Paulus zat er radicaal naast, en dat is prima

Paulus zat er radicaal naast, en dat is prima

Paulus geloofde dat hij wederkomst van Jezus nog mee zou maken. Niet dus. Hoe kan het dat de grote Paulus er zo naast zat? Rob Bell heeft wel een idee.

Er is een man die Paulus heet, die een groot stuk van het Nieuwe Testament heeft geschreven. Het is een fascinerende kerel. Hij gaat er voortdurend op uit, op reis door zo’n beetje de gehele antieke wereld en gaat om met Joden en Grieken en Romeinen en zo ongeveer met iedereen. Hij vindt voortdurend nieuwe en frisse manieren om te praten over de verzoening van alle dingen in Jezus. Veel mensen willen hem doden, hij wordt in elkaar geslagen, z’n schip vergaat, hij moet het stellen zonder eten, en hij houdt maar niet op met praten over vreugde.

In zijn eerste teksten vertelt hij hoe Jezus
ons zal redden van het komende oordeel [1 Tessalonicenzen 1]
en
uit deze door het kwaad beheerste wereld. [Galaten 1]
Hij schrijft
er zijn er die in leven blijven tot de komst van de Heer [1 Tessalonicenzen 4]
en hij spreekt over zichzelf en anderen als mensen

voor wie de tijd ten tijde loopt. [1 Korintiërs 10]

Valt je iets op aan de uitdrukkingen die hij gebruikt?

Paulus geeft in deze oudste geschriften uitdrukking aan een overtuiging dat Jezus zal terugkomen tijdens zijn leven. 

Hij is niet de enige schrijver van het Nieuwe Testament die leefde in deze verwachting. Het boek Hebreeën begint met
maar nu de tijd ten einde loopt,
Petrus schrijft aan het begin van zijn eerste brief over wat
aan het einde van de tijd zeker geopenbaard zal worden,
en Jacobus schrijft
de Heer zal spoedig komen.

Waarom dachten Paulus en de anderen dit?

Paulus leefde met de verwachting dat op enig moment in de toekomst God alles zou goedmaken in de wereld, de dingen zouden worden gefixt, het kwaad ten einde zou komen, Jezus zou terugkomen en alles zou goed zijn. De profeten vóór Paulus spraken van deze dag die komen zal, Jezus sprak erover, en de andere schrijvers van het Nieuwe Testament spraken erover. Ze noemden het de Dag van de Heer.

En Paulus geloofde, tenminste aanvankelijk, dat die dag spoedig zou komen. Met andere woorden: het einde is nabij.

Hij schreef erover dat het zou komen, over hen die zouden blijven leven als het gebeurde, en over hoe hij leefde in de eindtijd.

Waarom is dit interessant?

Omdat het niet gebeurde tijdens Paulus’ leven.

En waarom is dat interessant?
Omdat Paulus na verloop van tijd begon te beseffen dat Jezus nog niet was teruggekeerd, dat de Dag de Heer niet was gekomen, en dat het erop leek dat die dag nog wel een tijdje op zich liet wachten. Dat hij zou sterven voordat dat zou gebeuren. Zijn brieven geven deze groeiende verschuiving in zijn denken weer.

In Efeziërs schrijft hij over eenheid en volwassenheid en relaties,
In Kolossenzen schrijft hij over met je hele hart doen wat je doet,
en in 2 Korintiërs 10 vertelt hij zijn vrienden dat ze hoop hebben dat
wanneer uw geloof gegroeid zal zijn, ons werkterrein onder u overvloedig uitgebreid zal worden (…) om het Evangelie te verkondigen in streken die nog verder weg zijn dan de uwe.

Hij maakt plannen,
hij heeft het over plaatsen die hij nog wil gaan bezoeken,
hij schrijft hoe kerken georganiseerd zouden moeten worden,
hij praat als iemand die niet gelooft dat het morgen allemaal is afgelopen.

Waarom wijs ik hierop?

Omdat een boel mensen een kijk op de Bijbel kregen voorgehouden waarin waarheden een soort van uit de hemel kwamen vallen, op het bureau waaraan de schrijver zat, die opkeek en zei Oh, dank U en toen z’n pen oppakte en begon te schrijven. (Dit is een karikatuur, maar schrikbarend dicht bij het beeld dat veel mensen hebben in hun hoofd, vooral mensen die zijn opgegroeid in een omgeving waar ze een zware nadruk leggen op de Bijbel.) Een beetje alsof de schrijvers van de Bijbel gebruikt werden door God vanwege hun vermogen om uit de weg te gaan.

