Vlees eten is vaak voor hufters in de Bijbel

De Bijbel heeft een vegetarisch vleugje, betoogt Alain. Maar we waren het paradijs nog niet uit of de vijandschap tussen mens en dier was begonnen…

Vlees eten is vaak voor hufters in de Bijbel

Groene theologie, we moeten eraan geloven. Als christen wil ik eerbied hebben voor de natuur, voor de Godgegeven wereld, voor de sprankelende diversiteit van flora en fauna. Nu dat alles bedreigd wordt door snelle klimaatverandering moeten we de menselijke invloed daarop terugdringen of ombuigen. Tijd om te herontdekken wat de Bijbel daar eigenlijk over te melden heeft. Laten we beginnen met het onderwerp ‘vlees eten’.

We hadden nooit vlees moeten eten

In het paradijs aten Adam en Eva geen dieren. Dieren joegen elkaar ook niet op. De mens had genoeg aan zaaddragende planten en vruchtbomen, en de dieren aten groenten. Een mooi veganistisch en vredig geheel. Daarmee wil de Bijbel geen abstract ‘Er was eens…’ verleden beschrijven, maar een ideaal. Kijk, zeggen de schrijvers, het feit dat wij nu leven van de dood van andere wezens is niet normaal. Het is eerder een lelijke concessie.

Helaas was het paradijs net iets te vredig, achteraf gezien, want daar in Eden ging de mens ook onbekommerd met de slang om. Een onfortuinlijk gesprek en een verboden vrucht verder, zette God mens en dier uit die prachtige tuin. En kijk eens wat de directe gevolgen waren. Eerst wordt de slang vervloekt, maar het is een vloek die de hele natuur treft. Voortaan zal de slang altijd strijd leveren met andere dieren én met mensenkinderen. We zijn het paradijs nog niet uit, of de vijandschap tussen dier en dier, tussen dier en mens is begonnen. Ook de akker wordt vervloekt: de zondeval is een ecologische ramp. Hoe verder we van God afdrijven, des te vervreemder raakt onze band met de natuur.

Toen de ellende begon

Na de vervloeking, die Gods eerste reactie op de menselijke zonde was, zijn de dieren wéér de klos. God maakt namelijk als tweede reactie kleding voor de mensen… van dierenhuiden. Daarin moeten ze, gekleed maar rillend, het paradijs uit. In de grote boze wereld is bijna het eerste wat we lezen het beroep van Abel: hij is een herder en offert een dier. Het is een onderstroom van het zondevalverhaal dat wanneer mens een fout maakt, de dieren daar zevenmaal harder onder lijden.

Als het menselijk gedrag buiten het paradijs eenmaal ontspoort, wil God een einde maken aan alle kwaad middels een fikse regenbui. Maar voordat hij dat doet moet de biodiversiteit worden veiliggesteld: van alle diersoorten gaat minstens één paar aan boord van de ark. Na de zondvloed komt Noach de boot uit, en je raadt alweer wie het als eerste moeten ontgelden: de beesten. Hij bouwt een altaar en offert erop los.

God sluit een royaal verbond met Noach en ons allemaal. Hij zegt: er zal nooit meer een zondvloed komen. Dat is de belofte. Tegenover die belofte staat alleen maar de ontzettend milde spelregel dat mensen elkaar niet mogen doden. Maar voordat hij met die wet en belofte komt, doet God een tegemoetkoming die tegelijk een opdracht is. Hij legt het lot van de natuur in de handen van de mens. Naast de planten mogen Noachs nakomelingen voortaan ook dieren eten. Als ze het bloed maar niet opeten, want bloedvergieten is een delicate zaak en met medeschepselen moet je niet gulzig, maar omzichtig omspringen. Zo ontstond vlees eten als een schoorvoetend door God toegestane menselijke zwakheid.

