mijmerde ik, denkend aan Maria en de geitenmoeder.

Ik beleefde vanaf het eerste begin een vreugdevolle zwangerschap – op die tergende misselijkheid na dan. Een week voor de positieve test droomde ik van een kevertje. Een heel mooi beestje, omringd met glitters, alles blauw. Teruggerekend was dit de nacht waarin een klompje cellen zich aan de wand van mijn schoot vastklampte. Er was een engel onderweg die groot zou worden van mijn moedermelk, net zoals Jezus, net zoals het geitenlammetje.

Het lukte niet

De maanden voorafgaand aan de uitgerekende datum slurpte ik alle vindbare informatie over borstvoeding op. Kennis zou mijn hulp zijn in tijden vol nieuwigheid. De realiteit pakte anders uit, want effect van mijn boekenwijsheid zag ik niet. Ik had bijvoorbeeld geleerd dat onmiddellijk huid-op-huidcontact na de bevalling de slagingskans van borstvoeding verhoogt. Ja, ik heb ons kindje na een prachtige bevalling in een bad in de woonkamer meteen op mijn borst kunnen leggen. Reuzeknus was het, maar drinken lukte niet. Tijd om te kolven dus. Het gele goud lieten we met een spuit in het dorstige mondje stromen.

Mijn lief was ontroerd, want nu kon ook hij de kleine voeden, maar mijn moederhart huilde. Zo had ik het niet op de kaart en in de dierentuin gezien. Groot was de opluchting dan ook toen onze zoon een week na zijn geboorte toch bij mij begon te drinken. De oorzaak van het probleem bleek te ondervangen met een doodsimpele techniek die ik snel onder de knie had. Het ging een week of vijf goed, tot de voedingen langer en langer begonnen te duren. Soms wel anderhalf uur. De kleine man was voortdurend te moe om te drinken of te hongerig om te slapen, met als gevolg letterlijk slapeloze nachten voor het hele gezin.
Hoort erbij, zeiden we tegen elkaar. Een kind is hard werken, dat wisten we toch? Verbetering komt vanzelf.

Toen de onrust ondanks alle goede moed aanhield, trok ik aan de bel, en terecht, zo bleek. Een lactatiekundige verwees ons door naar een chirurgisch tandarts. Een simpele ingreep zou verbetering brengen en tal van mogelijke problemen in de toekomst voorkomen. Er was wel een wachtlijst, dus nog even geduld.

Ik heb vaak aan Maria gedacht

Op zoek naar troost en wanhopig door zorgen en slaapgebrek heb ik vaak aan Maria gedacht, de vrouw op de kaart van mijn vriendin. Ook de Moeder der moeders heeft vol verwachting naar de komst van haar zoon uitgekeken. De engel Gabriël zei immers dat haar zoon een groot man zou worden. Een man aan wiens koningschap geen einde kwam. Maria ontplofte van vreugde en ontstak in een beroemde lofzang. Vanaf dat moment zou alles anders zijn, maar hoe jammerlijk: de werkelijkheid bleek doorspekt van verdriet. Na een kort, onstuimig leven moest Maria Jezus alweer loslaten. Dat wens je geen enkele ouder toe.

Deze week leven we toe naar de kruisdood van Jezus, waarvan veel christenen geloven hij voorbestemd was, hoe gruwelijk ook. God offerde zijn zoon, gaf wat hij het meeste liefhad. Een daad van liefde die tot op de dag van vandaag tot hen doordringt. Toch weten we maar weinig van de manier waarop Maria de dood van Jezus heeft beleefd. De evangelist Johannes zegt dat ze erbij was. ‘Vrouw, zie, uw zoon’, zou Jezus vanaf het kruis hebben gezegd.

Het kleinste beetje empathie laat weinig te raden over van de gevoelens van Maria op dat moment. In mijn voorstelling wilde ze haar mantel stuk scheuren, de haren uit haar kop trekken en niets liever dan ruilen met haar kind, maar is ze als versteend blijven staan. Wat Maria op het laatst gevoeld heeft, moet in schril contrast staan met de verwachtingsvolle vreugde van het begin.

Aanwezig zijn in de realiteit

Zou iemand er iets aan hebben wanneer het echte leven zwaarder blijkt dan verwacht? Ik betwijfel het. Komt het erop aan, dan kun je vaak niet veel meer dan aanwezig zijn in de realiteit zoals deze zich aandient. Dat geldt ook voor meer alledaagse pijn en moeite. Als je na twee dagen al door de ingekochte hoeveelheid wasbare luiers heen bent en wanhopig probeert een vuilniszak in een veel te ingewikkelde luieremmer te stoppen, bijvoorbeeld.
In mijn geval was het mijn ideaal van borstvoeding dat een realiteit opleverde die iedereen overvroeg. Enkele dagen na het bezoek aan de chirurgisch tandarts vond ik mezelf huilend terug in de badkamer. Moedeloos door het gebrek aan verbetering. Ik moest alle moedermelk bij elkaar kolven en gaf het daarna aan onze zoon. Enkel aan de fles drinken ging nog, en dat zelfs zeer moeizaam. De helft van de melk gutste ernaast. Een routine die met een baby in de groei niet was vol te houden.

Toen ik voorbij al mijn grenzen een poging tot douchen deed en een flesje zorgvuldig vergaarde melk omstootte, waren de tranen talrijk en hakte ik een knoop door: dan maar geen borstvoeding. Niet veel later begon mijn kind te huilen: tijd om over mijn trots heen te stappen. Ik bereidde een ‘flesje van Klara’, zoals mijn lactatiekundige het had genoemd. Een bemoedigend advies voor als het (even) niet meer gaat.

Wie had dat kunnen denken?

De ochtend na mijn dieptepunt in de badkamer kwam ze langs. Ik had gevraagd om hulp bij het stoppen, want van borstvoeding ben je niet zomaar af. Ze stelde voor om nog één keer te proberen mijn kindje aan te leggen. Alle moed had ik laten varen, wat zou het? Ik bereidde me voor op een kind dat wederom zou weigeren en een gebrek aan melk.

Geloof het of niet: een paar minuten later druppelde mijn traan op het wangetje van een gulzig drinkende baby. Het was gelukt. Borstvoeding was niet van de baan. Net toen ik mijn ideaal had losgelaten en mij neerlegde bij flesvoeding. Wie had dat kunnen denken?

Toch blijven er genoeg momenten over waarop ideaal en werkelijkheid niet samenvallen, hoe gelukkig we onszelf ook prijzen met een kerngezond mensenkind. Als ik na de laatste voeding in de nacht nét terug in bed lig en hoor dat het kevertje nog trek heeft. Als ik doodvermoeid voor mezelf een bezoekje aan de tandarts breng en dat al ervaar als wellnessmoment. Als ik voor de zoveelste keer mijn thee koud zie worden, struikel over bergen wasgoed op weg naar de kinderkamer, mijn make-up probeer te verwijderen met babydoekjes. De lijst is lang en wordt ongetwijfeld langer als ik na Pasen weer begin met werken. Hoe zal de rest van ons leven zich ontvouwen?

Een verhaal van vroeger brengt bemoediging. ‘Vrouw, zie, uw zoon.’ Lieverd, hier ben ik.