En hoewel de schrijvers beelden gebruikten om te beschrijven hoe de Bijbel werd geschreven (Petrus heeft het over de profeten die ertoe werden gedreven door de heilige Geest), zien we  – als we de Bijbel lezen als een verhaal dat zich ontvouwt – hoe menselijk de schrijvers waren. Hoe ze worstelden met problemen en hoe ze zich moesten inspannen om te begrijpen wat God van plan was en hoe deze boeken en brieven dat uitdrukken. De Bijbel is niet een boek dat voorbijgaat aan het levensechte groeien en volwassen worden van ons als mensen, het zit juist midden in de boeken zelf gebakken. (Gebakken? Schreef ik dat nou echt op? Wat een vreselijke metafoor. En toch begint het vat op me te krijgen… Ik laat het maar staan.)

En wat heeft dit met Paulus te maken?

De kracht van Paulus en zijn teksten is dat je ziet hoe iemand de boodschap van Jezus meeneemt naar onbekend terrein. Hij wordt geconfronteerd met uitdagingen waarmee niemand voor hem te maken heeft gehad – hij probeert te communiceren met mensen die zo diep doordrenkt zijn van de joodse traditie dat ze zich niet kunnen voorstellen wat dit nieuwe is dat God volgens Paulus heeft gedaan in Jezus, terwijl hij ook mensen ontmoet die nog nooit hebben gehoord van Mozes of David of van de Thora of Jahweh of wie dan ook… Sommigen willen hem dood hebben, omdat ze geloven dat hij politiek en economisch ontwrichtend is, anderen denken dat hij een ketter is, weer anderen breken zijn hart omdat hij zichzelf aan hen heeft gegeven en vervolgens doen ze alsof ze nooit één woord hebben gehoord van wat hij zei.

Zijn brieven zijn inspirerend, en geïnspireerd, omdat ze door zijn menselijkheid heen komen, niet eromheen. Hij werkt zijn geloof met vrees en beven, in real life, met alle bulten en blauwe plekken die erbij horen. Op een bepaald moment worstelt hij zelfs met vragen als waarom nog doorgaan? Waarom niet gewoon maar sterven en dan klaar zijn met dit eindeloze hartzeer? (Dat is in zijn brief aan de Filippenzen.)

En wat heeft dat te maken met leven in 2016?

Goeie vraag. Ik werd onlangs geïnterviewd voor een tijdschrift en halverwege zei de interviewer dat het duidelijk was dat ik was gegroeid in mijn denken en inzichten in de jaren dat ik voorganger was. Ik vroeg haar waarom ze dat zei. Ze zei: dat is ongebruikelijk. Ik schoot in de lach. Het is ongebruikelijk dat een geestelijk leider groeit? Ze zei: ja, dat is niet iets wat we vaak zien in geestelijke leiders. 

Ik vertel over dat interview, omdat een aantal van jullie me vragen heeft gestuurd over zo’n beetje elk denkbaar onderwerp – van Jezus, tot de Bijbel, tot het einde van de wereld, tot hoe je bepaalde tekstgedeelten moet uitleggen, tot waar Abraham precies naar keek toen God hem de sterren liet zien. Veel vragen kwamen voort uit een duidelijk verlangen naar inzicht, andere waren grappig en met opzet belachelijk en maakten me aan het lachen, wat precies de bedoeling was van de inzender, maar in een aantal zit een onderliggende spanning. Er zit een bezorgdheid in de vraag, soms zelfs een angst die onder de oppervlakte loert – ik noem het de angst van het niet bij het juiste eind hebben.

Ergens onderweg heeft iemand een idee over God opgepikt, geworteld in de overtuiging dat er een ongelooflijk smal pad is, en als je dat niet vindt en gelooft en kent en bewandelt, precies zoals dat geloofd en gekend dient te worden, dan zit je in de problemen.

Komt je bekend voor?

Relax. Wat je tegenkomt in de Bijbel zijn mensen die ontwaken, groeien, volwassen worden, nieuwe dingen ontdekken, verlicht worden… mensen op reis. Ze zien het op een bepaalde manier, ze doen nieuwe ervaringen op en dan zien ze het anders. Paulus veronderstelt dat Jezus zal terugkomen tijdens zijn leven, om er vervolgens achter te komen dat Jezus niet is teruggekeerd en dat we hier misschien nog wel een tijdje zijn. En dat bleek te kloppen.

We zijn er nog, we groeien en leren en strekken ons uit en genieten van de reis.

Dit stuk publiceerden we eerder op 16 november 2016