Vlees in Egypte

We maken een sprong van vele eeuwen naar het grootste wonder in de Hebreeuwse Bijbel, de uittocht uit Egypte. Mozes heeft een volk vol tot slaaf gemaakte Hebreeërs door de zee van de dood heen naar de vrijheid geleid. Daar lopen ze in de woestijn, niet langer lijdend onder zware stenen, scherpe zwepen op hun rug. Om ineens heimwee te krijgen naar Egypte. Het is de meest tragische tekst in de Bijbel, over bevrijde mensen die terug naar de slavernij willen.

Vraag: Wat had de slavernij dat de vrijheid niet had?
Antwoord: Vlees. Vlees!
‘Daar in Egypte waren de vleespotten tenminste gevuld’.

Hier geldt vlees als het voedsel van de goddeloze decadentie. Van het onvrije angstenland waarnaar je soms heimwee krijgt omdat het vet je zo lekker smaakte. Maar zoals de Egyptenaren de Hebreeërs uitbuitten, zo misbruikt de vleeseter z’n macht over het dier. God wordt woedend op het morrende volk en zegt dat ze voor straf net zolang vlees moeten eten tot het hun neus uitkomt. Er ploft een laag dooie kwartels uit de lucht die de grond bedekt, een meter dik, in een omtrek van kilometers. Het volk graait, het volk vreet, het volk wordt kotsziek. ‘Is dít wat jullie wilden?’

En de dierenoffers dan? 

‘Maar Alain, de halve Thora gaat toch over dierenoffers, hoe zit dat dan?’, hoor ik je denken. En inderdaad, met name het boek Leviticus staat vol met gedetailleerde wetgeving omtrent de rituele slacht. Rondom het heiligdom rook het meer naar shoarmatent dan naar wierook, zoiets schreef Yuval Harari. Daarover twee dingen.

Ten eerste is het grootste deel van die wetten beperkend. Het is geen aanmoediging om vooral vlees te eten, maar áls je dan vlees eet, doe het dan niet zo en zo en vermijd die en die diersoorten. Offer niet lukraak op elke barbecue, maar alleen bij de priesters. Ga respectvol om met het nemen van een leven voor je eigen eetlust. Ten tweede is de offerdienst (het vlees eten) gekoppeld aan zonde. Het bloed dat vloeit staat symbool voor de schuld van mensen naar zichzelf, elkaar, de wereld, God. Daarom offer je: net als met Grote Verzoendag en na de zondeval lijdt er een dier omdat wij gefaald hebben.

Die offers waren een heilige, gevoelige zaak. De priesterzonen Chofni en Pinechas werden dan ook vreselijk gestraft toen zij er misbruik van maakten. De hufters stuurden bij elk offer hun knecht met een vork naar het dier toe, zodat zij het lekkerste stukje vlees van het altaar konden snaaien. God nam het zeer hoog op, zegt de Bijbel.

De ideale wereld

Ja, ik weet dat het eerste wat Jezus na z’n opstanding at, een visje was. Petrus kreeg zijn eerste lapje bacon bij Cornelius. Maar we moeten de idealistische lading van vlees eten in de Bijbel niet veronachtzamen. Er zit wel degelijk een vegetarisch vleugje in veel van die boeken.

Denk aan Jesaja, die de ideale wereld omschrijft. Hij kan het niet mooier dan zo: ‘Een leeuw en een rund eten beide stro. Bij het hol van een adder speelt een zuigeling’. De zondeval krijgt een tikkie terug, want de dieren stoppen met jagen en de mens en de slang durven elkaar weer aan te kijken.

Ten slotte nog eens naar het einde der einden, Openbaring. Je kunt weer uit de rivier drinken zonder ziek te worden. Je eet weer vruchten van de bomen. Voor de troon zit de hoofdpersoon van het laatste Bijbelboek: een lam. Een lam! Niet meer op het altaar, niet meer op je bord, niet meer om je lijf, niet meer op transport, maar voor de troon. Aanbeden en vereerd door de mensen die na een bloedige geschiedenis hun les hebben geleerd.

Die les is dat ik de natuur kan eren of misbruiken, en dat mijn keuzes uiteindelijk door de grote ogen van een lammetje zullen worden beoordeeld.