Wacht nog even, heb nog ff geduld

Wacht nog even, heb nog ff geduld

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

PopUpGedachte donderdag 4 april 2019 – wacht nog even, heb nog even geduld

Mijn zoon vroeg waarom hij van mij altijd door moest pakken. Kon het gewoon niet wat langzamer. Ik antwoordde dat ik een hekel heb aan wachten. Waarop hij prompt nu elke keer van tafel wil als hij zijn bord leeg heeft en op alle andere momenten dat hij even geduld moet hebben, tegen mij zegt: papa, je weet toch. Ik heb een hekel aan wachten. Hij verwacht begrip. Natuurlijk. Slim joch.

Mozes vraagt vandaag de eeuwige om nog even te wachten, want die staat op het punt zijn eigen geliefde volk te vernietigen. En Mozes vindt dat een beroerd plan. Hij soebat en onderhandelt, werkt op het gemoed van de woedende God en tadaa: de Eeuwige ziet er vanaf. Het zijn echt vrienden die twee. De almachtige en die Mozes. Ieder met z’n eigen plekkie en de mate van macht en levensduur is oneerlijk verdeeld, maar Mozes neemt zijn plek en de Eeuwige laat zich van gedachten veranderen. Fascinerend. Dit staat er in de Psalm die een van Israëls dichters er later over dichtte:

Hij dacht er al aan hen los te laten
toen Mozes, zijn vriend, tussenbeide kwam.
Die pleitte voor hen om hen niet te verdelgen
en wendde Gods toorn van hen af.

Het is fijn als je met z’n tweeën bent. Dat je kunt roepen tegen de ander: ‘hou me tegen, ik maak ‘m af!’ Dat je woede zich heeft opgehoopt en je heel duidelijk wilt maken dat de ander eigenlijk onder uit de zak moet krijgen, maar dat je ook eigenlijk niet wilt dat de ander eraan kapot gaat. En de vriend komt tussenbeide, houdt je tegen en je laat je van je woede afbrengen. Met nog één vuile blik. Die rol pakt Mozes ten opzichte van de eeuwige, de woestijngod. Want dat is hij vooralsnog. Mozes ontmoet hem bij een brandende braambos in de woestijn en leidt vervolgens het Joodse volk weg uit de stadse slavernij van Egypte diezelfde woestijn in. Daar krijgen ze voorschriften voor zuiver leven. Het is hun pelgrimage, hun retraite, weg van alles. Weg van wat je moet. Weg van de slavendrijvers.

Punt van kritiek van de eeuwige. Ze hebben in die woestijn een gouden kalf gebouwd. En zijn die nu aan het aanbidden omdat de eeuwige niet echt van zich lijkt te laten horen en Mozes boven op de berg blijft hangen en ze hem niet zien. Het kalf is viriliteit, goud is rijkdom, het tilt hen uit de eenzaamheid van de woestijn, de stilte van de retraite die ze niet trekken, de onmacht en de eenzaamheid die ze niet in de ogen willen zien omdat ze vrezen aan hun lot te zijn overgelaten. Door God, door mozes. Het geduld van het reizende volk was heel rap opgeraakt en dat triggert het ongeduld van de eeuwige die dan het liefst met dat volk wil afrekenen. En Mozes stapt tussen beide. Tussen het ongeduldigde volk dat zich kapotschrikt als ze beseffen wat ze doen en de Eeuwige die het liefst hen dan van de aardbodem wil wegvagen. Gekke rol, eigenlijk, die Mozes pakt. Hij vraagt aan de eeuwige om geduld. Heb ik dat ooit gedaan?

Ik herken de kritiek van Mozes, die hij even later uitstort over zijn volksgenoten onder aan de berg. Dat je commentaar hebt op wat de mens nu weer heeft bedacht om de eenzaamheid niet in de ogen te hoeven zien, om het geduld niet te hoeven opbrengen, om zelf dan maar bij gebrek aan geloof, hoop en liefde een beeld te creëeren waar mensen tenminste respect voor zullen hebben of wat je in elk geval wat naam en eer geeft in de wereld. Als ze niet van me houden, zullen ze me respecteren. Dat idee. En daar dan kritiek op hebben, dat is des Bijbels, ja toch? Commentaartje schrijven, jezelf in de spiegel kijken en realiseren dat je dat aan het doen bent met de manier waarop je praat, denkt, doet. Prima. Dat is de ene kant

Maar die andere kant dan? Het ‘Hou me tegen’ van de eeuwige? Zou dat nog steeds gelden? Ik denk dat mijn eigen houding ten opzichte van de shit die ik in de wereld tegenkom en de achterlijke keuzes die ik mijzelf soms en mijn medemensne zie maken – als ik daartegenover de eeuwige vraag  om nog even geduld te hebben. Ja, we hebben de aardse reserves in vliegende vaart opgestookt, zonder te willen weten wat dit op aarde aanrichtte, ja we hebben mensen gebruikt als inzetbare machines en wegwerpproducten, ja we hebben naam en eer op aarde opgericht omdat we bang waren dat we anders niet gezien zouden worden. Maar vernietig ons nog niet. Wacht nog even met die zeespiegel, we zijn ermee aan het werk. Wacht nou met die watervloeden.

Zou het zo werken? Ik weet het niet zo goed. Want ik geloof niet dat overstromingen in Mozambique Gods wrekende werk zijn. Wel besef ik dat de Eeuwige ons soms overlaat aan de gevolgen van ons handelen. En dat dit ellende genoeg is. Dat het wel tijd is om te vragen om geduld, om vervolgens met onze soortgenoten op aarde razendsnel naar een andere manier van werken te zoeken. Voordat het ons vernietigt.

Klinkt allemaal een beetje zwaar, vernietiging enzo. Punt is eigenlijk zo: profetische kritiek op anderen en eventueel op jezelf is prima, maar er gaat een ander gezichtspunt open als je de eeuwige vraagt om nog even geduld te hebben met de soms zo zwakzinnige mens. Want we werken eraan. Ik vind het een indrukwekkende rol die Mozes speelt. Die Jezus later oppakt met z’n: vader, vergeef het hun want ze weten niet wat ze doen. En die mij confronteert met de vraag hoe ik die rol speel. Geduld hebben, geduld vragen. En dat komt me niet aanwaaien.

Heb het goed.

Hier vind je drie tekstgedeeltes die Rikko vanochtend las.


Rikko Voorberg (38) is theoloog, schrijver, ‘activist/kunstenaar’ en initiatiefnemer van o.a. ‘We gaan ze halen’.

Wil je betrokken raken bij het werk van Rikko? Kijk dan hier.