Thuis zijn

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

Thuis zijn

PopUpGedachte vrijdag 17 mei 2019 – Thuis zijn

Het is vrijdag. De laatste dag van de werkweek. Buiten koeren duiven. Meer niet. Normaal kwetteren alle vogels me tegelijkertijd de oren van het hoofd. Maar nu is het alleen een luid koerende duif. De rest slaapt nog of heeft alvast weekend. Het is stil ook. Het waait niet of nauwelijks. Alsof alles even stilstaat. Een beetje vuilwitte wolken, wat lichtgevende randen, een fragmentje blauw. En ikzelf. Hier aan mijn keukentafel. De rest van het huis slaapt. Gelukkig. Want wat moet je op dit vroege uur.

De alleenheid van dit moment is relevant. Het leven kan niet anders dan in gezamenlijkheid worden geleefd, maar ik moet zelf steeds opnieuw mijn eigen keuzes maken. Ook het onnadenkend doorhobbelen in de bestaande patronen is een keuze. Een keuze om niet na te denken. En ik voel het gewicht. Want ik kan dus ook hele andere keuzes maken. Ik zou wellicht zoveel meer kunnen doen aan die PopUpKerk die we hebben opgericht. Of zoveel meer kunnen doen aan het drama van migratie in Europa. De vervloekte verhalen die je hoort. Gisteren nog: een vijftienjarige jongen die in de bossen van Oost-Europa leeft, vlak voor de grens, slaat wartaal uit, verwondt zichzelf, loopt niet goed meer. Te vaak teruggeknuppeld, te vaak vernederd en gehaat, te vaak geconfronteerd met het feit dat hij hier niet als mens zal worden gezien met bijbehorende rechten. En nu wordt hij dierlijk, althans dat plaatje zet zich vast in mijn hoofd en ik weet niet of ik dat nog los kan laten.

Het is een keus. Een keus om het me te laten raken. Een keus om dit op te schrijven en het jou in de nuchtere maag te splitsen. En ik kan zeggen: ja, maar het is nu eenmaal zo. Maar niets is nu eenmaal zo. Of beter gezegd: alles is nu eenmaal zo. Ik kies om het te delen omdat het me raakt. En ik er even geen weg mee weet.

Alleen aan mijn keukentafel overvalt me even de alleenheid van het leven. Waarbij ik weet dat er ongelofelijk veel lieve mensen om me heen staan. Mensen die mij verder helpen, mensen in wie ik mijzelf herken, in wie ik geloof of die in mij geloven, mensen die ook wel weten dat ik het niet weet en dat allemaal helemaal niet zo relevant vinden. Wat zei Luther ook alweer: we zijn allemaal bedelaars, dat is waar. Hij zei het vlak voor hij doodging en ik vind het op een vreemde manier troostend.

Vanochtend zegt Jezus dat de hij ruimte gaat maken in zijn vaders huis. In de lezingen van de dag. Velen denken daarbij dat hij wit-verlichte kamertjes gaat timmeren in de hemel, een soort Heavenly Hotel waar we dan na onze dood kunnen hangen, zingen, druiven eten, je weet wel. Niet helemaal waarschijnlijk, want als Jezus het heeft over Zijn Vaders Huis heeft hij het altijd over de tempel. En hij zegt zelf nadat hij de fysieke tempel in woedende agressie heeft schoongeveegd: breek deze toko af en ik zal hem in drie dagen weer opbouwen.

Als hij ruimte maakt, maakt hij ruimte in zichzelf. Wat dat ook moge betekenen. En als zijn discipelen vragen hoe ze daar komen, dan zegt hij: 'Ik ben de weg'. Dat zijn de zinnen vanochtend en ik vind het van een hoog abstractie-gehalte. Tegelijk is één ding duidelijk: er is ruimte. Veel ruimte. Voor velen. En nee, ik geloof niet dat het gaat over een hemel waar straks veel ruimte is. Maar dat het gaat over ruimte op aarde. Ruimte voor jou en mij.

Dat ik met mijn eigen zoektocht, met de keuzes die ik maak, de vrienden met wie ik omga, met gezin en PopUpKerk en We Gaan Ze Halen of Crowdfundingsachterban, deel uitmaak van een veel groter bouwwerk. Van plekken en ruimtes waar de Geest stroomt. En of dat nu klein is of groot is irrelevant, of je de juiste keuzes maakt of niet. Je bent al thuis. Ik hoef niet mijn best te doen om ergens heen te gaan. De weg is de bestemming, het huis van de Eeuwige op aarde, de belichaming van God zelf op aarde kent vele vormen.

Het huist in schrijvende mensen aan keukentafels in Amsterdam, aan slapende kinderen in datzelfde appartement, in moestuinen, in die koerende duif, in een luisterend oor dat verlangt om iets op te vangen van de stem van de Eeuwige. Het is thuis in kroegen en kerken, aan bureau’s en in schoolbanken. Dat lijkt me in elk geval.

In dat huis waar Jezus het over heeft, is een kamertje in het bos waar een reizende journalist een jongen ontmoet die gehaat en gemarteld is en waar zij z’n verhaal hoort en schrijft. Waar zij hem een naam en een menselijkheid teruggeeft. Er is een meditatiekamertje waar een jongeman in Amsterdam zoekt naar stilte, inspiratie en wat hij vandaag dan weer te zeggen of te doen heeft. Er is een kamertje waar mensen sámen eten en lachen, waar een kind haar moeder verzorgt, waar een gescheiden vader zijn woede de vrije loop laat omdat hij zijn kind nauwelijks meer mag zien, er is een kamer waar de gescheiden moeder zich afvraagt wat zij in godsnaam verkeerd heeft gedaan.
En we wandelen door de kamers in ons leven – en realiseren ons niet dat het kamertjes van een tempel zijn, van een plek van goddelijke aanwezigheid, in elk hoek, dat niemand werkelijk alleen is ook al lopen we ons leven individueel.

Het zijn maar beelden. Maar ze maken dat ik me verbonden voel. En voldoende rust en aarde ervaar om vandaag ook weer te doen wat me te doen staat. Voldoende onrust om niet stil te staan. En genoeg vertrouwen dat er grond onder de voeten is, voldoende grond om weer een stap te zetten vandaag. En morgen is morgen pas weer.

Heb het goed.

Hier vind je drie tekstgedeelten die Rikko vanochtend las.